texpas.eu

Ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR?

Fabrikant maakt, importeur brengt binnen

De rol die voor een bedrijf geldt, hangt af van wie het kledingstuk ontwerpt of laat maken en onder welke naam het op de EU-markt komt. Wie een kledingstuk of textielproduct laat produceren en het vervolgens onder eigen merk of naam verkoopt, valt in de praktijk onder de verplichtingen die artikel 27 van de ESPR aan fabrikanten stelt — ook als de fabricage zelf is uitbesteed aan een derde partij, in of buiten de EU. Wie een kledingstuk dat buiten de EU is gemaakt voor het eerst op de EU-markt brengt, zonder dat het onder eigen merk of naam gaat, valt onder de verplichtingen die artikel 29 aan importeurs stelt. Het onderscheid draait dus niet om waar het textiel fysiek wordt genaaid, maar om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het op de markt brengen: onder eigen naam (fabrikant) of als eerste schakel van een product van elders (importeur).

Voor wie dit onderscheid van belang is

Dit speelt voor kledingmerken, private labels en importeurs van textiel en kleding die onder het toekomstige digitale productpaspoort gaan vallen. Een private label dat een collectie ontwerpt, de productie laat uitvoeren bij een fabriek in of buiten de EU, en de kleding onder eigen merknaam verkoopt, gedraagt zich in de praktijk als fabrikant in de zin van artikel 27 — ongeacht dat de naaimachines elders staan. Een bedrijf dat kant-en-klare kleding van een buitenlandse producent inkoopt en die onder de merknaam van díe producent in de EU op de markt zet, gedraagt zich als importeur in de zin van artikel 29. Het onderscheid geldt niet voor wie alleen distribueert binnen de EU nadat een ander de kleding al op de EU-markt heeft gebracht — die rol (distributeur) kent weer andere verplichtingen, die hier niet aan de orde zijn. Ook geldt dit onderscheid specifiek voor de rolverdeling rond het productpaspoort en de bijbehorende verplichtingen; het zegt niets over andere dossiers, zoals douane- of BTW-status, waar "importeur" een eigen, losstaande betekenis kan hebben.

Vanaf wanneer dit onderscheid telt

Een vaste datum staat nog niet vast. Het werkplan van de ESPR voor 2025-2030 noemt een gedelegeerde handeling voor textiel die rond 2027 wordt verwacht, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Zodra die handeling is gepubliceerd, wordt duidelijk vanaf welke datum de verplichtingen uit artikel 27 en 29 voor kleding en textiel concreet ingaan; tot die tijd gelden de artikelen als kader, maar nog niet als toepasselijke datum voor deze productgroep. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra die datum bekend is.

Wat dit betekent voor de praktijk

Wie wil weten welke rol van toepassing is, kijkt eerst naar de merknaam op het kledingstuk: staat daar het eigen merk van het bedrijf op, dan wijst dat in de richting van de fabrikantsrol, ongeacht waar de productie plaatsvindt. Staat er een ander merk op — dat van een buitenlandse producent bijvoorbeeld — en brengt het eigen bedrijf dat product voor het eerst in de EU op de markt, dan wijst dat in de richting van de importeursrol. Vervolgens is het van belang om te kijken of het bedrijf ook daadwerkelijk de eerste partij is die het product in de EU op de markt brengt, of dat een ander in de keten die stap al heeft gezet — want dan kan een andere rol (distributeur) aan de orde zijn. Bedrijven die zowel eigen collecties onder eigen merk voeren als kant-en-klare producten van derden doorverkopen, kunnen voor het ene deel van hun assortiment als fabrikant en voor het andere deel als importeur gelden; de rol wordt dus per product of per lijn bepaald, niet één keer voor het hele bedrijf. Voor het productpaspoort is dit onderscheid van belang omdat de verplichting om gegevens aan te leveren en het paspoort te laten samenstellen bij de partij ligt die als fabrikant of importeur geldt — dat is ook de basis waarop texpas.eu het paspoort samenstelt uit de aangeleverde gegevens.

De onderbouwing: artikel 27 en artikel 29 ESPR

Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de verplichtingen die gelden voor fabrikanten: partijen die een product ontwerpen of laten maken en het onder eigen naam of merk op de markt brengen. Artikel 29 van dezelfde verordening beschrijft de verplichtingen die gelden voor importeurs: partijen die een product uit een derde land voor het eerst op de EU-markt brengen. Beide artikelen zijn te raadplegen via EUR-Lex, in de volledige tekst van Verordening (EU) 2024/1781.

Wat nu te doen

Voor wie op basis hiervan wil vaststellen welke rol bij een specifieke kledinglijn of collectie hoort, is het raadzaam de eigen inkoop- en merkstructuur naast artikel 27 en artikel 29 van de ESPR te leggen, of de officiële tekst op EUR-Lex te raadplegen bij twijfel over een grensgeval. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd, komt hier de concrete datum en de nadere invulling van beide rollen voor kleding en textiel te staan.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) maakt een scherp onderscheid tussen fabrikanten en importeurs, en dat onderscheid bepaalt welke verplichtingen er gelden. Voor een bedrijf dat kleding onder eigen naam op de Europese markt zet, is dat onderscheid niet altijd meteen duidelijk — vooral omdat de dagelijkse praktijk (zelf ontwerpen, laten produceren in een fabriek buiten de EU, zelf importeren en verkopen) elementen van beide rollen bevat. De wet kijkt niet naar wie het kledingstuk feitelijk heeft geweven of genaaid, maar naar wie het product onder zijn naam of merk op de markt brengt, en wie het van buiten de EU naar binnen haalt.

Wie kleding laat maken door een externe fabriek en die kleding onder een eigen merk verkoopt, wordt in de meeste gevallen gezien als fabrikant in de zin van de verordening — ook al staat er geen naaimachine in het eigen pand. Wie kleding van een merk uit een ander werelddeel inkoopt en die als eerste binnen de EU op de markt brengt, is doorgaans importeur. Een bedrijf kan ook beide rollen combineren, bijvoorbeeld wanneer een deel van de collectie onder eigen label wordt geproduceerd en een ander deel wordt doorverkocht van een fabrikant buiten de EU.

Wat er van u wordt verwacht

Als fabrikant: verantwoordelijkheid voor de inhoud van het paspoort

Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de verplichtingen voor fabrikanten vast. De fabrikant is verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie die in het productpaspoort komt: materiaalsamenstelling, herkomst, en de andere gegevens die de gedelegeerde handeling voor kleding gaat voorschrijven. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat de gegevens die van de eigen productieketen komen — van stofleverancier tot confectieatelier — op orde en herleidbaar moeten zijn. Wie zelf niet weeft of naait, maar wel als fabrikant wordt aangemerkt omdat het product onder eigen merk verkocht wordt, draagt deze verantwoordelijkheid evengoed. Dat raakt bedrijven die onder hun eigen merk verkopen en bedrijven die met private label collecties werken op dezelfde manier.

Als importeur: controle vóór het op de markt brengen

Artikel 29 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de verplichtingen voor importeurs. De importeur moet, voordat een product op de EU-markt wordt gebracht, nagaan of de fabrikant aan de vereisten heeft voldaan — waaronder het aanwezig zijn van een productpaspoort. Voor een bedrijf dat inkoopt bij een fabrikant buiten de EU betekent dit dat er een controlerende rol bijkomt, ook als het bedrijf zelf niets aan het ontwerp of de materialen heeft veranderd. Deze rol wordt in de praktijk vaak onderschat, omdat "gewoon doorverkopen" aanvoelt als een eenvoudige schakel, terwijl de verordening juist op dit punt een eigen verantwoordelijkheid neerlegt.

Bij twijfel over de eigen rol

Een bedrijf dat inkoopt bij een fabriek buiten de EU, maar het eindproduct onder een eigen merknaam verkoopt, valt in de praktijk vaak onder een dubbele kwalificatie of onder de rol van fabrikant — omdat de verordening kijkt naar wie de naam of het merk op het product zet. Wie hier zelf niet goed uitkomt, vindt een uitgebreidere uitleg over de rolverdeling op de pagina wie verantwoordelijk is voor het productpaspoort van kleding en textiel.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak terugkomt: een bedrijf denkt dat het "slechts" importeur is, omdat de kleding volledig kant-en-klaar wordt ingekocht bij een fabriek in het buitenland — terwijl het eigen merklabel erin zit. Zodra het eigen merk op het kledingstuk staat, telt dat mee bij het bepalen van de rol, en dat wordt nog wel eens over het hoofd gezien.

Een tweede situatie: bedrijven die zowel importeren als onder eigen label laten produceren, behandelen hun hele assortiment als één categorie, terwijl de twee productlijnen onder verschillende verplichtingen kunnen vallen. Het productpaspoort van de ingekochte collectie vraagt om een andere aanpak dan dat van de eigen label-lijn.

Een derde situatie ontstaat wanneer de fabriek zich buiten de EU bevindt en het bedrijf ervan uitgaat dat "de fabriek dat wel regelt". De verordening legt de verantwoordelijkheid echter bij degene die het product in de EU op de markt brengt, niet automatisch bij de buitenlandse producent. Meer hierover staat op de pagina over een fabrikant die buiten de Europese Unie zit.

Een vierde situatie: een bedrijf gaat ervan uit dat omdat het geen fabriek bezit, het geen fabrikant kan zijn — en mist daardoor de verplichtingen uit artikel 27. De juridische term "fabrikant" in de ESPR is losgekoppeld van de fysieke productie en gekoppeld aan het merk en het op de markt brengen.

Een vijfde situatie speelt bij bedrijven die via meerdere kanalen verkopen, bijvoorbeeld ook via een marktplaats. De rolverdeling kan dan per verkoopkanaal verschillen, wat te maken heeft met de vraag wat het productpaspoort betekent bij verkoop via een online marktplaats.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per productlijn of collectie van wie als fabrikant en wie als importeur wordt aangemerkt, inclusief de onderbouwing daarvan.
  • Afspraken met de externe fabriek of confectieatelier over welke gegevens worden aangeleverd en in welke vorm.
  • Een intern document waarin wordt vastgelegd wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de controle vóór het op de markt brengen, in lijn met artikel 29 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781).
  • Een dossier per merk of label, zeker wanneer een bedrijf zowel eigen label als ingekochte collecties voert, zodat de verplichtingen niet worden gemengd.
  • Correspondentie met leveranciers waarin gevraagd wordt naar materiaalsamenstelling en herkomst, als basis voor de gegevens die in het paspoort moeten komen.
  • Een vaste werkwijze voor nieuwe collecties, zodat bij elke nieuwe inkoop of productielijn opnieuw wordt vastgesteld welke rol van toepassing is.

Voor bedrijven die twijfelen of hun activiteiten toch onder een andere rol vallen, zoals distributie of groothandel, is het verstandig om ook de verplichtingen van een distributeur of handelaar of van een groothandel in kleding te bekijken — de scheidslijnen tussen deze rollen zijn niet altijd vanzelfsprekend, en de verordening koppelt de verplichtingen aan de rol, niet aan de bedrijfsnaam op de deur.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.