texpas.eu

moet ik ook een productpaspoort maken voor bedrijfskleding en uniformen

Waarschijnlijk wel, als het onder de textielcategorie valt

Werkkleding en uniformen zijn textielproducten, en de ESPR maakt op dit moment geen algemene uitzondering voor kleding die niet aan consumenten wordt verkocht. De verordening richt zich op productgroepen, niet op de vraag wie de koper is: een polo met bedrijfslogo, een overall of een uniform is qua materiaal en constructie een kledingstuk zoals elk ander, en valt daarmee in dezelfde categorie als kleding die in een winkel wordt verkocht. Of het paspoort er in de praktijk ook echt voor gaat gelden, hangt af van de gedelegeerde handeling die de precieze productgroepen en drempels moet vastleggen — die is er voor kleding en textiel nog niet.

Voor wie dit een rol speelt, en waar de grens ligt

Dit onderwerp is relevant voor iedereen die bedrijfskleding of uniformen laat maken, inkoopt of als importeur op de Europese markt brengt: cateringbedrijven met personeelskleding, transportbedrijven met uniformen, bedrijven die promotiekleding met logo laten produceren. De afbakening zit niet in de vraag "wie draagt het" maar in "wat is het voor product". Een geweven of gebreid kledingstuk van textielvezels valt in de categorie waar de eerste gedelegeerde handeling zich op richt, ongeacht of het bedoeld is voor een winkelrek of voor een personeelskast. Wat wél verschil kan maken, is het aandeel textielvezels: de eerste gedelegeerde handeling richt zich naar verwachting op kleding met tachtig procent of meer textielvezels, dus werkkleding met een hoog aandeel andere materialen — een hoge-visibiliteitsjas met veel reflecterende kunststofstroken, bijvoorbeeld — valt daar mogelijk pas later onder, of in een andere afbakening. Beschermende kleding met een specifieke veiligheidsfunctie (denk aan persoonlijke beschermingsmiddelen die al onder andere EU-regels vallen) kent een eigen regelgevend kader, en het is nog niet vastgelegd hoe die twee kaders zich tot elkaar verhouden voor het productpaspoort. Puur promotionele artikelen die niet als kledingstuk worden verkocht maar als weggeefartikel, zitten dichter tegen een grijs gebied aan dan een uniform dat gewoon als bedrijfskleding wordt aangeschaft. Wat de ESPR in algemene zin wel en niet raakt binnen de kleding- en textielbranche staat overzichtelijk beschreven op de pagina over welke producten van de kleding- en textielbranche onder de ESPR vallen.

Nog geen vaste datum, wel een duidelijke volgorde

Er is nog geen vastgestelde datum waarop het productpaspoort voor kleding — inclusief werkkleding — verplicht wordt. Wat vaststaat is de volgorde: het ESPR-werkplan 2025-2030 noemt een gedelegeerde handeling voor kleding en textiel die wordt verwacht in 2027, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste afbakening. Die handeling moet nog worden opgesteld, besproken en gepubliceerd voordat er een concrete verplichtingsdatum ontstaat, en pas dan wordt duidelijk of en hoe werkkleding daar precies onder valt. Tot die tijd geldt er geen verplichting om voor bedrijfskleding of uniformen een digitaal productpaspoort te maken. Hoe zo'n gedelegeerde handeling precies werkt en waarom die bepaalt wat er uiteindelijk moet gebeuren, staat toegelicht op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen. Zodra er een gepubliceerde tekst is met een concrete datum, wordt die hier vermeld.

Wat dit betekent voor wie nu al bedrijfskleding inkoopt of laat maken

Er is op dit moment geen actie vereist, maar het is verstandig om alvast te weten waar de informatie straks vandaan moet komen. Wie werkkleding laat produceren of importeert, kan beginnen met een overzicht van de basisgegevens die een paspoort straks nodig heeft: materiaalsamenstelling per stuk, land van productie, en de leverancier of fabrikant die deze gegevens kan aanleveren. Dat overzicht is sowieso nuttig, los van het paspoort. Vervolgens is het zinvol om in de gaten te houden wanneer de gedelegeerde handeling voor kleding wordt gepubliceerd, want die bepaalt of werkkleding onder de eerste lichting valt of onder een latere. Voor bedrijven die zelf klein zijn — een lokale drukkerij die bedrijfskleding bedrukt, een familiebedrijf dat uniformen naait — is het ook relevant om te weten of er een uitzondering voor kleinere partijen komt; dat wordt beschreven op de pagina over of het productpaspoort ook voor kleine bedrijven geldt. Wie twijfelt of een specifiek assortiment (denk aan sportief bedrukte teamkleding, of promotieartikelen die half als kleding en half als merchandise worden verkocht) onder de textielcategorie valt, kan die vraag het beste vergelijken met de algemene afbakening op de pagina over of het digitaal productpaspoort voor de eigen kleding en textiel geldt.

De wettelijke basis: artikel 1 en artikel 2 van de ESPR

Dat de ESPR productgroepen als geheel aanwijst, en niet de gebruiker of het verkoopkanaal van een product, volgt uit artikel 1 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), dat het onderwerp en de reikwijdte van de verordening vastlegt op productniveau. De definities in artikel 2 van dezelfde verordening geven aan hoe een product in de zin van deze regels wordt afgebakend, wat de basis vormt voor de latere gedelegeerde handelingen die per productgroep — zoals kleding en textiel — de concrete verplichtingen invullen. Die gedelegeerde handeling voor kleding is er nog niet, en zolang die niet gepubliceerd is, valt niet met zekerheid te zeggen hoe werkkleding daarbinnen wordt behandeld.

Wie nu al bedrijfskleding of uniformen inkoopt, kan het beste starten met het op orde brengen van de materiaal- en herkomstgegevens per artikel, en de publicatie van de gedelegeerde handeling voor kleding en textiel in de gaten houden — zodra die bekend is, wordt hier gemeld wat dat concreet betekent voor werkkleding.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Werkkleding en uniformen zijn textielproducten, en de ESPR maakt in artikel 1 en artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1781 geen onderscheid naar het doel waarvoor kleding wordt gedragen. Een polo met bedrijfslogo, een overall, een verpleegkundig uniform of een geüniformeerde jas voor beveiligingspersoneel valt onder dezelfde productcategorie als kleding die in een winkel wordt verkocht. De verordening zelf regelt overigens nog niet welke productgroepen exact een paspoort moeten krijgen en op welke termijn — dat wordt per productgroep uitgewerkt in een gedelegeerde handeling. Wat dat precies is en waarom die handeling bepalend is voor wat een bedrijf moet doen, staat toegelicht op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen.

Voor bedrijfskleding gelden in de praktijk dezelfde soort verplichtingen als voor andere kleding, met een paar aandachtspunten die specifiek zijn voor deze categorie.

Vaststellen of het product binnen het toepassingsgebied valt

Voor een bedrijf dat werkkleding laat produceren of importeert, betekent dit in eerste instantie een inventarisatie: welke kledingstukken worden ingekocht, wie is daarvan de fabrikant of importeur in de zin van de verordening, en valt het artikel onder de textielcategorie die de gedelegeerde handeling straks aanwijst. Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat bijvoorbeeld personeelskleding met logo laat bedrukken door een derde partij, doet er goed aan om vooraf te bepalen wie in die keten als verantwoordelijke partij geldt. Een algemeen overzicht van welke producten uit de branche onder de ESPR vallen, staat op de pagina over welke producten van de kleding- en textielbranche onder de ESPR vallen.

Onderscheid tussen persoonlijke beschermingsmiddelen en gewone werkkleding

Niet alle bedrijfskleding is gelijk. Een overall zonder beschermende functie is een gewoon textielproduct. Kleding die primair is bedoeld om de drager te beschermen — brandwerende kleding, kleding met chemische bescherming, hoogzichtbaarheidskleding met een veiligheidsnorm — valt doorgaans onder aparte regelgeving voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat onderscheid is relevant omdat het bepaalt welk regime naast of in plaats van de ESPR van toepassing is. Voor een bedrijf van deze omvang is dit een moment om de eigen assortimentslijst na te lopen op wat puur representatief textiel is en wat een beschermende functie heeft.

Documentatie bijhouden ongeacht wie de eindgebruiker is

Het feit dat werkkleding niet aan een consument wordt verkocht, maar aan een eigen medewerker wordt uitgereikt of bij een bedrijf wordt geleverd voor gebruik door personeel, verandert niets aan wie in de keten verantwoordelijk is voor de samenstelling van het paspoort. Een bedrijf dat uniformen laat maken en deze zelf distribueert naar de eigen vestigingen, functioneert in de praktijk als de partij die het product op de markt brengt, en dat is een positie die vraagt om dezelfde onderliggende gegevens als bij confectiekleding: materiaalsamenstelling, herkomst en de overige gegevens die het paspoort vraagt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een veelgemaakte aanname is dat bedrijfskleding "intern gebruik" is en daarom buiten de regelgeving valt. Er is in de tekst van de verordening geen onderscheid dat op die manier is geformuleerd; het gaat om het op de markt brengen van een product, niet om wie de uiteindelijke drager is.

Een andere situatie die vaak over het hoofd wordt gezien: een bedrijf besteedt de productie van personeelskleding uit aan een leverancier die de kleding al kant-en-klaar met logo levert. Beide partijen gaan er dan soms van uit dat de ander verantwoordelijk is voor de paspoortgegevens, terwijl geen van beide dat expliciet heeft vastgelegd.

Ook zien we dat bedrijven met een mix van beschermende en niet-beschermende kleding — bijvoorbeeld een magazijnmedewerker die zowel een hoogzichtbaarheidsjas als een gewoon poloshirt draagt — alle kleding onder één regime plaatsen, terwijl de twee productsoorten mogelijk onder verschillende regelgeving vallen.

Een vierde situatie: kleine oplages werkkleding, bijvoorbeeld twintig jassen voor een verkoopteam, worden als "geen productielijn" beschouwd en daarom niet meegenomen in de administratie, terwijl omvang van de order op zichzelf niets zegt over of het product onder de regelgeving valt. Wie zich afvraagt of de omvang van het eigen bedrijf een uitzondering rechtvaardigt, vindt een toelichting op de pagina over of het productpaspoort ook voor kleine bedrijven geldt.

Een vijfde situatie doet zich voor bij bedrijven die samples of testmodellen van nieuwe uniformen laten maken voordat tot een grote bestelling wordt overgegaan; de vraag of zo'n testmodel al onder de verplichting valt, is een ander vraagstuk dan de definitieve order en wordt behandeld op de pagina over samples en showroommodellen die niet verkocht worden.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van alle bedrijfskleding-artikelen die het bedrijf laat produceren of importeert, met per artikel de vezelsamenstelling en de leverancier.
  • Een afspraak met de leverancier of confectiepartner over wie de gegevens voor het paspoort aanlevert en wie deze bijhoudt gedurende de gebruiksduur van het artikel.
  • Een indeling van het eigen assortiment in "gewone bedrijfskleding" en "persoonlijke beschermingsmiddelen", zodat duidelijk is welk regime op welk artikel van toepassing is.
  • Vastlegging van de datum en versie van elk ontwerp, zeker bij kleding die periodiek wordt vervangen of aangepast (bijvoorbeeld bij een nieuwe huisstijl).
  • Een dossier per inkooporder met de onderliggende materiaalcertificaten, ook als de order klein is.
  • Verwijzingen naar de bredere context van de eigen verplichtingen: wat het productpaspoort inhoudt staat beschreven op de pagina over wat een digitaal productpaspoort voor kleding en textiel precies is, en wanneer de verplichting voor de branche ingaat staat op de pagina over wanneer het productpaspoort verplicht wordt voor kleding en textiel.

Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd en duidelijk is of en hoe bedrijfskleding daarin specifiek wordt genoemd, werken we deze pagina bij.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.