texpas.eu

Geldt het productpaspoort ook voor kleine bedrijven?

Ook kleine bedrijven vallen onder de paspoortplicht

Ja, de verplichting om een digitaal productpaspoort te leveren geldt in beginsel ook voor kleine bedrijven. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) koppelt de verplichting aan het product dat op de markt wordt gebracht, niet aan de grootte van het bedrijf dat dat doet. Een eenmanszaak die kleding importeert die onder de eerste gedelegeerde handeling valt, staat in beginsel voor dezelfde opgave als een internationaal kledingmerk. Artikel 22 van de ESPR, dat specifiek over kleine en middelgrote ondernemingen gaat, regelt geen vrijstelling van die opgave. Het regelt ondersteuning: maatregelen waarmee kleinere bedrijven geholpen worden om aan de eisen te voldoen, niet een uitzondering op de eisen zelf.

Voor wie dit geldt, en wat artikel 22 niet regelt

De paspoortplicht raakt fabrikanten, importeurs en private-labelpartijen die kwalificerende kleding of textielproducten op de EU-markt brengen — ongeacht het aantal werknemers of de omzet van dat bedrijf. Artikel 22 zelf is geen bepaling die zegt "onder een bepaalde omvang geldt dit niet". Het is een bepaling die lidstaten en de Commissie opdraagt om kleine en middelgrote bedrijven te ondersteunen bij het voldoen aan de ecodesign-eisen, bijvoorbeeld met informatie, technische bijstand of andere begeleidende maatregelen. Wat hier dus niet uit volgt: een omzetgrens, een personeelsgrens of een categorie "klein bedrijf" die van de verplichting is uitgezonderd. Wie op zoek is naar zo'n drempel in de ESPR zelf, vindt die in artikel 22 niet. Of een specifiek bedrijf onder de verplichting valt, hangt af van het product dat het op de markt brengt en van de gedelegeerde handeling die voor die productgroep wordt vastgesteld — niet van de bedrijfsomvang.

De datum ligt nog niet vast, de volgorde wel

Er is nog geen vaste datum waarop de paspoortplicht voor kleding ingaat. Wat wel vaststaat, is de planning zoals die uit het werkplan van de Europese Commissie voor de ESPR volgt: de gedelegeerde handeling voor textiel wordt rond 2027 verwacht, en daarbinnen komt kleding met tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie aan de beurt. Kleinere bedrijven zitten in diezelfde volgorde als grotere bedrijven — er is geen aanwijzing dat kleine bedrijven een latere ingangsdatum krijgen dan grote. Tot de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, geldt er voor niemand een concrete verplichting om al een paspoort te leveren; wel is duidelijk aan welke productgroep als eerste wordt gewerkt. Zodra de handeling gepubliceerd is, wordt de datum op dit platform bijgewerkt.

Wat dit betekent voor een klein bedrijf, stap voor stap

Wie een klein bedrijf runt en kleding of textiel op de markt brengt, kan de zaak in deze volgorde bekijken. Eerst: nagaan of het gaat om kleding die onder de eerste gedelegeerde handeling valt, dus met tachtig procent of meer textielvezels — dat bepaalt de urgentie, niet de bedrijfsgrootte. Vervolgens: er niet van uitgaan dat kleine schaal automatisch vrijstelling betekent, want die uitzondering staat niet in de verordening. Daarna: kijken welke ondersteuning er beschikbaar komt op grond van artikel 22 — denk aan technische bijstand, informatie of begeleiding die specifiek voor kleinere bedrijven wordt opgezet, bijvoorbeeld via een brancheorganisatie of de nationale uitvoeringsinstantie. Tot slot: alvast in kaart brengen welke productgegevens (materiaal, herkomst, samenstelling) al beschikbaar zijn, zodat het samenstellen van een paspoort later minder werk kost — dat is iets wat een klein bedrijf net zo goed kan voorbereiden als een groot bedrijf, en waar de omvang van de organisatie geen belemmering hoeft te zijn.

Waar dat staat: artikel 22 ESPR

Dat kleine en middelgrote bedrijven niet zijn vrijgesteld, maar wel recht hebben op ondersteunende maatregelen, volgt uit artikel 22 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), getiteld "kleine en middelgrote ondernemingen". Dat artikel gaat over de rol van lidstaten en de Commissie bij het begeleiden van kleinere bedrijven, niet over een afwijkende reikwijdte van de productvereisten zelf. De reikwijdte van de verplichting — welke producten, en dus welke bedrijven, eronder vallen — volgt uit de gedelegeerde handeling per productgroep, niet uit artikel 22.

Wat te doen

Wie nu al wil voorsorteren, kan het beste beginnen met het inventariseren van de materiaalsamenstelling van de eigen kledinglijn — met name of en waar producten boven de tachtig procent textielvezels uitkomen — en dat vastleggen zodat het later makkelijk over te nemen is in een paspoort. Voor de actuele stand van de gedelegeerde handeling en een eventuele ingangsdatum is deze pagina het aanknopingspunt: zodra er nieuws is, wordt dat hier bijgewerkt.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Artikel 22 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) houdt rekening met kleine en middelgrote bedrijven, maar dat betekent niet dat er een algemene vrijstelling bestaat voor kleding en textiel. De verordening geeft de Europese Commissie de opdracht om in gedelegeerde handelingen rekening te houden met de positie van kleine en middelgrote bedrijven, bijvoorbeeld door langere overgangstermijnen, lichtere administratieve lasten of ondersteunende maatregelen. Wat dat concreet betekent voor kleding en textiel, staat pas vast zodra de gedelegeerde handeling voor die productgroep is gepubliceerd. Zie voor de bredere uitleg over dat mechanisme wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat er moet gebeuren.

Nagaan of het bedrijf onder de doelgroep van de verordening valt

Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat kleding of textiel op de Europese markt brengt, valt in beginsel binnen de reikwijdte van de ESPR zodra de gedelegeerde handeling voor die productgroep van kracht is — de omvang van het bedrijf verandert daar op zichzelf niets aan. Praktisch betekent dit dat een klein of middelgroot bedrijf zich niet kan baseren op de aanname dat de regels alleen voor grote merken gelden. Welke producten precies onder de verordening vallen, staat beschreven op de pagina over welke producten van de kleding- en textielbranche onder de ESPR vallen.

Volgen of er specifieke MKB-bepalingen worden opgenomen

Artikel 22 verplicht de Commissie om bij het opstellen van gedelegeerde handelingen te overwegen of er aangepaste eisen, langere termijnen of ondersteunende instrumenten nodig zijn voor kleinere marktdeelnemers. Voor een bedrijf in deze omvangklasse betekent dit dat het zinvol is om de definitieve tekst van de gedelegeerde handeling voor kleding en textiel te volgen zodra die wordt gepubliceerd, in plaats van nu al aannames te doen over uitzonderingen. De verwachte tijdlijn en de stand van zaken rond die handeling staan op de pagina over wanneer het productpaspoort verplicht wordt voor kleding en textiel.

Toch klaarstaan met basisinformatie over producten

Ook als er straks aangepaste bepalingen komen voor kleinere bedrijven, blijft de onderliggende informatie over materialen, herkomst en samenstelling nodig om een paspoort samen te stellen. Voor een bedrijf van deze omvang betekent dit dat het praktisch is om nu al na te gaan welke gegevens er beschikbaar zijn bij de eigen fabrikant of leverancier, zodat er geen achterstand ontstaat wanneer de verplichting daadwerkelijk ingaat. Een algemeen beeld van wat een paspoort inhoudt, staat op de pagina over wat een digitaal productpaspoort voor kleding en textiel eigenlijk is.

Beoordelen of eventuele lichtere eisen wel op de eigen producten van toepassing zijn

Een mogelijke verlichting voor kleine en middelgrote bedrijven in een gedelegeerde handeling geldt meestal voor een bepaalde productcategorie of een bepaalde fase van de verplichting, niet automatisch voor het hele assortiment van een bedrijf. Een bedrijf dat naast kleding ook accessoires, werkkleding of interieurtextiel verkoopt, doet er praktisch gezien goed aan om per productgroep te bekijken of een eventuele uitzondering wel van toepassing is. Dat onderscheid komt terug op de pagina's over productpaspoorten voor schoenen, tassen en riemen, productpaspoorten voor bedrijfskleding en uniformen en productpaspoorten voor huishoudtextiel zoals gordijnen en lakens.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie waarin het misgaat: een bedrijf gaat ervan uit dat het "te klein" is om onder de verordening te vallen, zonder dat die aanname op een concrete bepaling is gebaseerd. Artikel 22 gaat over de manier waarop de Commissie rekening houdt met kleinere bedrijven bij het opstellen van regels, niet over een generieke vrijstelling.

Een tweede situatie: een bedrijf wacht met het verzamelen van basisgegevens over materialen en herkomst, in de veronderstelling dat er toch wel uitstel komt. Als er in de gedelegeerde handeling geen uitstel voor de eigen productgroep wordt opgenomen, ontstaat dan alsnog tijdsdruk.

Een derde situatie: een bedrijf leest over een lichtere regeling voor kleine bedrijven in een ander dossier — bijvoorbeeld binnen de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid — en neemt aan dat dezelfde uitzondering ook voor het productpaspoort geldt. Deze twee regelingen staan los van elkaar, wat wordt toegelicht op de pagina over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel en de relatie met het productpaspoort.

Een vierde situatie: een bedrijf gaat uit van een gepubliceerd concept van de gedelegeerde handeling, terwijl de definitieve tekst nog kan wijzigen. Bepalingen over kleine en middelgrote bedrijven kunnen in de laatste fase van een wetgevingsproces nog worden aangepast.

Een vijfde situatie: een bedrijf denkt dat de ESPR en de Europese textielstrategie dezelfde reikwijdte en dezelfde uitzonderingen kennen, terwijl het om afzonderlijke beleidslijnen gaat met een eigen status. Het verschil daartussen staat toegelicht op de pagina over het verschil tussen de ESPR en de Europese textielstrategie.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van de eigen productgroepen (kleding, accessoires, werkkleding, interieurtextiel) en per groep de status van de toepasselijke gedelegeerde handeling.
  • Een notitie met de datum en bron van de laatst geraadpleegde tekst van artikel 22 van de ESPR, zodat duidelijk is welke versie is beoordeeld.
  • Een overzicht van de leveranciers en fabrikanten die materiaal- en herkomstgegevens kunnen aanleveren, ook wanneer de verplichting nog niet actief is.
  • Een aantekening over eventuele aparte behandeling van samples of niet-verkochte producten, aansluitend op de vraag of er een productpaspoort nodig is voor showroomsamples die niet verkocht worden.
  • Een vast moment in het jaar om de stand van de gedelegeerde handelingen te controleren, in plaats van eenmalig te concluderen dat het bedrijf "te klein" is en dit onderwerp te laten rusten.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.