Welke producten van de kleding- en textielbranche vallen onder de ESPR?
Kleding en textiel vallen onder de ESPR, maar nog zonder concrete eisen
Kleding- en textielproducten vallen onder het toepassingsgebied van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), omdat artikel 1 van die verordening vrijwel alle fysieke producten omvat die in de Europese Unie op de markt worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Textiel en kleding worden nergens in artikel 1 uitgezonderd, en vallen daarmee in beginsel binnen de reikwijdte van de verordening. Dat betekent echter niet dat er nu al concrete producteisen gelden. De ESPR is een kaderverordening: zij regelt hoe en volgens welke procedure eisen worden vastgesteld, maar de eisen zelf komen pas per productgroep, via een aparte gedelegeerde handeling. Voor kleding en textiel is zo'n handeling er nog niet.
Voor wie dit geldt, en voor wat niet
De brede omschrijving in artikel 1 raakt kleding, schoenen, tassen en accessoires, en ook textiel voor in huis zoals beddengoed en gordijnen: het zijn allemaal fysieke goederen die op de markt worden gebracht, en daarmee producten in de zin van artikel 2 van de ESPR. Buiten het toepassingsgebied van de verordening vallen categorieën die artikel 1 met naam noemt, zoals levensmiddelen, diervoeder, geneesmiddelen en levende planten, dieren en micro-organismen, en voertuigen die al onder hun eigen typegoedkeuringsregels vallen. Voor de textielsector is die uitzonderingslijst niet relevant: kleding en textiel horen niet tot de uitgezonderde categorieën.
Belangrijker dan de vraag of iets onder de ESPR valt, is de vraag of er al een concrete eis geldt. Dat is voor textiel op dit moment niet het geval. Het werkplan waarmee de Europese Commissie aangeeft welke productgroepen als eerste aan de beurt komen, noemt kleding waarvan tachtig procent of meer van het gewicht uit textielvezels bestaat als eerste focus binnen de textielsector. Dat is een aanwijzing voor de volgorde waarin gedelegeerde handelingen worden voorbereid, geen tekst uit de ESPR zelf. Andere textielproducten, of kleding met een lager aandeel textielvezels, kunnen op een later moment aan bod komen, maar daarover is nog niets vastgelegd.
Wanneer de eerste eisen er zijn, staat nog niet vast
Er is nog geen gedelegeerde handeling gepubliceerd die concrete ecologisch-ontwerpeisen stelt aan kleding of textiel. Tot die handeling er is, gelden er vanuit de ESPR zelf geen verplichte eisen voor deze productgroep: geen verplicht digitaal productpaspoort, geen verplichte informatie over reparatie of herkomst, geen verplichte duurzaamheidseisen. Wat er wél ligt, is een tijdpad in het werkplan van de Commissie: een gedelegeerde handeling voor textiel wordt daarin voorzien, met kleding met een hoog aandeel textielvezels als eerste onderdeel. Een precieze datum waarop verplichtingen ingaan, is op basis van artikel 1 en artikel 2 van de ESPR niet vast te stellen, en wordt hier dan ook niet genoemd. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd, bepaalt die handeling zelf de exacte productomschrijving en de ingangsdatum.
Wat dit betekent voor wie in de branche werkt
Voor een kledingmerk, importeur of private label betekent dit concreet: op dit moment is er vanuit de ESPR geen verplichting om al te voldoen aan specifieke eisen, simpelweg omdat die eisen voor textiel nog niet bestaan. De eerste stap is dan ook niet actie op basis van een verplichting, maar oriëntatie: nagaan of het eigen assortiment binnen de categorie valt die het werkplan als eerste noemt, namelijk kleding met een hoog aandeel textielvezels. De tweede stap is voorbereiding zonder haast: gegevens over materiaalsamenstelling, herkomst, productieproces en eventuele reparatiemogelijkheden op orde krijgen, zodat die informatie beschikbaar is zodra een digitaal productpaspoort wel verplicht wordt. De derde stap is volgen: de publicatie van de gedelegeerde handeling voor textiel is het moment waarop duidelijk wordt welke producten precies onder de verplichting vallen, welke gegevens verplicht worden en vanaf wanneer. Tot die tijd is wachten en voorbereiden een reëlere aanpak dan nu al een paspoort verplicht stellen dat er wettelijk nog niet hoeft te zijn.
Waar dit op is gebaseerd: artikel 1 en artikel 2 van de ESPR
Dat kleding en textiel binnen het toepassingsgebied vallen, volgt uit artikel 1 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat het toepassingsgebied van de verordening in brede zin omschrijft en de uitzonderingen daarop met naam noemt. Dat textielproducten als "product" in de zin van de verordening worden aangemerkt, volgt uit de definities in artikel 2 van dezelfde verordening. Dat er voor textiel nog geen concrete eisen gelden, volgt uit de systematiek van de ESPR zelf: de verordening stelt in artikel 1 het kader vast, maar laat de invulling per productgroep over aan afzonderlijke gedelegeerde handelingen die nog moeten worden vastgesteld.
Wie wil nagaan of een specifiek product binnen de eerste beoogde categorie valt, kan de eigen productadministratie alvast raadplegen op het aandeel textielvezels in het product. Zodra de Europese Commissie de gedelegeerde handeling voor textiel publiceert, wordt deze pagina bijgewerkt met de exacte productomschrijving en de datum waarop de verplichting ingaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 1 (onderwerp en toepassingsgebied)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 2 (definities)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is geen textielwet. Het is een kaderverordening die geldt voor bijna alle fysieke producten die op de Europese markt komen, en die de basis legt onder eisen die per productgroep later worden uitgewerkt. Artikel 1 van de ESPR beschrijft het onderwerp en de werkingssfeer: de verordening stelt een kader vast voor ecologisch ontwerp, met als doel producten duurzamer, herbruikbaar, repareerbaar en informatierijker te maken. Kleding en textiel worden niet met naam genoemd als apart hoofdstuk — ze vallen onder de algemene definitie van producten, tenzij een gedelegeerde handeling ze specifiek aanwijst. Wat dat concreet betekent, valt in een paar te verwachten stappen op te delen.
Nagaan of het eigen product onder "textiel" valt zoals de verordening dat bedoelt
Artikel 2 van de ESPR geeft definities van begrippen als product, model en waardeketen, maar de precieze afbakening van "textielproducten" komt pas met de gedelegeerde handeling voor deze sector. Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat de eerste vraag niet is "moet ik iets doen", maar "welk deel van mijn assortiment straaft onder de definitie die uiteindelijk wordt vastgesteld". Kleding en de meeste kledingaccessoires liggen voor de hand; voor grensgevallen zoals schoenen, tassen of riemen is dat minder vanzelfsprekend. Wie twijfelt of een bepaald artikel meetelt, leest wat er precies bekend is op de pagina over geldt het productpaspoort ook voor schoenen, tassen en riemen.
Onderscheid maken tussen de ESPR als kader en de textielspecifieke uitwerking
De ESPR zelf legt geen paspoortplicht op aan een specifiek kledingstuk. Ze maakt het juridisch mogelijk dat de Europese Commissie dat via een gedelegeerde handeling gaat doen. Voor de bedrijfsvoering is het praktisch om dit onderscheid scherp te houden: de verordening is het kader, de handeling is de uitwerking die daadwerkelijk verplichtingen per productgroep vastlegt. Wat een gedelegeerde handeling precies is en waarom die bepaalt wat er van een bedrijf wordt gevraagd, staat toegelicht op de pagina wat is een gedelegeerde handeling en waarom bepaalt die wat ik moet doen. Zonder die handeling voor textiel is er nog geen concrete verplichting; zodra die er is, wordt deze doelgroep als een van de eerste sectoren genoemd.
De eigen productcategorieën in kaart brengen, ook de minder voor de hand liggende
Een merk of importeur verkoopt vaak niet alleen kleding in de gangbare zin. Werkkleding, uniformen, gordijnen, beddengoed en promotionele textielartikelen behoren vaak tot hetzelfde assortiment of dezelfde onderneming, maar de vraag of ze onder dezelfde regels vallen ligt niet automatisch vast. Voor bedrijfskleding is dat een aparte vraag, die behandeld wordt op moet ik ook een productpaspoort maken voor bedrijfskleding en uniformen; voor interieurtextiel op geldt het productpaspoort ook voor huishoudtextiel zoals gordijnen en lakens. Een assortimentslijst waarin deze categorieën apart staan, maakt het eenvoudiger om straks snel te bepalen welk deel van de collectie in de aandacht komt.
Volgen wanneer en voor welke productgroep de verplichting daadwerkelijk ingaat
Omdat de datum van de gedelegeerde handeling nog niet vaststaat, is het praktisch niet zozeer een verplichting om nu al iets te implementeren, maar om te volgen wanneer dat verandert. Het werkplan noemt kleding met een hoog percentage textielvezels als eerste categorie, maar dat is een verwachting, geen vastgestelde datum. Een overzicht van wat daarover bekend is, staat op wanneer wordt het productpaspoort verplicht voor kleding en textiel.
Waar het misgaat in de praktijk
Een veelvoorkomende situatie is dat een bedrijf de ESPR verwart met de bredere Europese textielstrategie en denkt dat alle aangekondigde maatregelen — van producentenverantwoordelijkheid tot een verbod op vernietiging van onverkochte kleding — via één en dezelfde verordening lopen. Dat leidt tot verwarring over welke verplichting van welke regeling komt.
Een tweede situatie: een importeur gaat ervan uit dat alleen "kleding" in de strikte zin meetelt, en vergeet dat accessoires, schoenen of tassen in dezelfde gedelegeerde handeling kunnen worden meegenomen of juist bewust apart behandeld worden.
Een derde situatie is dat bedrijven met een klein team denken dat de omvang van de onderneming bepalend is voor de vraag of het paspoort gaat gelden. De ESPR koppelt de verplichting aan het product en de productgroep, niet primair aan de bedrijfsgrootte, al kunnen er voor kleinere marktdeelnemers wel andere overwegingen spelen.
Een vierde situatie: samples, showroommodellen en niet-verkochte proefcollecties worden soms over één kam geschoren met de rest van het assortiment, terwijl de vraag of zulke exemplaren onder de regels vallen een andere kan zijn dan bij producten die daadwerkelijk op de markt worden gebracht.
Een vijfde situatie is dat een merk wacht met alle voorbereiding tot de gedelegeerde handeling er is, en dan tegen de eerst genoemde datum ontdekt dat de eigen assortimentsindeling niet aansluit op de categorieën die de handeling gebruikt.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van de eigen productcategorieën (kleding, accessoires, bedrijfskleding, interieurtextiel, samples) met per categorie een aantekening of deze naar verwachting onder de textieldefinitie van de ESPR valt.
- Een korte notitie over het verschil tussen de ESPR als kader en de gedelegeerde handeling als uitwerking, zodat nieuwe medewerkers dit onderscheid niet elke keer opnieuw moeten uitzoeken.
- Een verwijzing of leeslijst naar de pagina's over wat verandert de ESPR voor de kleding- en textielbranche en over wat is het verschil tussen de ESPR en de Europese textielstrategie, zodat intern iedereen dezelfde bron gebruikt.
- Een vaste afspraak over wie het werkplan van de Commissie volgt en wanneer een update wordt gedeeld binnen het bedrijf.
- Een aantekening bij samples en showroommodellen over de vraag of en wanneer deze meegenomen worden in de eigen voorbereiding, met een link naar de toelichting over samples en showroommodellen.
- Voor bedrijven die twijfelen of hun omvang iets uitmaakt: een verwijzing naar de pagina geldt het productpaspoort ook voor kleine bedrijven in het eigen kennisdossier.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.