texpas.eu

Krijgt elke maat en kleur een eigen productpaspoort?

Eén paspoort per model, niet per maat of kleur

Het productpaspoort hoeft niet voor elke maat en elke kleur apart te bestaan. De ESPR is opgezet rond het idee van een uniek identificatiemiddel dat een product (of een groep gelijksoortige producten) koppelt aan de bijbehorende informatie, en dat kan op het niveau van een model of type liggen in plaats van op het niveau van elk afzonderlijk exemplaar. Voor kleding betekent dit in de praktijk dat een broek in vijf maten en drie kleuren niet automatisch vijftien losse paspoorten nodig heeft, zolang de onderliggende productinformatie — samenstelling, herkomst, onderhoud, conformiteit — voor die varianten gelijk is en herleidbaar blijft.

Voor welke producten dit geldt, en waar de grens ligt

Deze manier van werken is bedacht voor situaties waarin producten in serie worden gemaakt en waarin varianten (maat, kleur, soms een kleine stofafwijking) verder identiek zijn qua materiaalsamenstelling en herkomst. Het geldt niet automatisch voor elk kledingstuk: zodra een variant een andere vezelsamenstelling heeft, uit een andere fabriek komt, of anderszins afwijkt op een punt dat in het paspoort staat, houdt de gedachte van "één paspoort volstaat" op te kloppen. Dan is de informatie feitelijk niet meer gelijk, en volgt uit de logica van de verordening dat er een aparte identificatie nodig is voor wat écht een ander product is. Het onderscheid zit dus niet in het schap (maat- of kleurlabel) maar in de vraag of de onderliggende gegevens die het paspoort moet bevatten, identiek zijn.

Ook belangrijk: dit gaat over het paspoort zelf, niet over de datadrager. Een QR-code kan per verpakkingseenheid, per prijskaartje of per artikel worden aangebracht, ook als die code naar hetzelfde paspoort verwijst. De vraag "één paspoort of niet" en de vraag "één QR-code of niet" lopen dus niet per se gelijk op.

De precieze regels voor textiel volgen nog uit een gedelegeerde handeling

Hoe dit voor kleding en textiel exact wordt ingevuld — op welk niveau (model, partij, of toch individueel product) het paspoort en de unieke code precies moeten worden gekoppeld — staat nog niet vast. De ESPR zelf legt het kader neer (de mogelijkheid om te werken met een unieke identificatiecode op een passend niveau), maar de productspecifieke uitwerking voor textiel volgt uit een gedelegeerde handeling die volgens het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 wordt verwacht in 2027, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Tot die handeling er is, is er geen bindende datum en geen bindend detailniveau voor maat- en kleurvarianten in de kledingsector. Zodra die gedelegeerde handeling is gepubliceerd, wordt dit artikel bijgewerkt met de concrete regels en de datum vanaf wanneer ze gelden.

Hoe dit in de praktijk uitpakt voor een collectie

Voor wie nu al nadenkt over de opzet van een collectie met het oog op het productpaspoort, is de volgorde ongeveer als volgt. Eerst: breng in kaart welke informatie het paspoort straks moet bevatten (materiaalsamenstelling, herkomst, onderhoudsinstructies, conformiteitsgegevens) en welke van die gegevens per maat en kleur daadwerkelijk verschillen — bij de meeste kledingstukken is dat vrijwel niets, bij sommige (bijvoorbeeld een kleur die met een ander kleurproces of een andere leverancier tot stand komt) kan dat wel afwijken. Vervolgens: richt de eigen productadministratie zo in dat gelijke varianten ook als zodanig herkenbaar zijn gekoppeld, zodat een indeling naar model of stijlnummer bruikbaar is zodra de gedelegeerde handeling verschijnt. Tot slot: wacht met het definitief vastleggen van een systeem van unieke codes per artikel of per model tot de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd, want de indeling die daarin komt te staan, bepaalt uiteindelijk hoe fijnmazig het moet.

In de tussentijd is het geen verspilde moeite om alvast te werken met een heldere, consistente artikel- en variantcodering binnen de eigen bedrijfsvoering. Wat nu als model, kleur en maat wordt vastgelegd, is vrijwel zeker herbruikbaar zodra de verplichting concreet wordt, ongeacht op welk niveau die uiteindelijk wordt gelegd.

Waar dit op berust: artikel 11 en 12 van de ESPR

Dat het paspoort werkt met een unieke identificatiecode die een product (of een groep producten) koppelt aan de bijbehorende gegevens, volgt uit artikel 12 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Hoe het digitale productpaspoort technisch is opgezet en functioneert — inclusief de mogelijkheid om dit te koppelen op een niveau dat past bij het product, zoals een model in plaats van elk individueel exemplaar — volgt uit artikel 11 van dezelfde verordening. De productspecifieke invulling voor textiel en kleding, inclusief het niveau waarop dit precies moet, komt in een aparte gedelegeerde handeling die nog niet is gepubliceerd.

Wat te doen met deze informatie

Voor een merk of importeur dat nu een collectie samenstelt, is het verstandig om de eigen productdata alvast in te richten op modelniveau met heldere koppelingen naar maat- en kleurvarianten, zonder al een definitief systeem van unieke codes vast te leggen. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd, staat hier de concrete regeling en de ingangsdatum; tot die tijd is de officiële broncode via de links onder dit artikel de plek om de actuele stand te volgen.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een collectie bestaat meestal uit één model in meerdere maten en kleuren. De vraag of elke variant een eigen paspoort krijgt, draait in de kern om artikel 12 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), over de unieke identificatiecode, en artikel 11 van de ESPR, over het technisch ontwerp van het paspoort. Die twee artikelen bepalen samen hoe fijnmazig een paspoort moet worden toegekend.

Elk product met eigen kenmerken krijgt een eigen identificatiecode

Artikel 12 van de ESPR schrijft voor dat een product te identificeren moet zijn via een unieke identificatiecode, die zelf weer koppelt aan het paspoort. Een maat M in de kleur zwart is, gelet op materiaal, samenstelling of andere gereguleerde kenmerken, niet automatisch identiek aan een maat L in de kleur wit. Voor een bedrijf met 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat het toekennen van codes niet een eenmalige actie per collectie is, maar een terugkerende taak per variant die daadwerkelijk verschilt in de gegevens die het paspoort moet tonen. Hoe die code precies wordt opgebouwd en toegekend, staat beschreven op de pagina over hoe u elk product een unieke identificatiecode geeft.

Het paspoort mag op productgroep- of modelniveau gedeeld gegevens bevatten

Artikel 11 van de ESPR laat ruimte voor een technische opzet waarin een paspoort verwijst naar gegevens die voor een hele groep producten gelden, zolang de unieke identificatiecode van het individuele product herkenbaar blijft. Dat is relevant voor collecties: een deel van de informatie — vezelsamenstelling, wasinstructie, land van productie — is voor maat S en maat XL vaak identisel, terwijl andere gegevens, zoals een batchnummer, per variant kunnen verschillen. Voor een bedrijf betekent dit dat de vraag niet is "één paspoort per product of één voor de hele collectie", maar welke gegevens op welk niveau worden vastgelegd en herbruikt.

De koppeling tussen variant en paspoort moet kloppen bij het scannen

Wat de klant scant, moet uitkomen bij het paspoort dat bij dat specifieke exemplaar hoort. Dat raakt aan hoe de QR-code op het kledingstuk terechtkomt en welke code daarachter zit. Bedrijven die met een extern platform werken, geven doorgaans per variant de juiste gegevens door, zodat de datadrager niet per ongeluk naar de verkeerde maat of kleur verwijst. Meer over die stap staat op de pagina over hoe de QR-code voor het productpaspoort op kleding en textiel komt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een veelvoorkomende situatie is dat een collectie met tien kleuren en zes maten in de praktijk als "één product" wordt behandeld, met één code voor alles. Zodra een klant een specifiek exemplaar scant en de getoonde samenstelling niet overeenkomt met het gedragen kledingstuk — bijvoorbeeld omdat een kleurvariant een ander weefsel heeft — ontstaat een discrepantie tussen wat het paspoort zegt en wat het product is.

Een tweede situatie is het achteraf toevoegen van een nieuwe maat of kleur aan een bestaande collectie, zonder dat er een nieuwe code en een nieuw of aangepast paspoort worden aangemaakt. De nieuwe variant deelt dan de code van een bestaande variant, wat verwarrend is zodra iemand de herkomst of samenstelling van precies dat exemplaar wil nagaan.

Een derde situatie speelt bij private label: verschillende importeurs laten hetzelfde basismodel produceren, elk onder een eigen merk en met kleine afwijkingen in stof of afwerking. Wanneer die importeurs de identificatiecodes van de fabrikant klakkeloos overnemen zonder ze te koppelen aan hun eigen merkgegevens, ontstaat het risico dat twee verschillende producten van twee verschillende bedrijven naar hetzelfde paspoort verwijzen.

Een vierde situatie is technisch van aard: een collectie wordt gekoppeld aan een ERP-systeem waarin varianten worden bijgehouden op SKU-niveau, maar de koppeling tussen SKU en paspoort-ID is niet consistent ingericht. Bij een systeemupdate of migratie raken sommige varianten dan hun koppeling kwijt of krijgen ze de code van een andere maat toegewezen. Wie deze koppeling wil beoordelen, vindt achtergrond op de pagina over het koppelen van het productpaspoort aan een eigen ERP- of voorraadsysteem.

Een vijfde situatie ontstaat bij collecties die na verloop van tijd worden uitgefaseerd: een maat of kleur wordt niet langer verkocht, maar het paspoort blijft nodig voor exemplaren die al bij de consument zijn. Wordt de variant dan per ongeluk als "verwijderd" behandeld in plaats van als "niet langer geproduceerd", dan verdwijnt toegang tot informatie die voor bestaande eigenaars nog relevant is.

Wat u kunt vastleggen

  • Een variantenoverzicht per collectie, met per maat en kleur de unieke identificatiecode en een aanduiding welke gegevens gedeeld zijn met andere varianten en welke niet.
  • Een vaste werkwijze voor het toekennen van codes bij nieuwe varianten, zodat een laat toegevoegde maat of kleur niet de code van een bestaande variant erft.
  • Een overzicht van gedeelde versus variantspecifieke gegevens, bijvoorbeeld vezelsamenstelling als gedeeld gegeven en batch- of productienummer als variantspecifiek gegeven, aansluitend bij de opzet die artikel 11 van de ESPR toestaat.
  • Afspraken met de fabrikant of importeur over wie de code toekent, vooral bij private label, zodat niet twee partijen onafhankelijk van elkaar codes uitgeven voor wat uiteindelijk hetzelfde of net een ander product is.
  • Een controlemoment bij collectiewijzigingen, waarbij bij het toevoegen, wijzigen of uitfaseren van een variant wordt vastgelegd wat er met het bijbehorende paspoort gebeurt.
  • Documentatie van de koppeling met het eigen systeem, zodat bij een systeemwissel of update te herleiden is welke SKU bij welke identificatiecode en welk paspoort hoort.

Wie twijfelt of een bepaalde variant al onder de regels valt, kan eerst nagaan of het onderliggende product zelf binnen de reikwijdte valt via de pagina over of het digitaal productpaspoort geldt voor specifieke kleding en textiel, voordat er tijd wordt gestoken in het per variant inrichten van codes en gegevens.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.