texpas.eu

Welke gegevens moet ik bij mijn leverancier van kleding en textiel opvragen?

De leverancier levert de basisgegevens voor het paspoort

Wat er precies opgevraagd wordt, is de informatie die nodig is om het digitale productpaspoort samen te stellen: gegevens over de samenstelling van het kledingstuk, waar het gemaakt is, welke materialen en grondstoffen erin zijn verwerkt, en welke eigenschappen het product heeft op het gebied van duurzaamheid, herstelbaarheid en recyclebaarheid. Dit volgt uit de opzet van de ESPR: het paspoort bevat productinformatie die is vastgelegd per productgroep (artikel 10 van de ESPR), en de partijen in de toeleveringsketen — fabrikant, importeur, leverancier — zijn degenen die deze informatie beschikbaar stellen aan wie het paspoort samenstelt (artikel 38 van de ESPR). Voor kleding en textiel is de exacte lijst met verplichte gegevens nog niet vastgesteld; die komt in een aparte gedelegeerde handeling die specifiek voor deze productgroep wordt opgesteld. Tot die tijd is wel duidelijk welke categorieën van informatie relevant zijn, omdat die categorieën terugkomen in de structuur van de verordening zelf.

Voor de herkomst en samenstelling van het product, niet voor elk bedrijfsgeheim

Dit gaat over informatie die nodig is om aan de eisen voor het productpaspoort te voldoen: materiaalsamenstelling, herkomst, en gegevens die relevant zijn voor duurzaamheid en circulariteit van het specifieke product. Het gaat niet over interne bedrijfsprocessen van de leverancier die geen rol spelen in het paspoort, en ook niet over informatie die als vertrouwelijk geldt zonder dat die nodig is voor de verplichte gegevens. De verordening richt de verplichting op actoren in de toeleveringsketen in relatie tot hun rol bij het product (artikel 38 van de ESPR) — niet op een algemene informatieplicht los daarvan. Ook geldt: zolang de gedelegeerde handeling voor kleding en textiel er niet is, ligt er nog geen wettelijke verplichting om deze gegevens per se in een paspoort te verwerken. Wat nu al zinvol is, is dat de gegevens worden verzameld en vastgelegd, zodat ze klaarliggen zodra de verplichting ingaat.

Nog geen vaste datum, wel een bekend tijdpad

Een harde ingangsdatum voor kleding en textiel staat nog niet vast. Volgens het werkplan van de Europese Commissie voor de ESPR (2025-2030) wordt de gedelegeerde handeling voor textiel in 2027 verwacht, waarbij kleding met een vezelaandeel van tachtig procent of meer als eerste aan de beurt is. Zodra die handeling is gepubliceerd, staat vast welke gegevens verplicht zijn en per wanneer. Tot die tijd is er geen wettelijke verplichting om een digitaal productpaspoort te voeren voor kleding, maar de voorbereiding — het opvragen en ordenen van gegevens bij leveranciers — kan al beginnen, juist omdat dit vaak de stap is die de meeste tijd kost.

In de praktijk: waar te beginnen

Handig is om te starten bij de vezelsamenstelling en het land van productie, omdat dit de gegevens zijn die vrijwel elke leverancier al vastlegt voor etikettering en douane, en die naar verwachting ook in het textielpaspoort terugkomen. Daarna is het zinvol om te vragen naar informatie over gebruikte chemische stoffen en naar herkomst van grondstoffen, voor zover de leverancier die gegevens al bijhoudt voor eigen naleving of certificering. Vervolgens komt informatie over duurzaamheid en herstelbaarheid van het product in beeld: gegevens over levensduur, reparatiemogelijkheden of recyclinginhoud, voor zover deze al bestaan bij de leverancier. Praktisch is het ook om vast te leggen wie welke gegevens levert en hoe actueel die zijn, zodat de gegevens later niet opnieuw opgevraagd hoeven te worden zodra de gedelegeerde handeling gepubliceerd is. Wie deze gegevens nu al ordent, hoeft bij publicatie van de handeling alleen nog te toetsen of de gegevens volledig zijn, in plaats van bij nul te beginnen.

De basis: artikel 38 en artikel 10 van de ESPR

Dat leveranciers en andere actoren in de toeleveringsketen informatie beschikbaar stellen, volgt uit artikel 38 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat vereisten stelt aan actoren in de toeleveringsketen. Welke informatie in het paspoort zelf terechtkomt, volgt uit artikel 10 van de ESPR, dat de vereisten voor het digitale productpaspoort beschrijft. Beide artikelen zijn generiek geformuleerd in de basisverordening; de concrete invulling voor kleding en textiel — welke gegevens precies, in welke vorm — volgt uit de gedelegeerde handeling die nog voor deze productgroep wordt opgesteld.

Wat nu te doen

Wie kleding of textiel op de markt brengt, kan alvast bij leveranciers vragen naar vezelsamenstelling, land van productie, gebruikte chemische stoffen en bestaande gegevens over duurzaamheid of herstelbaarheid, en deze gegevens gestructureerd vastleggen per product. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel gepubliceerd is, staat hier de exacte datum en de volledige lijst met verplichte gegevens.

Wat u concreet moet doen

Een kledingmerk of importeur dat het digitale productpaspoort laat samenstellen, is afhankelijk van de gegevens die de fabrikant aanlevert. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt in artikel 38 vast dat actoren in de toeleveringsketen verplicht zijn de informatie te verstrekken die nodig is om aan de paspoortverplichtingen te voldoen. Dat betekent in de praktijk: wie inkoopt bij een fabrikant, moet weten welke gegevens die fabrikant moet aanleveren, en wanneer die compleet en bruikbaar zijn.

Wat er van u wordt verwacht

Vaststellen welke gegevens het paspoort nodig heeft

Artikel 10 van de ESPR beschrijft welke informatie een digitaal productpaspoort moet bevatten; de precieze inhoud voor kleding en textiel volgt uit de gedelegeerde handeling voor deze productgroep. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat er, voordat de leverancier iets gevraagd wordt, een lijst moet liggen van wat het paspoort straks precies vraagt: materiaalsamenstelling, herkomst, onderhoudsinstructies en vergelijkbare gegevens. Zonder die lijst is elke vraag aan de leverancier een gok.

Navragen bij de fabrikant of importeur

De verplichting uit artikel 38 rust op actoren in de toeleveringsketen, niet automatisch op het merk dat het eindproduct verkoopt. Praktisch betekent dit dat een merk of importeur zelf het initiatief moet nemen om gegevens op te vragen bij de fabrikant, en niet kan wachten tot de fabrikant ze spontaan aanlevert. Voor een importeur die van buiten de EU inkoopt speelt dit nog sterker; wat het productpaspoort betekent bij invoer van buiten de Europese Unie beschrijft welke rol de importeur daarbij krijgt.

Vastleggen van herkomst en confectie

Een deel van de gegevens die het paspoort nodig heeft, gaat over waar en door wie een kledingstuk is gemaakt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat inkoop en kwaliteitscontrole moeten weten welk kledingstuk bij welke fabriek en welk land vandaan komt, ook als de productie via een tussenpartij loopt. Of het land van confectie in het productpaspoort moet gaat verder in op deze vraag.

Omgaan met meerdere fabrikanten per product

Veel kledingstukken worden niet bij één fabriek gemaakt: weven, verven, naaien en afwerken kunnen bij verschillende partijen liggen. Voor een bedrijf dat met meerdere schakels werkt, betekent dit dat vooraf duidelijk moet zijn wie welk deel van de gegevens levert, zodat niemand aanneemt dat een ander dat al heeft gedaan. Wie welke gegevens levert als een kledingstuk bij meerdere fabrikanten wordt gemaakt beschrijft hoe die verdeling er in de praktijk uitziet.

Bewijsstukken en certificaten meenemen

Certificaten zoals GOTS of OEKO-TEX kunnen een deel van de onderbouwing vormen voor wat er in het paspoort staat. Voor een bedrijf betekent dit dat certificaten niet los van de leveranciersvraag moeten worden opgevraagd, maar als onderdeel van hetzelfde verzoek: welk certificaat hoort bij welke partij stof of welk kledingstuk, en hoe lang is dat certificaat geldig. Of een GOTS of OEKO-TEX certificaat gebruikt kan worden als bewijs in het productpaspoort gaat hier verder op in.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen steeds terug bij bedrijven die voor het eerst gegevens bij hun leverancier opvragen.

De vraag is te algemeen. Een e-mail met "stuur ons alle gegevens voor het productpaspoort" levert vaak niets bruikbaars op. Een fabrikant weet niet wat er precies wordt bedoeld en stuurt een paar willekeurige documenten terug, of helemaal niets.

Gegevens komen op productniveau, terwijl het paspoort op partijniveau nodig is — of omgekeerd. Materiaalsamenstelling kan per productiepartij verschillen, terwijl een merk soms uitgaat van één vast gegeven per artikelnummer. Die mismatch komt vaak pas aan het licht als het paspoort al wordt samengesteld.

Certificaten zijn verlopen of gelden niet voor de juiste partij. Een GOTS-certificaat dat een jaar geleden is afgegeven voor een andere leverancier of een andere stof, wordt soms toch meegestuurd omdat het "in de map zit". Zonder controle blijft dat onopgemerkt.

De leverancier reageert traag of onvolledig, en er is geen vervolgstap afgesproken. Wanneer een fabrikant simpelweg niet antwoordt of maar de helft van de gevraagde gegevens levert, ontbreekt vaak een vastgelegde afspraak over wat er dan gebeurt. Wat te doen als de leverancier de gegevens niet levert gaat in op deze situatie.

Niemand controleert of de aangeleverde gegevens klopt. Gegevens worden overgenomen zoals ze binnenkomen, zonder dat iemand nagaat of de materiaalsamenstelling overeenkomt met wat er daadwerkelijk in het kledingstuk zit. Hoe de gegevens van een leverancier op juistheid gecontroleerd kunnen worden beschrijft welke stappen daarbij passen.

Wat u kunt vastleggen

Een aantal documenten en afspraken maakt het opvragen van leveranciersgegevens minder afhankelijk van toeval:

  • Een vaste gegevenslijst per productgroep, zodat elke leverancier dezelfde vragen krijgt en niets wordt overgeslagen.
  • Een afspraak in het inkoopcontract over levering van paspoortgegevens, inclusief wat er gebeurt bij onvolledige of late aanlevering; hoe de levering van paspoortgegevens in een inkoopcontract vastgelegd kan worden beschrijft hoe zo'n afspraak eruit kan zien.
  • Een overzicht van welke fabriek welk onderdeel van een kledingstuk maakt, met bijbehorende contactpersoon, voor producten die via meerdere schakels tot stand komen.
  • Een register van certificaten per leverancier en per partij, met geldigheidsdatum en het productonderdeel waarop het certificaat van toepassing is.
  • Een vastgelegde controleprocedure voor binnenkomende gegevens, zodat afwijkingen tussen wat wordt aangeleverd en wat feitelijk klopt, worden opgemerkt voordat ze in het paspoort terechtkomen.
  • Een afspraak over audits bij de leverancier, voor merken die willen vaststellen of de aangeleverde gegevens overeenkomen met de werkelijke productieomstandigheden; of een leverancier in het buitenland gecontroleerd moet worden voor het productpaspoort gaat in op deze mogelijkheid.

Wie deze punten vooraf vastlegt, voorkomt dat het samenstellen van het paspoort vertraagd wordt door gegevens die op het laatste moment nog moeten worden opgevraagd, gecontroleerd of aangevuld.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.