texpas.eu

kan ik mijn GOTS of OEKO-TEX certificaat gebruiken als bewijs in het productpaspoort

Bestaande certificaten zijn bruikbaar, maar geen vervanging

Een GOTS- of OEKO-TEX-certificaat kan meetellen als onderbouwing van een gegeven in het productpaspoort, maar het certificaat is niet zelf het paspoort en vervangt het ook niet. Het paspoort is een verzameling gegevens die op een vaste, digitaal leesbare manier wordt ontsloten via een datadrager, meestal een QR-code. Een certificaat van een keurmerk bewijst dat een product of proces aan bepaalde criteria voldoet, en dat bewijs kan gebruikt worden om een claim in het paspoort te onderbouwen — bijvoorbeeld een claim over biologisch katoen of over afwezigheid van bepaalde stoffen. Maar de gedelegeerde handeling voor textiel bepaalt straks zelf welke gegevens verplicht in het paspoort moeten staan, en die lijst is niet automatisch gelijk aan wat een certificaat afdekt. Een certificaat is dus een bouwsteen, niet het hele bouwwerk.

Voor welke gegevens dit wel en niet opgaat

Dit onderscheid is belangrijk: een certificaat als GOTS zegt iets over herkomst en verwerking van vezels, en OEKO-TEX-varianten zeggen iets over chemische stoffen of productieomstandigheden. Dat soort informatie kan overlappen met onderdelen van het paspoort, zoals vezelsamenstelling of de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen. Maar het paspoort omvat naar verwachting een breder pakket aan gegevens, waaronder mogelijk reparatie-informatie, recyclebaarheid en herkomst van het product als geheel. Voor die onderdelen biedt een bestaand certificaat vaak geen dekking, simpelweg omdat het certificaat daar niet over gaat. Ook zegt een certificaat niets over de vorm waarin gegevens worden aangeleverd: het paspoort vereist een digitale, gestructureerde ontsluiting, terwijl een certificaat doorgaans een document of beeldmerk is. Een certificaat is dus aanvullend bewijs voor een deel van de inhoud, niet een op-zichzelf-staand alternatief voor het paspoort als geheel.

Wanneer dit gaat spelen en wat er tot dan geldt

De verplichting tot een digitaal productpaspoort voor kleding en textiel volgt uit een gedelegeerde handeling die nog niet is vastgesteld. Volgens het werkplan van de ESPR voor de periode 2025-2030 wordt die handeling verwacht in 2027, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Een exacte datum waarop het paspoort verplicht wordt, staat dus nog niet vast — die komt pas met de publicatie van de gedelegeerde handeling zelf. Tot die tijd is er geen wettelijke verplichting om certificaten aan een paspoort te koppelen, simpelweg omdat het paspoort nog niet verplicht is. Wat wel al zin heeft in deze periode: bestaande certificaten ordenen en bewaren, zodat ze klaarstaan zodra de gegevensvereisten bekend zijn. Meer over de achtergrond van dit soort regelgeving staat beschreven bij wat een gedelegeerde handeling precies inhoudt en waarom die bepalend is.

Hoe dit in de praktijk aan te pakken

De eerste stap is nagaan welke informatie een bestaand certificaat daadwerkelijk dekt, en die koppelen aan het gegeven in het paspoort waar het bewijs voor dient — niet aan het paspoort als geheel. Een GOTS-certificaat onderbouwt bijvoorbeeld een claim over biologische vezels, niet een claim over de recyclebaarheid van een rits of knoop. De tweede stap is nagaan of het certificaat actueel is en of de scope aansluit bij het specifieke product waarvoor het paspoort wordt opgesteld; een certificaat dat voor een andere productlijn of een andere partij is afgegeven, dekt het huidige product mogelijk niet. De derde stap is vastleggen wie in de keten verantwoordelijk is voor het aanleveren van dat certificaat en de onderliggende gegevens, want in de praktijk komt een certificaat vaak van de fabrikant, terwijl het merk of de importeur het paspoort samenstelt. Dat is een goed moment om te bepalen welke gegevens er bij de leverancier van kleding en textiel opgevraagd moeten worden, zodat certificaten niet los van de rest van de gegevensstroom binnenkomen. Voor kledingstukken die via meerdere schakels tot stand komen, is het daarnaast nuttig om te bekijken wie welke gegevens levert wanneer een product bij meerdere fabrikanten wordt gemaakt, omdat een certificaat vaak maar één schakel in die keten afdekt. Wie deze afspraken vooraf vastlegt, voorkomt dat een certificaat pas bij het samenstellen van het paspoort blijkt te ontbreken of niet te passen.

De juridische basis: artikelen 5 tot en met 7, 39 en 40 van de ESPR

De algemene vereisten voor ecologisch ontwerp en de bijbehorende informatie- en prestatievereisten volgen uit de artikelen 5 tot en met 7 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR). Deze artikelen vormen de basis waarop een gedelegeerde handeling per productgroep, zoals textiel, concrete gegevensvereisten kan vaststellen. Artikel 39 van de ESPR regelt de test-, meet- en berekeningsmethoden die gebruikt worden om aan te tonen dat een product aan de vereisten voldoet — dit artikel is relevant omdat het bepaalt onder welke voorwaarden bewijsmateriaal, zoals uit een certificaat, geldig kan zijn binnen het systeem van het paspoort. Artikel 40 van de ESPR gaat over het voorkomen van omzeiling en verslechtering van prestaties, en onderstreept dat een certificaat op zichzelf geen vrijbrief is: de onderliggende gegevens moeten kloppen en actueel blijven. Samen laten deze artikelen zien dat certificaten kunnen functioneren als onderdeel van de bewijsvoering, maar dat de gedelegeerde handeling voor textiel uiteindelijk vaststelt welke gegevens verplicht zijn en hoe die aangetoond moeten worden.

Wat nu te doen

Wie nu al met certificaten werkt, kan het beste een overzicht bijhouden van welk certificaat welk gegeven dekt, per product en per leverancier, zodat dat overzicht klaarstaat zodra de gedelegeerde handeling voor textiel gepubliceerd wordt. Voor wie twijfelt of het paspoort straks van toepassing is op een specifiek product, geeft de pagina over of het digitaal productpaspoort geldt voor een bepaald kledingstuk of textielproduct een eerste richting.

Wat u concreet moet doen

GOTS, OEKO-TEX, een OCS-certificaat voor gerecycled materiaal: veel kledingmerken en importeurs hebben die documenten al liggen, vaak al jaren. De vraag is niet of zo'n certificaat waardevol is — dat is het — maar of het één-op-één binnen kan als bewijs in het digitale productpaspoort. Het antwoord is genuanceerder dan "ja" of "nee".

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft in de artikelen 5 tot en met 7 voor dat producten moeten voldoen aan ecologische ontwerpvereisten en dat daarover informatie beschikbaar moet zijn. Hoe die vereisten precies worden gemeten en aangetoond, staat in artikel 39: daar gaat het over de test-, meet- en berekeningsmethoden die worden gebruikt om vast te stellen of een product aan de eisen voldoet. Een bestaand certificaat kan relevant zijn voor die onderbouwing, maar de verordening zelf bepaalt niet dat elk certificaat automatisch en zonder meer als bewijs geldt binnen het paspoort. Dat is precies waarom deze vraag nog niet met een simpel "ja, dat werkt" te beantwoorden is: de gedelegeerde handeling voor textiel moet nog vastleggen welke methoden en dus welke bewijsvormen worden erkend voor kleding en textiel specifiek.

Wat er van u wordt verwacht

Vaststellen wat een certificaat precies aantoont

Een GOTS-certificaat zegt iets over de biologische herkomst van vezels en over sociale en milieucriteria in de productieketen. Een OEKO-TEX-certificaat (afhankelijk van het type, zoals Standard 100 of STeP) zegt iets over schadelijke stoffen in het eindproduct of over het productieproces. Geen van beide certificaten is ontworpen om alle informatie te leveren die het productpaspoort straks vraagt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch: het certificaat op zichzelf beantwoordt waarschijnlijk niet de volledige informatievraag uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR, maar kan wel een deel van de onderbouwing vormen naast andere gegevens.

Nagaan of de meetmethode aansluit bij wat de verordening vraagt

Artikel 39 van de ESPR gaat over de methoden waarmee prestaties worden vastgesteld. Certificeringsschema's als GOTS en OEKO-TEX werken met hun eigen testprotocollen, die niet per definitie identiek zijn aan de methoden die de Europese Commissie in een gedelegeerde handeling voor textiel zal vastleggen. Voor een bedrijf betekent dit dat het zinvol is om per certificaat te documenteren welke testmethode is gebruikt, zodat later kan worden beoordeeld of die methode aansluit bij wat voor textiel wordt voorgeschreven. Meer over de manier waarop die regels voor kleding tot stand komen leest u in het stuk over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen.

Zorgen dat het certificaat aansluit bij het juiste product en de juiste partij

Certificaten worden vaak op het niveau van een fabriek, een collectie of een specifieke garenpartij afgegeven, niet automatisch op het niveau van elk los product dat het paspoort nodig heeft. Voor een bedrijf dat met meerdere leveranciers werkt is het praktisch relevant om vast te leggen welk certificaat bij welke productie hoort. Dat sluit aan bij de vraag welke gegevens u eigenlijk bij een leverancier van kleding en textiel opvraagt: een certificaatnummer zonder duidelijke koppeling aan de betreffende partij of collectie heeft weinig bewijswaarde.

Voorkomen dat een certificaat een verkeerd beeld geeft

Artikel 40 van de ESPR gaat over het voorkomen van omzeiling en van verslechtering van prestaties. Dat artikel is niet specifiek geschreven voor certificaten, maar de achterliggende gedachte is relevant: informatie in het paspoort moet de werkelijke situatie van het product weergeven, niet een gunstiger beeld dan de praktijk. Voor een bedrijf betekent dit dat een verlopen certificaat, of een certificaat dat een eerdere versie van een product beschrijft, niet zonder controle wordt overgenomen in het paspoort.

Waar het misgaat in de praktijk

Een importeur koppelt een GOTS-certificaat aan een hele productlijn, terwijl het certificaat maar op een deel van de garens van toepassing was. Bij een steekproef blijkt de rest van de partij ongecertificeerd katoen te bevatten.

Een merk gebruikt een OEKO-TEX-certificaat dat inmiddels is verlopen, omdat niemand de geldigheidsdatum bijhoudt naast de datum waarop het product op de markt kwam.

Een private label-bedrijf ontvangt van de fabrikant alleen een scan van een certificaat, zonder onderliggend testrapport. Als later blijkt dat de gegevens moeten worden gecontroleerd, is er niets om op terug te vallen — zie ook de aanpak in het stuk over hoe u controleert of de gegevens van uw leverancier kloppen.

Bij een product dat bij meerdere fabrikanten wordt gemaakt, wordt een certificaat van de weverij per ongeluk toegeschreven aan het hele kledingstuk, terwijl de confectiefase — soms bij een andere partij — niet is meegenomen. De vraag wie welke gegevens levert wordt behandeld in het artikel over meerdere fabrikanten binnen één product.

Een bedrijf dat buiten de EU inkoopt, neemt een certificaat over zonder te verifiëren of het certificerende instituut en het toepassingsgebied overeenkomen met wat in de EU wordt verwacht, iets dat samenhangt met de bredere vragen rond invoer van buiten de Europese Unie.

Wat u kunt vastleggen

  • Per certificaat: het certificaatnummer, de geldigheidsperiode, de certificerende instantie en het exacte toepassingsgebied (grondstof, fabriek, collectie of partij).
  • Een koppeling tussen het certificaat en de specifieke productie- of inkooporder waarop het van toepassing is, zodat een certificaat niet losstaand wordt gebruikt voor producten waarvoor het niet is afgegeven.
  • Het onderliggende testrapport of auditrapport, niet alleen het certificaat zelf, zodat de gebruikte meetmethode inzichtelijk is in het licht van artikel 39 van de ESPR.
  • Een afspraak met de leverancier over het tijdig doorgeven van vervallen of vervangen certificaten, vastgelegd in het inkoopcontract — zie de aanknopingspunten in afspraken over de levering van paspoortgegevens in het inkoopcontract.
  • Een interne lijst van welke certificaattypen (GOTS, OEKO-TEX Standard 100, OEKO-TEX STeP, OCS en dergelijke) voor welk deel van de informatievereisten uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR relevant kunnen zijn, zodat bij publicatie van de gedelegeerde handeling snel kan worden beoordeeld welke certificaten al aansluiten en welke aanvullende gegevens nog nodig zijn.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.