texpas.eu

Geldt het productpaspoort ook voor tweedehands kleding en retouren?

Tweedehands en retouren vallen doorgaans buiten een nieuwe paspoortplicht

Het productpaspoort is gekoppeld aan het moment waarop een product voor het eerst in de Europese Unie op de markt wordt gebracht, niet aan elke latere verkoop. Dat betekent dat het opnieuw verkopen van kleding die al eerder in de handel is geweest — via een kringloopwinkel, een tweedehandsplatform, of gewoon van eigenaar naar eigenaar — in de meeste gevallen geen nieuwe verplichting oplevert om een paspoort samen te stellen. Hetzelfde geldt voor een retour: als een klant een artikel terugstuurt naar de winkel of webshop en het product wordt opnieuw verkocht, is er geen nieuw moment van "in de handel brengen". Het gaat om hetzelfde product dat al eerder — voor zover de verplichting op dat moment gold — van een paspoort is voorzien. De precieze uitwerking voor textiel en kleding volgt nog uit een gedelegeerde handeling die er nu nog niet is, dus deze lijn is een beschrijving van het algemene uitgangspunt uit de ESPR, niet van een reeds vastgestelde textielregel.

Voor wie dit geldt, en voor wat niet

De verplichting uit de ESPR richt zich op partijen die een product voor het eerst op de EU-markt brengen of in gebruik nemen: doorgaans de fabrikant of de importeur van nieuwe kleding. Dat volgt uit artikel 1 van de ESPR, dat het toepassingsgebied koppelt aan het in de handel brengen en het in gebruik nemen van producten. Een kringloopwinkel, een tweedehandsplatform of een particulier die kleding doorverkoopt, brengt het product niet voor het eerst op de markt — die schakel valt in beginsel buiten deze verplichting.

Waar wel voorzichtigheid op zijn plaats is: zodra een partij kleding professioneel opknapt, herverpakt of onder een eigen merk opnieuw aanbiedt, kan de vraag ontstaan of dat weer als een nieuw in de handel brengen geldt. Daarover zegt artikel 1 van de ESPR op zichzelf niets specifieks voor textiel, en de gedelegeerde handeling die dit soort grensgevallen concreet zou moeten invullen, is er nog niet. Dat is dus een vraag die pas met die handeling in beeld komt, niet nu al.

Belangrijk is ook een onderwerp dat op het eerste gezicht lijkt op deze vraag, maar iets anders regelt: de artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR gaan over het voorkomen van vernietiging van onverkochte consumptiegoederen, zoals retouren en overtollige voorraad. Dat gaat over de vraag of en hoe bedrijven mogen omgaan met spullen die niet verkocht raken, niet over de vraag of daar een paspoort bij hoort. Wie zoekt naar regels over het weggooien of vernietigen van retourzendingen, vindt het antwoord dus in die artikelen — een apart onderwerp naast het paspoort zelf.

Nog geen vaste datum, wel een richting

Er geldt op dit moment geen verplichting tot een digitaal productpaspoort voor kleding of textiel — die volgt pas uit een gedelegeerde handeling onder de ESPR die er nog niet is. Volgens het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 wordt die handeling in 2027 verwacht, en dan eerst voor kleding met tachtig procent of meer textielvezels. Wanneer de verplichting daadwerkelijk ingaat voor bedrijven, staat nog niet vast; een veelgenoemde verwachting is rond 2029, maar dat is geen vastgestelde datum. Tot de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, is er dus ook geen concrete regel over hoe tweedehands of retouren precies worden behandeld — dat wordt onderdeel van diezelfde handeling.

Wat dit betekent voor de aanpak

Voor wie nieuwe kleding op de markt brengt, is de eerste stap simpelweg de eigen situatie op de agenda houden: zodra de gedelegeerde handeling voor textiel er is, komt daar duidelijkheid uit voor de eigen producten en het moment waarop een paspoort verplicht wordt. Voor wie in tweedehands kleding handelt, is de tweede stap vooral afwachten of de gedelegeerde handeling iets specifieks regelt over resale-partijen — op basis van de algemene lijn uit artikel 1 van de ESPR ligt het voor de hand dat een bestaand paspoort meegaat met het product, zonder dat de wederverkoper er zelf een hoeft te maken. Voor wie retouren verwerkt, is de derde stap het onderscheid scherp houden tussen twee vragen die makkelijk door elkaar lopen: de vraag of een retour een nieuw paspoort nodig heeft (vermoedelijk niet, want geen nieuw moment van in de handel brengen) en de vraag of een retour vernietigd mag worden (geregeld in de artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR, een heel ander onderwerp). Wie deze twee vragen apart houdt, voorkomt dat de ene regeling wordt aangezien voor de andere.

De grondslag: artikel 1 en de artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR

Het uitgangspunt dat de paspoortverplichting aangrijpt bij het in de handel brengen of in gebruik nemen van een product, staat in artikel 1 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), dat het onderwerp en het toepassingsgebied van de verordening vastlegt. De regels over vernietiging van onverkochte consumptiegoederen — relevant bij retouren, maar los van de paspoortplicht zelf — staan in de artikelen 23 tot en met 26 van diezelfde verordening.

Wie nu al met deze vraag bezig is, doet er goed aan de publicatie van de gedelegeerde handeling voor textiel in de gaten te houden: die bepaalt uiteindelijk hoe tweedehands kleding en retouren binnen deze verordening precies worden behandeld, en tot die tijd is elk antwoord daarover een lijn uit de algemene verordening, geen vastgestelde textielregel.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt het digitaal productpaspoort voor producten die op de markt worden gebracht. Artikel 1 van de verordening beschrijft het onderwerp en de reikwijdte: het gaat om producten die in de EU op de markt worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Voor tweedehands kleding en retouren is dat onderscheid — nieuw op de markt brengen versus een tweede leven geven aan iets dat er al was — precies waar de praktische vragen ontstaan. De verordening zelf geeft daarop geen uitgeschreven antwoord voor elke situatie; wat volgt is een beschrijving van hoe de systematiek in elkaar steekt.

Bepalen of een product al eerder een paspoort had

Kleding die voor het eerst op de Europese markt wordt gebracht, valt onder de paspoortplicht zodra die voor het kledingsegment gaat gelden. Praktisch betekent dit voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat de vraag "is dit artikel al eens eerder in de EU op de markt gebracht" een vaste stap wordt in de inkoop, zeker bij tweedehands partijen, vintage-collecties of kleding die via een tussenhandelaar binnenkomt. Wie kleding importeert die buiten de EU al gedragen is en voor het eerst hier wordt verkocht, doet dat als eerste marktpartij — een andere positie dan een winkel die al gepaspoorte kleding doorverkoopt.

Herkennen van het verschil tussen doorverkoop en nieuwe marktintroductie

Voor kleding die al een paspoort heeft omdat een eerdere partij die al op de markt bracht, ligt de nadruk op het meegeven van dat bestaande paspoort, niet op het opnieuw samenstellen ervan. Voor een kringloopwinkel, tweedehandsplatform of resale-afdeling van een merk betekent dit dat processen anders zijn ingericht dan bij een importeur die voor het eerst een collectie op de markt zet. Een bedrijf dat beide doet — nieuwe collecties importeren én een eigen tweedehandslijn voeren — doet er goed aan die twee stromen scheiden in de administratie, al was het maar om bij een controle meteen te kunnen laten zien welk artikel in welke categorie viel.

Omgaan met retouren zonder de paspoortstatus te verliezen

Retouren zijn kleding die al op de markt was gebracht en terugkomt bij de verkoper. Ze verlaten de handelsketen niet definitief; ze komen terug in de voorraad, worden opnieuw verkocht, omgezet naar outlet, of afgeprijsd. Het paspoort dat bij het artikel hoorde, blijft in die gevallen relevant — het product verandert niet van identiteit doordat het is teruggestuurd. Voor een bedrijf met een retourproces betekent dit dat de koppeling tussen artikel en paspoort (via de QR-datadrager) niet verloren mag gaan tijdens sorteren, herverpakken of doorzetten naar een tweede verkoopkanaal.

Rekening houden met de regels over onverkochte voorraad

Artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR gaan over het voorkomen van vernietiging van onverkochte consumptiegoederen. Dit raakt retouren indirect: een deel van de retouren wordt niet opnieuw verkocht maar afgevoerd, en juist daar grijpt deze regeling in. Voor bedrijven van deze omvang betekent dit dat het aantal artikelen dat wordt vernietigd, en de reden daarvoor, onderdeel kan worden van rapportageverplichtingen. De precieze reikwijdte en drempels daarvan zijn in de verordening zelf beschreven per artikel; wat op dit platform al is uitgewerkt, staat beschreven bij mag ik onverkochte voorraad kleding en textiel nog vernietigen.

Waar het misgaat in de praktijk

Tweedehands partijen zonder herkomstpapieren. Een importeur koopt een partij tweedehands kleding in buiten de EU en heeft geen zicht op of, en door wie, die al eerder op de Europese markt is gebracht. Zonder die informatie is niet vast te stellen of er al een paspoort bestaat of dat het artikel als nieuw wordt geïntroduceerd.

Retouren die het paspoort "kwijtraken". Een artikel komt terug, wordt in een ander systeem ingeboekt (bijvoorbeeld een apart outlet- of B-keuze-kanaal) en de koppeling met de oorspronkelijke QR-datadrager gaat verloren omdat een nieuw interne SKU wordt aangemaakt zonder de bestaande paspoortlink over te nemen.

Vermenging van resale en reguliere verkoop in de administratie. Een merk dat naast nieuwe collecties ook een eigen resale-lijn voert, boekt beide door elkaar in hetzelfde voorraadsysteem, waardoor bij een controle niet snel te reconstrueren is welk artikel wanneer en door wie voor het eerst op de markt is gebracht.

Aanpassen van het artikel bij refurbishment. Kleding die wordt herwassen, gerepareerd of van nieuwe knopen voorzien voordat die als "gereviseerd" opnieuw wordt verkocht, roept de vraag op of het nog om hetzelfde product gaat of om een nieuwe marktintroductie — een vraag die per geval anders kan uitvallen.

Onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is bij private label retouren. Bij private label wordt de kleding vaak onder het merk van de afnemer verkocht, terwijl de importeur of fabrikant het paspoort heeft samengesteld. Bij retouren die via een derde partij (bijvoorbeeld een fulfilment-dienstverlener) worden verwerkt, is niet altijd vastgelegd wie de koppeling met het paspoort bewaakt.

Wat u kunt vastleggen

  • Een interne werkwijze die vastlegt hoe wordt bepaald of een binnenkomende partij (tweedehands, vintage, retour van een andere partij) al eerder op de EU-markt is gebracht.
  • Een procesbeschrijving voor het retourproces waarin staat hoe de koppeling met de bestaande QR-datadrager behouden blijft bij herverpakken, ompakken of doorzetten naar outlet.
  • Een overzicht van welke voorraadstromen (nieuw, tweedehands, retour, refurbished) apart herkenbaar zijn in het voorraadsysteem, zodat bij een vraag van een toezichthouder snel onderscheid te maken is — zie ook wat vraagt een toezichthouder bij een controle op kleding en textiel via wat vraagt een toezichthouder bij een controle op kleding en textiel.
  • Een registratie van aantallen en bestemmingen van onverkochte retouren die worden afgevoerd, vooruitlopend op wat artikelen 23 tot en met 26 van de ESPR daarover vragen.
  • Afspraken met fulfilment- of logistiek partners over wie verantwoordelijk is voor het bewaren van de paspoortkoppeling bij retourverwerking, vooral relevant bij private label constructies.

Wie nu al wil nadenken over hoe deze processen worden ingericht terwijl de definitieve datum voor kleding nog niet vaststaat, vindt een overzicht van voorbereidende stappen bij wat kan ik nu al doen terwijl de regels nog niet definitief zijn.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.