Ik laat kleding onder mijn eigen label maken — wie maakt het paspoort?
Wie het paspoort samenstelt bij private label
In de meeste gevallen is het merk dat de kleding onder eigen naam of logo op de markt brengt, de partij die verantwoordelijk is voor het digitaal productpaspoort — ook als het kledingstuk feitelijk bij een externe confectiefabriek wordt genaaid. De ESPR kijkt niet primair naar wie de naald bedient, maar naar wie het product onder zijn eigen naam aan de consument aanbiedt. Wie een collectie laat produceren en er zijn eigen label in laat naaien, treedt daarmee in de praktijk op als fabrikant in de zin van de verordening, met de bijbehorende verplichtingen rond productinformatie. De feitelijke productielocatie, de naaierij of het textielbedrijf dat in opdracht werkt, blijft in dat plaatje een belangrijke schakel: die partij levert de gegevens over materialen, herkomst en productieproces aan, maar het merk is degene die het paspoort laat samenstellen en op de markt verantwoordelijk voor is.
Voor wie dit geldt, en voor wie niet
Dit onderscheid is relevant voor drie verschillende rollen die in de private-labelketen vaak door elkaar lopen. Het merk of de importeur die kleding onder eigen naam verkoopt, valt doorgaans onder de verplichtingen voor fabrikanten. De confectiefabriek of textielleverancier die in opdracht produceert zonder zelf een merk op de markt te brengen, valt onder de regels voor actoren in de toeleveringsketen: zij leveren gegevens aan, maar zijn niet degene die het paspoort naar de consument communiceert. Een tussenpersoon die alleen inkoopt en doorverkoopt zonder eigen merk te voeren, zit weer in een andere positie dan een merk dat zijn naam op het kledingstuk zet. Dit stuk gaat over de situatie waarin een bedrijf zijn eigen label op kleding laat zetten die elders wordt gemaakt — niet over de fabriek zelf, en niet over puur ongebrande doorverkoop.
Wanneer dit gaat gelden
Deze datum staat nog niet vast. Wat wel vaststaat: het ESPR-werkplan 2025-2030 noemt een gedelegeerde handeling voor textiel en kleding die verwacht wordt in 2027, en kleding met tachtig procent of meer textielvezels komt daarbij als eerste categorie aan de beurt. Pas met die gedelegeerde handeling worden de precieze eisen aan het kledingpaspoort — welke gegevens, welke datadrager, welke uitzonderingen — definitief vastgelegd. Tot die handeling is gepubliceerd, gelden de algemene verplichtingen uit de ESPR wel als kader, maar ontbreken de productspecifieke details voor textiel. Zodra de handeling gepubliceerd is, wordt de datum op deze pagina bijgewerkt.
Wat dit betekent voor de aanpak
De volgorde waarin dit in de praktijk wordt opgepakt, begint bij het vaststellen van de eigen rol: wie het merk voert en de kleding onder eigen naam verkoopt, doet er verstandig aan uit te gaan van de fabrikantrol, ongeacht waar genaaid wordt. Daarna volgt het in kaart brengen van de eigen toeleveringsketen — welke fabriek, welke stofleverancier, welke wasserij of afwerkingsbedrijf betrokken is bij een collectie, en welke gegevens zij over materiaal, samenstelling en herkomst kunnen aanleveren. Een derde stap is het vastleggen van die gegevensaanlevering in de bestaande inkoopafspraken met fabrikanten en leveranciers, zodat de benodigde informatie niet achteraf per collectie opgezocht hoeft te worden. Vervolgens is het een kwestie van die gegevens laten samenvoegen tot het paspoort, hosten voor de vereiste periode en voorzien van de QR-datadrager op het kledingstuk — dat is het deel van het proces dat een platform als texpas.eu voor zijn rekening neemt op basis van de aangeleverde gegevens van de fabrikant of importeur. Wie nu al met leveranciers werkt, kan dus zonder op de gedelegeerde handeling te wachten alvast beginnen met het ordenen van materiaal- en herkomstgegevens per artikel; dat werk is straks sowieso nodig, welke exacte vorm de eisen ook krijgen.
De wettelijke basis: artikel 27 en 38 ESPR
Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de verplichtingen van fabrikanten, waaronder de partij die een product onder eigen naam op de markt brengt ook wanneer de productie is uitbesteed. Artikel 38 van dezelfde verordening beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen, de partijen die grondstoffen, halffabricaten of confectiewerk leveren zonder zelf als merk naar de consument op te treden. Samen bepalen deze artikelen dat de verantwoordelijkheid voor het paspoort bij het merk ligt, terwijl de onderliggende gegevens vaak van elders in de keten moeten komen.
Wie nu al kleding onder eigen label laat maken, kan het beste starten met het inventariseren van de eigen productieketen en het vastleggen van gegevensafspraken met fabrikanten en leveranciers — dat voorwerk blijft bruikbaar zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd en de exacte eisen bekend worden.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 27 (verplichtingen van fabrikanten)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 38 (vereisten voor actoren in de toeleveringsketen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Kleding onder eigen label laten maken is een vertrouwde constructie in de mode-industrie: een fabriek produceert, het label op het kledingstuk draagt uw merknaam. Onder de ESPR is die merknaam bepalend voor de vraag wie met het productpaspoort aan de slag moet. Wie zijn naam of handelsmerk op het product zet, wordt in de meeste gevallen aangemerkt als fabrikant in de zin van artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) — ook als de productie volledig is uitbesteed. De feitelijke productielocatie is voor deze vraag niet het aanknopingspunt; het merk op het kledingstuk is dat wel.
De verplichtingen van artikel 27 komen op het merk te liggen
Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de fabrikant een reeks verplichtingen op: zorgen dat het product voldoet aan de ecologische ontwerpvereisten, het productpaspoort opstellen en actueel houden, en technische documentatie beschikbaar houden. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat zelf niets produceert maar wel het merk voert, betekent dit dat de verantwoordelijkheid voor het paspoort in de praktijk bij het eigen bedrijf ligt, ook als de kennis over materialen en productieprocessen bij de fabriek zit. Dat vraagt om een werkwijze waarin gegevens van de fabriek stelselmatig worden opgevraagd, gecontroleerd en verwerkt — niet om een eenmalige actie bij de eerste bestelling.
Onderscheid tussen eigen merk en toelevering aan een ander merk
Een fabriek die voor meerdere private label-klanten produceert, is voor de ESPR geen fabrikant van die producten; zij is toeleverancier. Artikel 38 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: zij moeten de informatie leveren die nodig is om aan de ecologische ontwerpvereisten te voldoen, maar het samenstellen en beheren van het paspoort zelf is niet hun taak. Voor een private label-bedrijf betekent dit dat de fabriek een leverancier van gegevens is, geen partij die het paspoort namens u regelt — tenzij dat contractueel anders is afgesproken en die afspraak ook waargemaakt kan worden.
Vastleggen wie welke rol heeft, voordat de productie start
Omdat de rolverdeling niet automatisch volgt uit wie feitelijk het kledingstuk maakt, is het voor een private label-bedrijf verstandig om bij de start van een productierelatie vast te leggen wie welke rol vervult. Dat voorkomt dat bij een controle of een vraag van een afnemer niemand weet wie verantwoordelijk is. Op de pagina Wie is verantwoordelijk voor het productpaspoort van kleding en textiel? staat hoe die rolverdeling in algemene zin werkt; voor de situatie waarin een eigen merk wordt gevoerd op een product dat elders wordt gemaakt, geeft Ik verkoop kleding en textiel onder mijn eigen merk — welke verplichtingen krijg ik? een verdere uitwerking.
Als de fabriek buiten de EU zit
Veel private label-bedrijven laten produceren in fabrieken buiten de Europese Unie. Dat verandert niets aan de rol van het merk als fabrikant, maar het voegt wel een praktisch punt toe: gegevens moeten over een grotere afstand en vaak over een taalbarrière heen worden verzameld. Wat dat concreet betekent voor de informatiestroom staat beschreven op Mijn fabrikant zit buiten de Europese Unie — wie regelt het productpaspoort dan?.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt terug bij private label-bedrijven die met het productpaspoort aan de slag gaan.
De eerste is de veronderstelling dat de fabriek het paspoort wel regelt, omdat de fabriek immers de materialen en processen kent. Kennis van het product is niet hetzelfde als verantwoordelijkheid voor het paspoort; die verantwoordelijkheid volgt het merk, niet de productielocatie.
De tweede is een collectie met meerdere fabrieken per seizoen, waarbij per fabriek andere gegevens binnenkomen — de een levert een volledig samenstellingsoverzicht, de ander een summiere factuur. Zonder een vast format ontstaat een lappendeken aan documentatie die bij een audit moeilijk te herleiden is naar één sluitend paspoort per artikel.
De derde is het ontbreken van een schriftelijke afspraak over wie de gegevens aanlevert, in welke vorm en voor welke datum. Mondelinge afspraken met een fabriek werken vaak goed tot het moment dat een levering vertraagd is en niemand meer weet wie welk stuk informatie zou aanleveren.
De vierde situatie is een wisseling van fabriek halverwege een seizoen, bijvoorbeeld omdat een productielocatie capaciteit tekortkomt. Het paspoort van het oorspronkelijke artikel is dan mogelijk niet meer accuraat, terwijl het artikelnummer en het label ongewijzigd blijven — de gegevens achter het paspoort moeten dan wel meebewegen.
De vijfde is het door elkaar halen van de eigen rol met die van een groothandel of tussenpersoon in de keten. Wie zelf een merk voert, is niet vanzelf hetzelfde als een partij die alleen doorverkoopt; het onderscheid tussen die rollen staat toegelicht op ik ben groothandel in kleding, wat zijn mijn verplichtingen bij het productpaspoort.
Wat u kunt vastleggen
- Een productieovereenkomst met de fabriek waarin is opgenomen welke gegevens worden aangeleverd, in welke vorm en op welk moment in het productieproces.
- Een vast aanleverformat voor materiaalsamenstelling, herkomst van grondstoffen en gebruikte chemicaliën, zodat gegevens van verschillende fabrieken onderling vergelijkbaar en verwerkbaar zijn.
- Een intern overzicht per collectie of artikelnummer van welke fabriek welk product heeft gemaakt, inclusief eventuele wijzigingen van fabriek gedurende het seizoen.
- Contactgegevens en een aanspreekpunt bij elke fabriek voor vragen over de samenstelling van een specifiek artikel, ook na afronding van de order.
- Een archief van de aangeleverde documentatie per artikel, gekoppeld aan de periode waarin dat artikel is verkocht.
Deze vastleggingen vormen de basis waarop een paspoort kan worden samengesteld en, wanneer daarom wordt gevraagd, kan worden onderbouwd. Wat er gebeurt wanneer die onderbouwing ontbreekt, staat beschreven op Wat gebeurt er als ik geen productpaspoort heb voor mijn kleding en textiel?
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.