texpas.eu

Wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn?

Al vast beginnen met gegevens verzamelen

Terwijl de gedelegeerde handeling voor textiel nog niet is gepubliceerd, is de meest zinvolle stap nu al het op orde brengen van de basisgegevens over een product: vezelsamenstelling, land van productie, gebruikte materialen, en waar mogelijk gegevens over herkomst en verwerking verderop in de keten. Deze gegevens vormen straks de kern van elk digitaal productpaspoort, ongeacht de precieze inhoud van de uiteindelijke regels. Wie deze informatie nu al gestructureerd vastlegt, hoeft niet te wachten tot de verplichting er is om ermee te beginnen — en staat er bij publicatie van de handeling beter voor dan wie dan pas start.

Voor wie dit nu al relevant is

Dit is vooral relevant voor merken, importeurs en private-labelpartijen die kleding en textielproducten op de Europese markt brengen, en die te maken krijgen met de aangekondigde prioritering van textiel binnen het werkplan van de ESPR. Het geldt niet voor bedrijven die uitsluitend buiten de EU verkopen, en het geldt ook niet als een aankondiging van een verplichting die al vastligt — de gedelegeerde handeling is er nog niet. Wat wel vaststaat, is dat kleding met een hoog aandeel textielvezels als eerste aan bod komt binnen het textielwerkplan. Voor accessoires, schoeisel of gemengde producten met een lager vezelaandeel is nog niet duidelijk of en wanneer die onder dezelfde regels vallen; daar is voorbereiding op de hoofdlijnen (materiaalgegevens, herkomst) nuttig, maar een uitspraak over de precieze reikwijdte is nu niet te doen.

De datum staat nog niet vast

Er is nog geen definitieve datum waarop het digitaal productpaspoort voor textiel verplicht wordt. Wat wel vaststaat: binnen het werkplan van de ESPR wordt een gedelegeerde handeling voor deze productgroep verwacht, waarbij kleding met tachtig procent of meer textielvezels als eerste aan de beurt is. Zodra die handeling is gepubliceerd, volgt daaruit de daadwerkelijke ingangsdatum en de precieze productomschrijving. Tot die tijd gelden er voor textiel geen verplichtingen vanuit het digitaal productpaspoort zelf — de verplichting ontstaat pas met de gedelegeerde handeling, zoals de ESPR in artikel 18 voorziet voor de prioritering en planning per productgroep. Deze pagina wordt bijgewerkt zodra er een gepubliceerde datum is; tot dan is elke genoemde datum een verwachting, geen vaststaand gegeven.

Zo pakt u de voorbereiding aan

De praktische volgorde begint bij het in kaart brengen van wat er al beschikbaar is. Eerst: nagaan welke gegevens over een product nu al vastliggen bij de fabrikant, leverancier of importeur — denk aan vezelsamenstelling, herkomstland en gebruikte chemische behandelingen. Vaak zit deze informatie al verspreid in inkoopdossiers, certificaten of leveranciersverklaringen, maar niet centraal en niet in een vorm die een paspoort direct kan gebruiken.

Daarna: nagaan welke schakels in de keten deze gegevens kunnen aanleveren. De ESPR legt in artikel 38 vereisten neer voor actoren in de toeleveringsketen, wat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het aanleveren van correcte gegevens niet alleen bij het merk of de importeur ligt, maar verspreid is over de keten. Het is daarom zinvol om nu al te inventariseren welke leveranciers welke gegevens kunnen leveren, en waar nog gaten zitten — bijvoorbeeld bij subleveranciers verderop in de keten die nog niet gewend zijn gegevens gestructureerd aan te leveren.

Vervolgens: een centrale plek inrichten waar deze gegevens per product samenkomen, ook al is er nog geen verplicht paspoort. Een eenvoudig intern overzicht per productlijn — vezelsamenstelling, herkomst, leverancier, eventuele certificeringen — bespaart later werk, ongeacht de exacte vorm die het uiteindelijke paspoort krijgt.

Tot slot: op de hoogte blijven van de publicatie van de gedelegeerde handeling voor textiel, zodat de overstap van interne gegevensverzameling naar een daadwerkelijk paspoort snel te maken is zodra de verplichting en de datum bekend zijn.

Waar dat staat: artikel 18 en 38 ESPR

Dat textiel als productgroep is geprioriteerd binnen het werkplan, en dat de daadwerkelijke invulling per productgroep via een gedelegeerde handeling loopt, volgt uit artikel 18 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat de prioritering en planning van productgroepen regelt. Dat de verantwoordelijkheid voor gegevens over een product niet bij één partij ligt maar verspreid is over de toeleveringsketen, volgt uit artikel 38 van dezelfde verordening, dat vereisten stelt aan actoren in die keten. Samen geven deze artikelen de basis voor wat nu al te voorzien is: welke productgroep aan de beurt is, en wie straks welke gegevens moet kunnen aanleveren — zonder dat daarmee al een datum of een concrete verplichting voor textiel vastligt.

Wie nu wil beginnen, doet er verstandig aan eerst de eigen productgegevens en leveranciersketen in kaart te brengen, en pas daarna te kijken naar een systeem of platform voor het daadwerkelijke paspoort — dat laatste kan namelijk pas volledig ingevuld worden zodra de gedelegeerde handeling er is.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De gedelegeerde handeling voor kleding en textiel is er nog niet. Dat betekent niet dat er niets te doen is. De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) ligt al vast, en artikel 18 beschrijft hoe de Europese Commissie productgroepen prioriteert en de eisen daarvoor uitwerkt. Voor kleding met tachtig procent of meer textielvezels is die uitwerking als eerste aan de beurt. Wie daarop wacht met voorbereiden, begint over een paar jaar met een lege pagina. Wie nu al orde schept in de eigen productgegevens, staat er dan beter voor.

Weten welke producten onder de regeling gaan vallen

Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral: een overzicht maken van het assortiment naar materiaalsamenstelling. Producten die overwegend uit textielvezels bestaan, komen als eerste in beeld. Een assortiment met veel mengproducten, accessoires of producten met een laag textielpercentage vraagt meer uitzoekwerk om te bepalen wat straks wel en wat niet onder de regeling valt. Dat overzicht hoeft niet compleet of definitief te zijn, maar geeft wel een startpunt. Op Geldt het digitaal productpaspoort voor mijn kleding en textiel? staat hoe die afbakening in de praktijk wordt beoordeeld.

Gegevens over de toeleveringsketen op orde brengen

Artikel 38 van de ESPR beschrijft welke rol actoren in de toeleveringsketen spelen bij het beschikbaar stellen van informatie die nodig is voor het productpaspoort. Een fabrikant, importeur of merk dat leunt op leveranciers voor materiaalgegevens, herkomst en samenstelling, doet er goed aan om nu al te inventariseren welke leveranciers welke gegevens kunnen leveren, en welke niet. Bij een bedrijf van deze omvang loopt die informatie vaak versnipperd binnen: bij inkoop, bij kwaliteit, soms alleen bij de leverancier zelf. Het in kaart brengen van die versnippering is werk dat nu al gedaan kan worden, los van de precieze eisen die nog komen.

Een leverancier of dienstverlener leren kennen voordat het moet

Het samenstellen, hosten en ontsluiten van een productpaspoort is specialistisch werk. Er is tijd nodig om te begrijpen wat een leverancier daarin wel en niet doet, en welke gegevens een bedrijf zelf moet aanleveren. Die uitzoektijd is er nu, en die is er straks niet meer als de verplichting eenmaal geldt. Op waar moet ik op letten bij het kiezen van een leverancier voor het productpaspoort staat waar dat afwegingsproces om draait.

Inzicht krijgen in de kosten die erbij horen

Een productpaspoort brengt kosten met zich mee voor het verzamelen van gegevens, het samenstellen van het paspoort en het beheer ervan over de jaren dat het beschikbaar moet blijven. Nu al een indicatie hebben van die kostenpost helpt bij het maken van budgetkeuzes, ook als de exacte eisen nog niet vaststaan. Zie Wat kost een productpaspoort voor kleding en textiel? voor de factoren die daarin meespelen.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak terugkomt: een bedrijf wacht met alles tot de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, en begint dan pas met het verzamelen van materiaalgegevens bij leveranciers. Dat verzamelen kost tijd, zeker wanneer leveranciers in andere landen zitten en niet gewend zijn aan dit soort verzoeken.

Een tweede situatie: gegevens over materiaalsamenstelling staan wel ergens, maar niet op een plek waar iemand ze snel kan terugvinden. Ze staan verspreid over inkoopdossiers, oude e-mails en losse spreadsheets bij verschillende medewerkers.

Een derde situatie: een bedrijf gaat ervan uit dat de leverancier "dat wel regelt", zonder dat hierover ooit iets is afgesproken. Artikel 38 beschrijft de rol van actoren in de keten, maar wie welke gegevens levert binnen een specifieke handelsrelatie is iets wat partijen zelf moeten vastleggen.

Een vierde situatie: een merk richt zich alleen op nieuwe collecties en vergeet dat er ook voorraad ligt die op het moment dat de regels ingaan nog verkocht moet worden. Wat daarmee gebeurt, is een vraag die apart aandacht verdient; zie Wat doe ik met voorraad kleding en textiel die er al ligt als de regels ingaan?.

Een vijfde situatie: een bedrijf gaat labels en verpakking alvast grondig aanpassen, in de veronderstelling dat dit nu al moet, terwijl de precieze vorm van de datadrager nog niet vastligt. Zie moet ik nu al mijn kledinglabels en verpakking aanpassen voor het productpaspoort voor wat daarin wel en niet verstandig is om al te doen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per productlijn van de materiaalsamenstelling, met een aparte kolom voor producten die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaan.
  • Een lijst van leveranciers met daarbij welke gegevens zij nu al kunnen aanleveren over materiaal, herkomst en samenstelling, en welke niet.
  • Interne afspraken over wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor het verzamelen en actueel houden van productgegevens.
  • Een eerste inventarisatie van de kosten die te verwachten zijn voor het samenstellen en hosten van een paspoort, als basis voor toekomstige budgettering.
  • Een dossier met de stappen die al gezet zijn richting een gekozen leverancier of dienstverlener, inclusief de vragen die aan hen zijn gesteld.
  • Een overzicht van de huidige voorraadpositie per productgroep, zodat bij publicatie van de gedelegeerde handeling snel duidelijk is welke voorraad nog onder oude en welke onder nieuwe regels valt.

Wie dit soort dossiers nu al opbouwt, hoeft straks niet vanaf nul te beginnen. De volledige aanpak, stap voor stap, staat beschreven op Hoe pak ik het productpaspoort voor kleding en textiel stap voor stap aan?

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.