Hoe pak ik het productpaspoort voor kleding en textiel stap voor stap aan?
Zo pak je het paspoort stap voor stap aan
Het digitale productpaspoort voor kleding en textiel komt in grote lijnen tot stand in vijf stappen: de productgegevens verzamelen, een dienstverlener of systeem kiezen om het paspoort in te richten, de gegevens omzetten naar een paspoort dat aan de eisen voldoet, een QR-code of vergelijkbare datadrager aan het product koppelen, en het paspoort gedurende de levensduur van het product toegankelijk houden. Voor kledingmerken en importeurs begint dat traject niet bij de QR-code, maar bij de vraag welke gegevens er eigenlijk al bestaan: vezelsamenstelling, herkomst, productieland, eventuele certificeringen. Wie die gegevens op orde heeft, hoeft alleen nog te zorgen dat ze op de juiste manier worden vastgelegd en ontsloten. Wie ze niet heeft, begint bij de fabrikant of leverancier, want die gegevens kunnen niet worden verzonnen of geschat.
Voor tachtig procent textiel, niet voor alle kleding
Dit stappenplan geldt voor kleding en textielproducten die onder de aankomende gedelegeerde handeling van de ESPR gaan vallen. Die handeling richt zich eerst op kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat. Producten met een lager textielaandeel — denk aan kleding met veel leer, metaal of kunststof onderdelen — vallen daarmee (nog) niet automatisch onder dezelfde eerste lichting. Het gaat hier ook specifiek om het digitale productpaspoort onder de ESPR; andere verplichtingen rond kleding, zoals etikettering van vezelsamenstelling onder aparte textielregelgeving, blijven daarnaast gewoon bestaan en worden hier niet in meegenomen. Voor merken die zowel kleding met een hoog textielaandeel als producten met andere materialen verkopen, is het onderscheid dus relevant: het bepaalt welk deel van het assortiment als eerste met het paspoort te maken krijgt.
Startdatum nog niet vastgesteld, wel een werkplan
Er is nog geen vaste datum waarop het productpaspoort voor kleding verplicht wordt. Wat wel vaststaat, is de route daarnaartoe: in het ESPR-werkplan voor de periode 2025-2030 wordt een gedelegeerde handeling voor textiel verwacht in 2027, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Die gedelegeerde handeling moet nog worden opgesteld en gepubliceerd voordat er een concrete ingangsdatum bekend is. Tot die tijd is er geen wettelijke verplichting om voor kleding al een digitaal productpaspoort te voeren. Dat betekent niet dat er niets te doen valt: de tijd tot de publicatie van de handeling is precies de periode waarin gegevens op orde gebracht kunnen worden, zodat de overstap later geen haastwerk wordt. Zodra de gedelegeerde handeling gepubliceerd is, wordt de datum hier aangevuld.
De stappen in de volgorde die werkt
In de praktijk komt de aanpak neer op het volgende. Eerst: in kaart brengen welke productgegevens al beschikbaar zijn bij de fabrikant, importeur of eigen inkoopafdeling — vezelsamenstelling, herkomstland, gebruikte certificeringen, reparatie- en onderhoudsinformatie. Vervolgens: nagaan welke gegevens ontbreken en die alsnog opvragen bij de partij die ze wél heeft, meestal de fabrikant. Daarna: een keuze maken voor een manier om die gegevens vast te leggen in een paspoort dat aan de vormvereisten voldoet, inclusief de koppeling aan een QR-code of andere datadrager die op het product of het etiket komt. Vervolgens: het paspoort daadwerkelijk online zetten en bereikbaar houden, want het paspoort moet gedurende de gebruiksduur van het product raadpleegbaar blijven, niet alleen op het moment van verkoop. Tot slot: een proces inrichten om het paspoort actueel te houden bij wijzigingen in het product, bijvoorbeeld bij een aangepaste samenstelling of een nieuwe leverancier. Voor merken die met texpas.eu werken, komt dit neer op het aanleveren van de productgegevens; het samenstellen van het paspoort, het tien jaar hosten ervan en het leveren van de QR-datadrager wordt vanaf dat punt overgenomen.
De basis: artikel 9 en 10 van de ESPR
Deze aanpak volgt rechtstreeks uit de opzet van het digitale productpaspoort zoals die in de ESPR is neergelegd. Artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1781 beschrijft wat een digitaal productpaspoort is en dat producten die onder een productspecifieke maatregel vallen, van zo'n paspoort voorzien moeten worden, gekoppeld aan een datadrager. Artikel 10 van diezelfde verordening werkt uit aan welke eisen het paspoort moet voldoen: welke gegevens erin thuishoren, wie daar toegang toe moet hebben, en dat het paspoort gedurende de levensduur van het product beschikbaar moet blijven. Welke productgroepen wanneer aan de beurt zijn — zoals kleding met een hoog textielaandeel — wordt niet in deze twee artikelen zelf bepaald, maar in de productspecifieke gedelegeerde handelingen die op basis van de ESPR worden opgesteld, zoals die voor textiel die voor 2027 wordt verwacht.
Wie nu al wil beginnen, kan zonder op de gedelegeerde handeling te wachten starten met het verzamelen en ordenen van productgegevens bij de fabrikant of importeur — dat werk is sowieso nodig zodra het paspoort verplicht wordt, en hoeft dan niet meer onder tijdsdruk te gebeuren.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 9 (digitaal productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Het digitaal productpaspoort komt niet in één keer klaar op uw bureau te liggen. Het is een optelsom van kleinere stappen, en die zijn op te delen in een paar verplichtingen die artikel 9 en artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijven. Onder welke voorwaarden dit precies voor een specifiek kledingstuk gaat gelden, staat pas vast zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd — zie Geldt het digitaal productpaspoort voor mijn kleding en textiel?. Wat wel al te overzien is, is welke bewegingen een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers moet maken zodra het zover is.
Gegevens over het product verzamelen en ordenen
Een productpaspoort is zo goed als de gegevens die erin gaan: materiaalsamenstelling, herkomst, onderhoudsinstructies, en afhankelijk van de uiteindelijke vereisten mogelijk meer. Artikel 9 van de ESPR noemt het paspoort als drager van deze productinformatie. Voor een bedrijf van deze omvang betekent dit vaak dat gegevens die nu verspreid staan — bij de leverancier, in een Excel-bestand, in een oude inkooporder — voor het eerst bij elkaar gebracht moeten worden in een vaste structuur. Dat is minder een juridische klus en meer een administratieve: wie heeft welk gegeven, en waar staat het.
Zorgen dat het paspoort technisch aan de eisen voldoet
Artikel 10 van de ESPR stelt eisen aan de vorm van het paspoort: het moet machineleesbaar zijn, gekoppeld aan een unieke identificatie, en via een datadrager (zoals een QR-code) op het product of de verpakking toegankelijk zijn. Dit is doorgaans het onderdeel dat een bedrijf niet zelf bouwt, maar uitbesteedt aan een platform of softwarepartij. De praktische vraag is dan niet "hoe bouw ik dit", maar "aan wie geef ik mijn gegevens mee, en blijft die partij bestaan over tien jaar" — een afweging die uitgebreider aan de orde komt bij waar moet ik op letten bij het kiezen van een leverancier voor het productpaspoort.
Het paspoort koppelen aan het fysieke product
Een paspoort dat alleen in een systeem bestaat, voldoet niet. Er moet een fysieke of digitale drager op het product of de verpakking zitten waarmee een gebruiker of toezichthouder bij de gegevens komt. Dit raakt direct de manier waarop labels en verpakking nu al zijn ingericht, en de vraag of daar nu al iets aan veranderd moet worden is een andere dan de vraag of het paspoort al verplicht is — zie moet ik nu al mijn kledinglabels en verpakking aanpassen voor het productpaspoort.
Gegevens beschikbaar en actueel houden
Het paspoort is geen momentopname bij verkoop, maar iets dat toegankelijk moet blijven zolang het product in omloop is. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit een organisatorische afspraak: wie is verantwoordelijk als een product wordt teruggeroepen, een leverancier wijzigt, of een certificaat verloopt. Dat is minder een kwestie van techniek en meer van wie binnen het bedrijf de eigenaar van die informatie is.
Waar het misgaat in de praktijk
Een aantal situaties komt in de praktijk telkens terug.
Gegevens die bij de leverancier in het buitenland liggen, komen vaak in een taal aan die niet automatisch geschikt is voor de eindgebruiker in de eigen markt. Wie ervan uitgaat dat een paspoort "gewoon" in het Engels of in de brontaal kan blijven staan, loopt tegen een vraag aan die eerder beantwoord moet worden — zie moet ik zelf zorgen voor vertaling van mijn productpaspoort gegevens.
Een andere veelvoorkomende situatie is dat een bedrijf wacht tot de gedelegeerde handeling er is, en dan in korte tijd alles tegelijk moet regelen: gegevens ordenen, een leverancier kiezen, labels aanpassen. Dat leidt tot haastwerk op een moment dat er weinig ruimte meer is om het rustig te doen.
Voorraad die er al ligt op het moment dat de regels ingaan, is een derde bron van verwarring. Een deel van de collectie is dan al geproduceerd, verpakt en soms al bij de detailhandel. De vraag wat daarmee moet gebeuren, is een andere dan de vraag wat er voor nieuwe collecties geldt — dat onderscheid staat uitgewerkt bij Wat doe ik met voorraad kleding en textiel die er al ligt als de regels ingaan?
Ook tweedehands kleding en retouren zorgen voor onduidelijkheid: bedrijven die naast nieuwe collecties ook een tweedehands- of outletlijn voeren, weten vaak niet of daarvoor dezelfde verplichtingen gelden als voor de eerste verkoop.
Ten slotte is er de situatie waarin een bedrijf een softwarepartij kiest zonder goed te kijken naar wat er gebeurt als die partij ophoudt te bestaan, terwijl het paspoort tien jaar toegankelijk moet blijven. Dat is een keuze die op het moment van tekenen weinig aandacht krijgt, maar jaren later een probleem kan zijn.
Wat u kunt vastleggen
Een paar zaken zijn nu al op papier te zetten, ook zonder dat de definitieve eisen bekend zijn:
- Een overzicht van welke productgegevens (materiaal, herkomst, onderhoud, certificaten) per artikel al beschikbaar zijn en bij wie.
- Een afspraak met leveranciers over in welke taal en in welk formaat zij gegevens aanleveren.
- Een aanwijzing binnen het bedrijf van wie verantwoordelijk is voor het actueel houden van productgegevens na verkoop.
- Een overzicht van de huidige voorraad en productiecycli, zodat straks duidelijk is welke partijen onder oude en welke onder nieuwe regels vallen.
- Een eerste inventarisatie van mogelijke leveranciers voor de technische kant van het paspoort, inclusief vragen over continuïteit en gegevensbeheer.
Wie nu al wil beginnen zonder op de definitieve regels te wachten, vindt een breder overzicht van wat daarin verstandig is bij Wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn? En wie wil weten wat dit ongeveer gaat kosten aan tijd en middelen, voordat er stappen worden gezet, vindt een indicatie bij Wat kost een productpaspoort voor kleding en textiel?
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.