texpas.eu

Mijn product heeft meerdere productpaspoorten nodig — hoe werkt dat samen?

Eén paspoort per productgroep, gekoppeld waar nodig

Een product krijgt in de regel één digitaal productpaspoort per productgroep waarvoor een gedelegeerde handeling geldt; wanneer een product tegelijk onder meerdere regelingen valt, is het uitgangspunt van de ESPR dat deze paspoorten aan elkaar gekoppeld worden via unieke identificatiecodes, in plaats van dat dezelfde informatie dubbel wordt vastgelegd. Artikel 9 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt de algemene opzet van het digitaal productpaspoort en houdt daarbij rekening met de situatie dat een product al aan andere informatieverplichtingen uit het Unierecht onderworpen kan zijn. Artikel 12 voorziet in unieke identificatiecodes voor het product, de marktdeelnemer en de vestiging, en die codes vormen het koppelpunt tussen verschillende registraties. Voor kleding en textiel betekent dit dat een eenvoudig kledingstuk dat volledig uit textielvezels bestaat, naar verwachting met één paspoort toekan. Een samengesteld product — bijvoorbeeld met een onderdeel dat niet als textiel geldt en onder een andere gedelegeerde handeling valt — kan in plaats daarvan met meerdere, onderling gekoppelde paspoorten te maken krijgen.

Vooral relevant bij samengestelde producten

Deze situatie speelt in de praktijk vooral bij producten die uit meerdere, apart gereguleerde onderdelen bestaan: denk aan een kledingstuk met een technisch of elektronisch onderdeel, of aan een product dat commercieel als één geheel wordt verkocht maar uit meerdere afzonderlijke artikelen bestaat. Het gaat niet over het gewone geval waarin een merk gegevens van meerdere toeleveranciers (stof, knopen, ritsen) samenvoegt tot één paspoort voor één kledingstuk — dat is normale gegevensverzameling voor één passport, geen kwestie van meerdere passports. Deze tekst gaat evenmin over de vraag welke gegevens in het paspoort horen; dat wordt per productgroep in de gedelegeerde handeling vastgelegd. Voor de grote meerderheid van kleding en textielproducten, die uit tachtig procent of meer textielvezels bestaat en verder geen apart gereguleerd onderdeel bevat, is het uitgangspunt één passport, niet meerdere.

Nog geen vaste datum, ook niet voor de combinatie

Wanneer de verplichting tot een digitaal productpaspoort voor kleding ingaat, staat nog niet vast. Het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 noemt een gedelegeerde handeling voor textiel, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie, verwacht in 2027. Voor een product dat onder meerdere productgroepen of regelingen valt, geldt dat de timing per onderdeel kan verschillen: elke gedelegeerde handeling heeft zijn eigen datum van inwerkingtreding en toepassing. Dat betekent dat het textielonderdeel van een samengesteld product op een ander moment verplicht kan worden dan een ander onderdeel. Tot een gedelegeerde handeling is vastgesteld en gepubliceerd, geldt voor geen van beide onderdelen een verplichting tot een digitaal productpaspoort op basis van de ESPR. Zodra een tekst is gepubliceerd, wordt de datum hier bijgewerkt.

Wat te doen: onderdelen en regelingen in kaart brengen

Wie een product met meerdere onderdelen op de markt brengt, kan het overzicht in deze volgorde opbouwen. Eerst: welke onderdelen zitten in het product en welke daarvan zijn puur textiel, en welke niet. Vervolgens: is er voor een niet-textiel onderdeel al een aparte informatie- of registratieverplichting bekend uit andere regelgeving, en zo ja, gebeurt de identificatie daar op een vergelijkbare manier. Daarna: zorg dat de eigen bedrijfsgegevens (marktdeelnemer, vestiging, productmodel) eenduidig en consistent geregistreerd zijn, zodat ze later probleemloos als unieke identificatiecode in de zin van artikel 12 kunnen dienen — die eenduidigheid is precies wat koppeling tussen paspoorten mogelijk maakt. Voor het textielonderdeel geldt verder de gewone route: gegevens van fabrikant of importeur worden verzameld, het paspoort wordt samengesteld en tien jaar gehost, met een QR-datadrager als toegang. Voor een eventueel ander onderdeel van hetzelfde product, dat onder een andere regeling valt, ligt de verantwoordelijkheid en de invulling buiten het textielpaspoort — dat wordt via de eigen identificatiecode gekoppeld, niet overgenomen.

Grondslag: artikel 9 en artikel 12 ESPR

Dat een product met meerdere paspoorten te maken kan hebben, en dat koppeling in plaats van dubbele vastlegging het uitgangspunt is, volgt uit de algemene opzet van het digitaal productpaspoort in artikel 9 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), die rekening houdt met bestaande of parallelle informatieverplichtingen uit ander Unierecht. De koppeling zelf loopt via de unieke identificatiecodes voor product, marktdeelnemer en vestiging uit artikel 12 van dezelfde verordening. Beide artikelen regelen het kader; de concrete invulling per productgroep — inclusief eventuele specifieke regels over combinatie bij samengestelde producten — volgt uit de nog te publiceren gedelegeerde handeling voor textiel en kleding.

Wie nu al een samengesteld product op de markt brengt of voorbereidt, kan het verstandigst beginnen met het in kaart brengen van de onderdelen en de regelgeving die daarvoor mogelijk al bestaat, en de eigen bedrijfs- en productregistratie zo eenduidig mogelijk inrichten. Voor het textielonderdeel van het product volstaat het voorlopig om te volgen wanneer de gedelegeerde handeling voor kleding wordt gepubliceerd; die publicatie bepaalt zowel de datum als de precieze regels over eventuele koppeling met andere paspoorten.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een kledingstuk kan onderdeel zijn van meerdere regelingen tegelijk. Een jas met een geïntegreerd elektronisch verwarmingselement, een rugzak met een ingebouwde powerbank, of een schoen met een chip voor authenticatie: dat zijn allemaal producten waarbij textielregels en andere productregels tegelijk kunnen spelen. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening: artikel 9 verplicht tot een digitaal productpaspoort, maar de precieze inhoud en het moment van invoering worden per productgroep apart vastgesteld in gedelegeerde handelingen. Dat betekent dat een product met meerdere toepassingen in theorie onder de gedelegeerde handeling voor textiel kan vallen én onder die voor een andere productgroep, als beide van toepassing worden verklaard.

Nagaan of één product onder meer dan één regeling valt

Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit vooral: het is niet automatisch zo dat "kleding" gelijk staat aan "één paspoortplicht". Bij producten die een elektronisch, elektrisch of ander functioneel onderdeel bevatten dat zelf ook onder ESPR-regelgeving valt, is het nagaan waard of er meer dan één set eisen van toepassing is. Dat vraagt om het productdossier per artikelgroep te bekijken, niet alleen op basis van de omschrijving "textiel" maar op basis van de daadwerkelijke samenstelling en functie van het product.

Eén unieke identificatiecode per product, ook bij meerdere paspoorten

Artikel 12 van de ESPR schrijft een unieke identificatiecode voor per product. Als een product onder twee regelingen valt, ontstaat de vraag hoe die identificatie zich verhoudt tot eventuele afzonderlijke paspoorten. De verordening gaat uit van één digitaal productpaspoort per product, gekoppeld aan die unieke code — niet van twee losse paspoorten die naast elkaar bestaan voor hetzelfde fysieke artikel. Hoe die identificatiecode praktisch wordt opgezet, staat beschreven op de pagina over hoe ik elk product een unieke identificatiecode geef.

Eén datadrager, ook als de informatie uit meerdere bronnen komt

Ook als de gegevens in het paspoort uit verschillende regelgevingskaders komen — bijvoorbeeld textielgegevens van de kledingfabrikant en gegevens over een elektronisch onderdeel van een andere leverancier — blijft het uitgangspunt dat er één toegangspunt op het product zit. Hoe die QR-code op het kledingstuk terechtkomt en wat daarbij praktisch meespeelt, staat toegelicht op de pagina over hoe de QR-code voor het productpaspoort op mijn kleding en textiel komt.

Afstemmen wie welk deel van de gegevens aanlevert

Bij een product dat onderdelen van verschillende toeleveranciers bevat, ontstaat de praktische vraag wie welk gegeven aanlevert en wie verantwoordelijk is voor de juistheid van welk onderdeel. Dat is geen vraag die de verordening tot in detail regelt voor elke denkbare productcombinatie; het is een afspraak die tussen de partijen in de keten gemaakt kan worden, vooruitlopend op de gedelegeerde handeling die voor de betreffende productgroep gaat gelden.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie: een bedrijf gaat ervan uit dat "textiel" en "elektronica" gescheiden werelden zijn, en behandelt een product met een geïntegreerd elektronisch onderdeel puur als kledingstuk. Zodra de gedelegeerde handeling voor die andere productgroep van kracht wordt, blijkt het product ook daaronder te vallen, terwijl het paspoortproces daar niet op was ingericht.

Een tweede situatie: er wordt voor één fysiek product per abuis twee aparte paspoorten aangemaakt, omdat twee afdelingen — of twee leveranciers in de keten — onafhankelijk van elkaar een paspoort laten opstellen. Dat levert twee unieke identificatiecodes op voor wat één artikel is, met verwarring bij zowel de verkoper als een eventuele toezichthouder als gevolg.

Een derde situatie: de QR-code op het product verwijst naar een paspoort dat alleen de textielgegevens bevat, terwijl een geïntegreerd onderdeel eigen paspoortgegevens nodig heeft die nergens aan die datadrager zijn gekoppeld. De consument die de code scant, krijgt dan een onvolledig beeld van het product.

Een vierde situatie: bij een samengesteld product zijn de textielgegevens en de gegevens over het andere onderdeel op verschillende momenten aangeleverd, zonder dat is vastgelegd wie welk deel heeft aangeleverd en wie daarop aanspreekbaar is. Bij een correctie achteraf is dan niet meer te achterhalen wie het gegeven heeft ingebracht.

Een vijfde situatie: het bedrijf denkt dat het probleem "later wel wordt opgelost, als de handeling er is", en stelt intern geen enkele structuur op om samengestelde producten te herkennen. Op het moment dat de handeling er wél is, moet dan alsnog met terugwerkende kracht door de bestaande collectie worden gezocht.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van producten in de collectie die een niet-textiel onderdeel bevatten met een mogelijk eigen paspoortplicht, zodat die groep apart gevolgd kan worden.
  • Een interne afspraak over wie, bij een samengesteld product, verantwoordelijk is voor welk deel van de gegevens — de kledingfabrikant voor het textiel, de toeleverancier voor het andere onderdeel.
  • Een vastgelegde werkwijze voor de toekenning van de unieke identificatiecode per fysiek product, zodat niet per ongeluk twee codes voor één artikel ontstaan; zie de toelichting bij het geven van een unieke identificatiecode aan elk product.
  • Documentatie over hoe het productpaspoort is opgebouwd als de gegevens uit meerdere bronnen komen, inclusief data en versie van aanlevering per onderdeel.
  • Een vastgelegde afspraak over de koppeling met het eigen ERP- of voorraadsysteem, zodat samengestelde producten daar herkenbaar als zodanig zijn geregistreerd; zie de pagina over het koppelen van het productpaspoort aan het eigen systeem.
  • Een procedure voor het corrigeren van gegevens in een al gepubliceerd paspoort, voor het geval blijkt dat een onderdeel abusievelijk niet is meegenomen; zie de pagina over een fout in een gepubliceerd productpaspoort aanpassen.

Zodra de gedelegeerde handeling voor kleding met tachtig procent of meer textielvezels is gepubliceerd, en zodra duidelijk wordt hoe andere productgroepen zich daartoe verhouden bij samengestelde artikelen, wordt deze pagina aangevuld met de concrete regels die dan gelden.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.