mijn kledingstuk wordt bij meerdere fabrikanten gemaakt, wie levert welke gegevens
Eén paspoort, verantwoordelijkheid ligt bij de fabrikant
Bij een kledingstuk dat via meerdere fabrikanten tot stand komt — bijvoorbeeld weven of breien bij de één, verven of afwerken bij de ander, confectie bij een derde — komt er niet per fabrikant een eigen paspoort. Er is één digitaal productpaspoort per product, en de verantwoordelijkheid voor het compleet en correct aanleveren daarvan ligt bij degene die volgens de ESPR als fabrikant geldt: meestal de partij die het kledingstuk onder haar naam of merk op de markt brengt. Die partij moet de gegevens over de eerdere stappen in de keten wél kunnen achterhalen, en daar zit voor kledingmerken en importeurs de praktische kern van de vraag.
Voor wie dit geldt en waar de grens ligt
Deze uitleg gaat over de situatie waarin een kledingstuk door verschillende bedrijven in de toeleveringsketen wordt bewerkt voordat het als eindproduct verkocht wordt — dus niet over een merk dat zelf ontwerpt en produceert in één fabriek. De verplichting om het paspoort samen te stellen en te laten kloppen rust op de fabrikant volgens artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), en dat is doorgaans niet de wever, de verver of de confectiefabriek los, maar de partij die het eindproduct onder haar naam in de handel brengt. Die andere schakels in de keten — grondstofleverancier, wever, verver, confectiefabriek — hebben op hun beurt wel een eigen rol: artikel 38 van de ESPR verplicht actoren in de toeleveringsketen om relevante informatie over hun deel van het product beschikbaar te stellen aan degene die verderop in de keten het paspoort moet samenstellen. Het gaat dus niet om vier losse paspoorten, maar om vier partijen die ieder een deel van de informatie leveren voor één paspoort.
Dit gaat niet over de vraag wie welk certificaat mag afgeven of wie aansprakelijk is voor een gebrek in het product — dat zijn andere kwesties met andere regels. Het gaat hier specifiek over de informatiestroom die nodig is om het paspoort te vullen.
Wanneer dit relevant wordt
De datum waarop het productpaspoort voor kleding verplicht wordt, staat nog niet vast. De ESPR is de kaderwet; per productgroep bepaalt een gedelegeerde handeling wanneer en voor welke producten het paspoort verplicht wordt, en wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepalend is is voor kleding nog niet gepubliceerd. Voor kleding met tachtig procent of meer textielvezels wordt die handeling het eerst verwacht, maar zolang die er niet is, is er ook geen wettelijke verplichting om het paspoort te leveren. Tot die tijd is het wel zinvol om te weten welke partij in een keten van meerdere fabrikanten straks welke informatie moet leveren, zodat de informatiestroom niet pas bij de deadline geregeld wordt.
Hoe dit in de praktijk uitgezoekt wordt
Wie een kledingstuk via meerdere fabrikanten laat maken, begint met het vaststellen wie in die keten de fabrikant in de zin van de ESPR is — meestal degene die het merk voert en het product op de markt brengt. Die partij is verantwoordelijk voor het complete paspoort en moet dus bij elke voorafgaande schakel de relevante gegevens ophalen: materiaalsamenstelling en herkomst bij de weverij, gebruikte stoffen en processen bij de verver, en confectiegegevens bij de naaiatelier. Praktisch is het handig om per schakel te bepalen welke gegevens die specifiek kan leveren — welke gegevens bij een leverancier van kleding en textiel opgevraagd worden geeft daarvoor een aanknopingspunt, ook als het om meerdere leveranciers tegelijk gaat.
Omdat de informatie via meerdere schakels loopt, is het risico dat een schakel iets niet levert of niet op tijd levert groter dan bij één fabrikant. Het is daarom verstandig om deze afspraak niet mondeling te laten, maar vast te leggen wie wat aanlevert en op welk moment; hoe de levering van paspoortgegevens in een inkoopcontract vastgelegd wordt is daarvoor een logische volgende stap. Als een van de schakels — bijvoorbeeld de confectiefabriek in het buitenland — de gegevens uiteindelijk niet aanlevert, is dat een aparte situatie met een eigen aanpak, los van de vraag wie in de keten welk deel moet leveren.
De wettelijke basis: artikel 27, 38 en 10 van de ESPR
Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de verplichtingen van de fabrikant vast, waaronder het zorgen dat het digitale productpaspoort aanwezig en correct is. Artikel 38 van dezelfde verordening regelt de verplichtingen van andere actoren in de toeleveringsketen: zij moeten de informatie die nodig is voor het paspoort beschikbaar stellen aan de partij die verderop in de keten verantwoordelijk is. Artikel 10 beschrijft de inhoudelijke vereisten waaraan het paspoort zelf moet voldoen, ongeacht hoeveel partijen bij de productie betrokken waren — het paspoort blijft één geheel per product, samengesteld uit de bijdragen van de verschillende schakels.
Wat nu te doen
Voor een kledingstuk dat via meerdere fabrikanten tot stand komt, is het zinvol om nu al in kaart te brengen welke schakel welk deel van de informatie in huis heeft, en dat gesprek aan te gaan vóórdat de gedelegeerde handeling voor kleding gepubliceerd is. Wie twijfelt of het eigen assortiment straks onder de verplichting valt, kan dat eerst nagaan via de vraag of het productpaspoort geldt voor het eigen kleding- en textielassortiment.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 38 (vereisten voor actoren in de toeleveringsketen)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 27 (verplichtingen van fabrikanten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Een kledingstuk komt zelden van één adres. Het weefsel komt van een spinnerij, de stof wordt geverfd door een ander bedrijf, de confectie gebeurt bij een derde partij, en het merk dat het kledingstuk op de markt brengt zit weer op een ander adres. Voor het productpaspoort is dat geen technisch detail — het bepaalt wie welke informatie moet aanleveren en wie er verantwoordelijk voor is dat het geheel klopt.
De fabrikant blijft eindverantwoordelijk
Artikel 27 van de ESPR legt de verplichtingen voor het productpaspoort bij de fabrikant. Dat is degene die het product onder zijn naam of merk op de markt brengt, ook als die fabrikant zelf geen naald heeft aangeraakt. Voor een bedrijf van tien tot honderd medewerkers betekent dit meestal dat het merk of de importeur die de collectie samenstelt, de partij is die het paspoort moet laten kloppen — niet de fabriek die het kledingstuk heeft gesneden en gestikt. Praktisch verandert dit niets aan wie het naaiwerk doet, maar wel aan wie de rekening krijgt als de gegevens ontbreken of onjuist zijn.
Actoren in de toeleveringsketen leveren aan, niet af
Artikel 38 van de ESPR gaat over de partijen die vóór de fabrikant in de keten zitten: de spinnerij, de weverij, de verffabriek, de confectieateliers. Zij moeten de informatie die binnen hun schakel ontstaat, doorgeven aan de volgende partij in de keten — uiteindelijk komt die informatie bij de fabrikant terecht die het paspoort moet samenstellen. Voor een bedrijf dat met meerdere fabrikanten werkt betekent dit dat de keten alleen werkt als iedere schakel zijn deel daadwerkelijk doorgeeft. Eén fabriek die vezelherkomst niet vastlegt, is genoeg om het hele paspoort onvolledig te maken.
Het paspoort moet één geheel vormen, ongeacht het aantal leveranciers
Artikel 10 van de ESPR beschrijft waar het digitale productpaspoort aan moet voldoen: het moet gekoppeld zijn aan een specifiek product en de vereiste informatie moet compleet en juist zijn. Dat artikel maakt geen onderscheid naar hoeveel fabrikanten aan een kledingstuk hebben meegewerkt. Voor een bedrijf met een gespreide productieketen betekent dit dat er iemand moet zijn die alle deelgegevens bij elkaar brengt tot één paspoort per product — dat is niet automatisch de fabriek die als laatste het label erin naait.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in een gespreide productieketen steeds terug.
De confectiefabriek denkt dat de stofleverancier de vezelgegevens al heeft doorgegeven, en omgekeerd. Beide partijen gaan ervan uit dat de ander het regelt, en niemand checkt het. Het resultaat is een gat in de gegevens dat pas opvalt als het paspoort al samengesteld moet worden.
Twee fabrieken leveren tegenstrijdige informatie over dezelfde partij stof. Bijvoorbeeld een ander vezelpercentage, of een ander land van herkomst voor het weefsel dan voor de confectie. Zonder een vaste procedure om dat te signaleren, komt zo'n tegenstrijdigheid pas aan het licht bij een controle.
Een van de fabrieken in de keten wordt vervangen, maar niemand past de vastgelegde gegevens aan. Het paspoort blijft verwijzen naar de oude leverancier, terwijl de productie inmiddels ergens anders gebeurt.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het land waar geweven is en het land waar geconfectioneerd is. Dat lijkt een detail, maar het is precies het soort vraag waar een douane of toezichthouder op door kan vragen; zie ook Moet ik het land van confectie in het productpaspoort zetten? voor hoe die twee zich tot elkaar verhouden.
Bij import van buiten de EU wordt aangenomen dat de buitenlandse fabriek de Europese regels al kent en er automatisch naar handelt. Dat is een aanname, geen zekerheid — de partij die het product de EU-markt op brengt, blijft degene die moet kunnen aantonen dat de gegevens kloppen. Wat dat voor invoer specifiek betekent, staat beschreven op Wat betekent het productpaspoort als ik kleding en textiel van buiten de EU invoer?
Wat u kunt vastleggen
Bij een keten met meerdere fabrikanten helpt het om vooraf vast te leggen wie wat levert, in plaats van dat pas te ontdekken bij het samenstellen van het paspoort.
- Een overzicht per productielijn van welke fabriek welk onderdeel levert — spinnen, weven, verven, confectie — met de gegevens die bij elke schakel horen. Zie Welke gegevens moet ik bij mijn leverancier van kleding en textiel opvragen? voor een uitgangspunt per schakel.
- Contractuele afspraken over levering van gegevens, bij voorkeur al opgenomen bij het aangaan van de samenwerking met elke fabriek, niet achteraf. Hoe zo'n afspraak eruit kan zien staat op Hoe leg ik de levering van paspoortgegevens vast in mijn inkoopcontract?
- Een vaste manier om aangeleverde gegevens te controleren op onderlinge tegenstrijdigheden, zeker wanneer meerdere fabrieken gegevens over dezelfde materialen leveren. Zie Hoe controleer ik of de gegevens van mijn leverancier kloppen?
- Certificaten per fabriek, zoals GOTS of OEKO-TEX, gekoppeld aan het specifieke onderdeel van de productie waarop ze betrekking hebben — niet aan het kledingstuk als geheel als de certificering maar één schakel dekt.
- Een procedure voor wijzigingen, zodat een vervanging van fabriek of onderaannemer ook leidt tot een aanpassing van de vastgelegde gegevens, in plaats van dat het paspoort verwijst naar een partij die niet meer in de keten zit.
- Een lijst van contactpersonen per fabriek die verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van gegevens, zodat er bij ontbrekende informatie een duidelijk aanspreekpunt is — wat te doen als die levering uitblijft, staat op Mijn leverancier levert de gegevens niet — wat kan ik doen?
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.