texpas.eu

Kan ik het productpaspoort koppelen aan mijn ERP- of voorraadsysteem?

Koppeling is het uitgangspunt, de technische vorm nog niet

Een koppeling tussen het digitale productpaspoort en een eigen ERP- of voorraadsysteem past bij de manier waarop de ESPR het paspoort heeft opgezet: gegevens moeten machineleesbaar en interoperabel zijn, juist zodat ze niet telkens opnieuw handmatig hoeven te worden ingevoerd. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt eisen aan het productpaspoort die op interoperabiliteit gericht zijn, en artikel 11 gaat over het technisch ontwerp en de werking ervan, waaronder de manier waarop gegevens worden uitgewisseld. Dat betekent dat een koppeling in de basis mogelijk is. Wat nog ontbreekt, is de concrete technische invulling voor textiel: welk bestandsformaat, welke velden verplicht zijn en of er een standaard API komt, staat nog niet vast. Die details volgen uit aanvullende regelgeving die specifiek voor kleding en textiel wordt opgesteld.

Voor wie dit geldt en voor wat niet

De interoperabiliteitseis uit artikel 10 en de technische bepalingen uit artikel 11 gelden voor het digitale productpaspoort als zodanig, ongeacht of een merk, importeur of private label het paspoort zelf samenstelt of laat samenstellen. Dat is dus een generieke eis binnen de ESPR, niet iets dat per productcategorie apart wordt uitgevonden. Wat er niet uit volgt, is een verplichting om nu al een technische koppeling te bouwen, of een garantie dat een bepaald bestandsformaat of protocol straks bruikbaar blijkt. Het paspoort is bovendien geen kopie van een ERP-systeem: het bevat de gegevens die voor het paspoort relevant zijn (samenstelling, herkomst, onderhoudsinformatie, en dergelijke), niet de volledige voorraad- of orderadministratie. Een koppeling betekent in de praktijk dat een deel van de al aanwezige productgegevens wordt doorgezet naar het paspoort, niet dat beide systemen volledig samensmelten.

Wanneer dit concreet wordt en wat er tot dan geldt

Een vaste datum voor deze verplichting is er nog niet. Uit het ESPR-werkplan 2025-2030 blijkt dat een gedelegeerde handeling voor textiel wordt verwacht in 2027, en dat kleding met tachtig procent of meer textielvezels daarbij als eerste aan de beurt is. Zodra die handeling gepubliceerd is, wordt ook duidelijk welke technische eisen aan gegevensuitwisseling worden gesteld, en dus of en hoe een koppeling met een ERP- of voorraadsysteem eruit kan zien. Tot die tijd gelden alleen de algemene bepalingen uit artikel 10 en 11: het kader staat, de technische invulling voor textiel nog niet. Wie nu al zou willen bouwen aan een koppeling, bouwt dus op een kader waarvan de details nog kunnen verschuiven.

Wat dit in de praktijk betekent, stap voor stap

Eerst is het zinvol om te kijken welke gegevens al in het eigen systeem staan en welke daarvan waarschijnlijk in een paspoort terechtkomen: vezelsamenstelling, land van productie, materiaalherkomst, onderhoudsinstructies. Vervolgens is het praktisch om die gegevens zo gestructureerd mogelijk vast te leggen, in vaste velden met eenduidige waarden in plaats van vrije tekst, zodat ze later makkelijker over te zetten zijn naar welk formaat dan ook. Daarna is het verstandig om te wachten met het daadwerkelijk bouwen van een technische koppeling of API, omdat de vereisten voor textiel nog niet zijn vastgesteld; energie die nu in een specifieke koppeling wordt gestoken, kan na publicatie van de gedelegeerde handeling alsnog aanpassing vergen. Wat wel al werkt, is aanlevering van gegevens op de manier die nu beschikbaar is: handmatig, via een bestand, of via een eenvoudige export uit het bestaande systeem. Texpas stelt het paspoort samen uit de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert, en verwerkt die aanlevering nu al zonder dat daarvoor een live-koppeling nodig is. Zodra het technische kader voor textiel bekend is, kan bekeken worden of een directere koppeling vanuit het ERP- of voorraadsysteem meerwaarde heeft.

Waar dit op gebaseerd is: artikel 10 en 11 van de ESPR

De interoperabiliteitseis en de eis van machineleesbaarheid voor het digitale productpaspoort volgen uit artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), dat de algemene vereisten voor het paspoort vastlegt. Artikel 11 van dezelfde verordening beschrijft het technisch ontwerp en de werking van het paspoort, waaronder de manier waarop gegevens digitaal worden vastgelegd en uitgewisseld. Beide artikelen vormen het kader waarbinnen latere, productspecifieke regelgeving voor textiel de technische details moet invullen; die invulling is er voor kleding en textiel nog niet.

Wie nu al gegevens over samenstelling, herkomst en onderhoud gestructureerd vastlegt in het eigen systeem, hoeft daar later niet opnieuw mee te beginnen, welke technische vorm de koppeling ook krijgt. Voor de actuele stand van de gedelegeerde handeling en het exacte tijdschema is de officiële bron van de Europese Commissie het punt om in de gaten te houden.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het paspoort moet gegevens uit bronsystemen kunnen ontvangen

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt eisen aan welke gegevens in een digitaal productpaspoort moeten staan en hoe die toegankelijk zijn. Die gegevens komen niet uit het niets: ze zitten al in bestaande systemen zoals een ERP-pakket, een PLM-systeem of een voorraadbeheerpakket — materiaalsamenstelling, leveranciersgegevens, batchnummers, zorginstructies. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat er een verbinding moet zijn tussen het systeem waar deze gegevens al staan en het systeem dat het paspoort samenstelt en publiceert. Dat kan een geautomatiseerde koppeling zijn, maar ook een periodieke export die handmatig wordt geüpload. Beide zijn in de basis mogelijk; welke vorm praktisch is, hangt af van hoeveel producten en varianten er zijn en hoe vaak gegevens wijzigen.

De technische werking moet aansluiten op vastgestelde standaarden

Artikel 11 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft het technisch ontwerp en de werking van het paspoort, waaronder de manier waarop data-uitwisseling plaatsvindt. Dit raakt direct aan de vraag hoe een koppeling technisch wordt opgezet: niet elk exportformaat uit een willekeurig ERP-systeem sluit zonder bewerking aan op wat een paspoortsysteem verwacht. Voor een middelgroot bedrijf betekent dit dat er een vertaalslag nodig is tussen de eigen datastructuur en het format dat voor het paspoort wordt gebruikt. Dat is een technisch vraagstuk, geen juridisch — maar het raakt wel aan de vraag wat GS1 Digital Link is en of dat nodig is voor het productpaspoort, omdat een deel van de te verwachten standaardisatie via dat soort systemen loopt.

Elk product moet herleidbaar zijn tot de juiste paspoortgegevens

Een koppeling met een ERP- of voorraadsysteem werkt alleen als er een sluitende manier is om een fysiek product te matchen aan het juiste paspoort. Dat vraagt om een consistente sleutel tussen de systemen: hetzelfde artikelnummer, dezelfde batchcode of dezelfde variant-identificatie in het ERP-systeem als in het paspoort. Zonder die aansluiting ontstaat het risico dat een gekoppeld systeem wel gegevens doorstuurt, maar naar het verkeerde paspoort, of dat een wijziging in het ene systeem niet doorwerkt in het andere. Dit hangt nauw samen met de manier waarop elk product een unieke identificatiecode krijgt; zonder een heldere identificatielogica is een koppeling tussen systemen weinig waard.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak terugkomt: een bedrijf heeft een ERP-systeem waarin artikelen per stijl zijn vastgelegd, maar niet per kleur of maat. Het paspoort moet echter op variantniveau kloppen, en dan blijkt de koppeling gegevens door te sturen die voor de ene maat wel kloppen en voor de andere niet.

Een tweede situatie: gegevens worden één keer overgezet bij lancering van een collectie, maar een latere wijziging in het ERP-systeem — bijvoorbeeld een andere leverancier voor een deelpartij — wordt niet automatisch doorgezet naar het gepubliceerde paspoort. Het paspoort raakt zo los van de werkelijkheid zonder dat iemand dat merkt, tot iemand een fout ontdekt en zich afvraagt of een gepubliceerd productpaspoort nog aangepast kan worden.

Een derde situatie: een koppeling wordt technisch opgezet door een externe IT-partij, maar niemand binnen het bedrijf controleert achteraf of de gegevens die in het paspoort terechtkomen ook daadwerkelijk overeenkomen met wat op het etiket of de verpakking staat. Een technische koppeling die werkt, is niet automatisch een koppeling die klopt.

Een vierde situatie: het voorraadsysteem wordt gebruikt om automatisch paspoorten te laten vervallen zodra een product wordt uitverkocht, zonder rekening te houden met de vraag hoe lang een paspoort beschikbaar moet blijven. Dat kan tot een mismatch leiden tussen wat operationeel handig is voor de voorraadadministratie en wat er wordt verwacht met het oog op hoe lang een productpaspoort beschikbaar moet blijven.

Een vijfde situatie: bij een fusie, overname of stopzetting van een bedrijfsonderdeel wordt de koppeling losgekoppeld zonder dat is nagedacht over wie de gegevens daarna beheert, wat weer aansluit op de vraag wat er met het productpaspoort gebeurt als een bedrijf stopt.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke systemen welke paspoortgegevens leveren: ERP voor materiaal en herkomst, voorraadsysteem voor beschikbaarheid, PLM voor ontwerp- en samenstellingsdata.
  • Een vastgelegde afspraak over de frequentie van synchronisatie: realtime koppeling, dagelijkse export, of handmatige update per collectie.
  • Een document waarin de identificatiesleutel wordt beschreven die gebruikt wordt om een product in het ERP-systeem te matchen met het juiste paspoort — inclusief hoe dit werkt bij varianten in maat of kleur.
  • Een verantwoordelijke functie of persoon die controleert of gegevens die via de koppeling binnenkomen, ook daadwerkelijk kloppen voordat een paspoort wordt gepubliceerd of bijgewerkt.
  • Een procedure voor wat er gebeurt bij een wijziging in het bronsysteem: wie signaleert dit, en hoe wordt de wijziging doorgevoerd in het gepubliceerde paspoort.
  • Afspraken met een IT-leverancier of interne IT-afdeling over het technisch format van de koppeling, inclusief wat er gebeurt bij een systeemwissel of migratie.
  • Een overzicht van welke gegevens wél via een koppeling automatisch worden aangeleverd en welke nog handmatig worden aangevuld, zodat er geen gat ontstaat tussen wat het systeem denkt te versturen en wat werkelijk in het paspoort staat.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.