texpas.eu

moet ik mijn leverancier in het buitenland laten controleren voor het productpaspoort

Een verplichte audit staat nergens, maar controleren blijft nodig

Nee, een formele audit van de buitenlandse leverancier is nergens in de ESPR als losstaande verplichting opgenomen. Wat wel uit de verordening volgt, is dat degene die het product op de EU-markt brengt — vaak de importeur — verantwoordelijk is voor de juistheid van de gegevens in het productpaspoort. Of die zekerheid via een audit, een certificaat, een steekproef of een andere vorm van controle wordt verkregen, is niet voorgeschreven. De verordening stelt eisen aan de uitkomst: correcte, volledige en toegankelijke gegevens. Hoe die uitkomst wordt bereikt, is aan degene die verantwoordelijk is voor het paspoort.

Voor wie dit geldt, en voor wat niet

Dit speelt vooral bij invoer van buiten de EU: wie kleding of textiel importeert en als eerste op de Europese markt brengt, draagt een eigen verantwoordelijkheid voor de juistheid van de paspoortgegevens, ook als die gegevens oorspronkelijk van een fabrikant in een ander land komen. Dat volgt uit artikel 29 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) over de verplichtingen van importeurs. Wat hier niet uit volgt, is een verplichte vorm van controle zoals een audit ter plekke, een derde-partijkeuring of een vast controleprotocol. De verordening schrijft geen methode voor; ze legt de verantwoordelijkheid neer bij een partij en laat de invulling daarvan open. Dat betekent ook dat een audit geen wettelijke vrijstelling van verantwoordelijkheid geeft — een audit is een hulpmiddel om zekerheid te krijgen, geen doel op zich waarmee de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven.

Dit onderwerp raakt daarnaast artikel 39, dat gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden waarmee gegevens in het paspoort worden onderbouwd. Die methoden moeten betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn — maar ook hier gaat het om de kwaliteit van de gegevens, niet om een voorgeschreven controlevorm bij de leverancier.

Nog geen vaste datum, wel een duidelijke lijn in het werkplan

Een exacte datum waarop deze verplichtingen voor kleding en textiel ingaan, staat nog niet vast. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 wordt de gedelegeerde handeling voor textiel verwacht in 2027, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Tot die gedelegeerde handeling is gepubliceerd, geldt er voor deze productgroep nog geen concrete verplichting tot een productpaspoort, en dus ook geen concrete verplichting rond de controle van leveranciersgegevens daarvoor. Zodra er meer bekend is over hoe een gedelegeerde handeling voor textiel precies wordt ingevuld, wordt dat hier aangevuld. Wat al wel duidelijk is: de verantwoordelijkheid voor juiste gegevens gaat niet weg zodra de datum vaststaat — die verantwoordelijkheid ligt er dan meteen.

Hoe dit in de praktijk wordt aangepakt

De meeste ondernemers die hier tegenaan lopen, beginnen niet met een audit, maar met heldere afspraken. Een logische eerste stap is vastleggen welke gegevens precies nodig zijn en van welke schakel in de keten die moeten komen — zeker bij een kledingstuk dat bij meerdere fabrikanten wordt gemaakt, waarbij garen, weefsel en confectie soms van verschillende partijen komen. Vervolgens is het gangbaar om te bepalen welke gegevens precies bij de leverancier worden opgevraagd, zodat er geen misverstand ontstaat over wat wordt verwacht.

Daarna volgt de vraag hoe die levering wordt geborgd. Veel bedrijven kiezen ervoor dit op te nemen in het inkoopcontract, met afspraken over wélke gegevens, in wélke vorm en op wélk moment worden geleverd — dat is te lezen bij de afspraken die in een inkoopcontract kunnen worden vastgelegd. Een audit kan onderdeel zijn van zo'n afspraak, maar is dat niet per definitie; een goed contract met heldere leveringsverplichtingen en controlemomenten kan net zo goed het gewenste resultaat opleveren.

Los van wat er contractueel is afgesproken, blijft het verstandig om de ontvangen gegevens zelf te toetsen op plausibiliteit en consistentie, bijvoorbeeld door te controleren of de gegevens van de leverancier kloppen. Bestaande certificaten, zoals GOTS of OEKO-TEX, kunnen daarbij als onderbouwend bewijs dienen; hoe dat te koppelen is aan het paspoort staat beschreven bij het gebruik van certificaten als bewijs in het productpaspoort. Blijft een leverancier ondanks afspraken gegevens onthouden of onvolledig aanleveren, dan is er een aparte aanpak beschikbaar voor de situatie waarin de leverancier de gegevens niet levert.

Waar dit op berust: artikel 29, 39 en 40 van de ESPR

De verantwoordelijkheid van de importeur voor de juistheid van paspoortgegevens volgt uit artikel 29 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Artikel 39 stelt eisen aan de test-, meet- en berekeningsmethoden die aan die gegevens ten grondslag liggen. Artikel 40 gaat over het voorkomen van omzeiling en verslechtering van prestaties, wat raakt aan de betrouwbaarheid van de onderliggende keten, zonder een specifieke controlevorm voor te schrijven. Artikel 15 regelt de douanecontroles op het digitale productpaspoort bij invoer, wat relevant is voor wie van buiten de Europese Unie invoert, maar ook dat artikel schrijft geen audit bij de leverancier voor. Samen laten deze artikelen zien dat de verordening de verantwoordelijkheid vastlegt, maar de weg ernaartoe open laat.

Wie nu al met buitenlandse leveranciers werkt, kan het beste beginnen met het vastleggen van de gegevensbehoefte en het opnemen van heldere leveringsafspraken in het inkoopcontract — dat is de basis waarop elke vorm van controle, audit of niet, verder wordt gebouwd.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR geeft geen apart artikel dat spreekt over "audits bij leveranciers". Wat de verordening wél regelt, is dat de gegevens in het productpaspoort klopen en dat degene die het product op de markt zet — merk of importeur — daar verantwoordelijk voor is. Hoe die zekerheid tot stand komt, is niet voorgeschreven. Een audit is dus een mogelijk middel, geen wettelijke verplichting op zich.

Kloppende gegevens leveren

Artikel 39 van de ESPR gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden die worden gebruikt om aan te tonen dat een product aan de eisen voldoet. Dat artikel zegt niets over wie de leverancier controleert, maar het maakt wel duidelijk dat onderliggende gegevens navolgbaar en methodisch onderbouwd moeten zijn. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral dat er een manier moet zijn om te laten zien waar een cijfer of claim vandaan komt — niet dat er per definitie een auditor langs moet.

Zorgen dat het paspoort niet wordt omzeild of uitgehold

Artikel 40 richt zich op het voorkomen van omzeiling en van verslechtering van de prestaties die in het paspoort staan. Dat raakt indirect aan leveranciers: als een leverancier tussentijds van samenstelling of proces wisselt zonder dat te melden, kan het paspoort feitelijk onjuist worden zonder dat het merk dat merkt. Praktisch vertaalt dit zich in de vraag of er een afspraak is dat wijzigingen worden doorgegeven, en niet vanzelf in een audit-verplichting.

Invoer en douanecontrole

Artikel 15 gaat over douanecontroles op het digitale productpaspoort bij invoer. Voor bedrijven die kleding en textiel van buiten de EU invoeren betekent dit dat de douane bij binnenkomst kan toetsen of het paspoort aanwezig en raadpleegbaar is. Dat is een controle op het eindresultaat — het paspoort zelf — niet op het productieproces bij de leverancier. Meer hierover staat beschreven op de pagina over wat het productpaspoort betekent bij invoer van buiten de Europese Unie.

Verplichtingen van de importeur

Artikel 29 beschrijft de verplichtingen van importeurs, waaronder het nagaan of de fabrikant de vereiste informatie heeft opgesteld en of het paspoort aanwezig is. Dat "nagaan" is een actieve rol: de importeur mag niet zomaar aannemen dat alles in orde is, maar moet dat kunnen onderbouwen. Voor een importerend bedrijf van beperkte omvang is dit vaak het meest concrete aanknopingspunt: er moet een vorm van controle zijn, maar de verordening laat open of dat een documentcontrole, een steekproef, of een audit is.

Waar het misgaat in de praktijk

Het paspoort wordt gezien als leveranciersprobleem. Een merk stelt de vragenlijst op, stuurt die naar de fabrikant, en gaat er verder van uit dat het antwoord klopt. Zonder enige vorm van toetsing blijft onduidelijk of de leverancier de juiste vezelsamenstelling, herkomst of testresultaten heeft opgegeven.

Certificaten worden ongezien overgenomen. Een leverancier stuurt een GOTS- of OEKO-TEX-certificaat, en dat wordt letterlijk gekopieerd naar het paspoort zonder te checken of het certificaat nog geldig is of daadwerkelijk op de geleverde partij van toepassing is. Op de pagina over het koppelen van een GOTS- of OEKO-TEX-certificaat aan het paspoort staat waar dat wel en niet bij helpt.

Wijzigingen bij de fabrikant worden niet gemeld. Een fabriek wisselt van garenleverancier of confectieplaats, maar meldt dat niet omdat er geen afspraak is die daartoe verplicht. Het paspoort blijft dan het oude, niet meer kloppende, beeld tonen.

Bij meerdere fabrikanten ontstaat onduidelijkheid over wie wat aanlevert. Wanneer weven, verven en confectie bij verschillende partijen liggen, is het voor het merk niet altijd duidelijk wie welk deel van de gegevens moet aanleveren, en wie er dus op moet worden aangesproken bij een fout. Dit is nader uitgewerkt op de pagina over een kledingstuk dat bij meerdere fabrikanten wordt gemaakt.

Bij invoer wordt te laat ontdekt dat gegevens ontbreken. Een importeur merkt pas bij de douanecontrole dat het paspoort niet compleet is, terwijl artikel 29 juist vraagt om dat vooraf te hebben nagegaan.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke leverancier welk deel van de gegevens aanlevert, zeker bij een product dat via meerdere fabrikanten tot stand komt — zie de vraag wie levert welke gegevens bij meerdere fabrikanten.
  • Een vaste lijst van gegevens die bij iedere leverancier worden opgevraagd, zodat niets afhangt van wat een leverancier toevallig meestuurt; bruikbaar als vertrekpunt is de pagina over welke gegevens u bij uw leverancier van kleding en textiel opvraagt.
  • Een contractuele afspraak over het aanleveren en actueel houden van paspoortgegevens, inclusief een meldplicht bij wijzigingen in samenstelling of proces — uitgewerkt op de pagina over afspraken in het inkoopcontract.
  • Een werkwijze om aangeleverde gegevens te toetsen voordat ze in het paspoort komen, bijvoorbeeld door steekproeven of het vergelijken met eerdere partijen; zie de pagina over het controleren van gegevens op juistheid.
  • Een vastgelegde procedure voor het geval een leverancier gegevens niet, te laat, of onvolledig aanlevert, zodat er geen paspoort wordt gepubliceerd op basis van een gat in de informatie — zie wat te doen als de leverancier de gegevens niet levert.
  • Een dossier per certificaat met geldigheidsduur en toepassingsgebied, zodat een GOTS- of OEKO-TEX-verklaring niet zonder controle wordt doorgezet naar het paspoort.

Een audit kan onderdeel zijn van zo'n werkwijze, maar de verordening verplicht die stap niet met naam en toenaam. Wat wel telt, is dat een bedrijf kan laten zien dat het redelijkerwijs heeft nagegaan of de aangeleverde gegevens kloppen — met een audit, met documentcontrole, of met een andere aanpak die aansluit bij de omvang en het risico van de eigen inkoopketen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.