texpas.eu

Welke chemische behandelingen moet ik melden?

Verplichte melding chemische behandelingen nog niet vastgesteld

Welke chemische behandelingen straks in het digitale productpaspoort gemeld moeten worden, staat nog niet vast. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt in algemene zin dat een productpaspoort informatie kan bevatten over stoffen die in een product aanwezig zijn, inclusief stoffen die tijdens de productie zijn gebruikt of toegepast. Maar de verordening zelf noemt geen lijst van behandelingen of stoffen voor textiel en kleding. Die invulling komt in een gedelegeerde handeling die specifiek voor deze productgroep wordt opgesteld. Tot die handeling er is, is er geen vastgestelde meldplicht voor chemische behandelingen onder de ESPR — wel het kader waarbinnen die meldplicht straks vorm krijgt.

Voor textiel en kleding, niet voor alle chemische informatie

Het kader van de ESPR (artikelen 5 tot en met 7) geldt voor producten die als prioritaire productgroep zijn aangewezen, en textiel en kleding staan op die lijst. Binnen die productgroep gaat de aandacht eerst uit naar kleding met tachtig procent of meer textielvezels; andere textielproducten en kledingstukken met een lager vezelaandeel volgen op een later moment. Wat wél al in de verordening ligt vast: artikel 5 tot en met 7 maken onderscheid tussen prestatie-eisen (bijvoorbeeld eisen aan duurzaamheid of recyclebaarheid) en informatievereisten (wat er over het product bekendgemaakt moet worden). Chemische behandelingen kunnen in beide categorieën terugkomen — als eis aan het product zelf, of als informatie die simpelweg gemeld moet worden zonder dat de behandeling verboden is. Welke van de twee van toepassing wordt op welke behandeling, bepaalt de gedelegeerde handeling. Wat hier niet onder valt: algemene chemische regelgeving die los van de ESPR bestaat, blijft een eigen spoor met eigen regels en is geen onderdeel van dit paspoort-kader.

Gedelegeerde handeling verwacht in 2027, exacte datum nog open

Het werkplan voor ecologisch ontwerp 2025-2030 noemt 2027 als verwacht moment voor de gedelegeerde handeling die textiel en kleding invult, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie. Een harde datum voor de eerste toepassing staat nog niet vast; die volgt pas zodra de handeling zelf gepubliceerd is. Tot dat moment gelden voor chemische behandelingen in textiel geen verplichtingen die uit de ESPR voortvloeien. Dat betekent niet dat er niets te doen is — het betekent dat de exacte inhoud van de meldplicht nog niet is vastgelegd, en dat wie nu al voorbereidt, dat doet op basis van het kader (artikel 5 tot en met 7) en nog niet op basis van een definitieve lijst.

Wat er nu al te doen valt

De eerste stap is intern overzicht krijgen: welke chemische behandelingen worden toegepast in het eigen productieproces of bij toeleveranciers, denk aan kleurstoffen, afwerkingen, coatings of impregneringen. Dat overzicht bestaat vaak al gedeeltelijk bij inkoop of kwaliteitscontrole, maar staat zelden centraal vastgelegd op een manier die geschikt is voor een digitaal paspoort. De tweede stap is nagaan bij welke schakel in de keten die informatie ontstaat — de fabrikant, de ververij, de afwerkingsfabriek — en of die partij bereid en in staat is om die gegevens gestructureerd aan te leveren. De derde stap is dat overzicht actueel houden, zodat wanneer de gedelegeerde handeling gepubliceerd wordt, duidelijk is welke van de al verzamelde gegevens aansluiten op de nieuwe vereisten en welke aanvullingen nog nodig zijn. Wachten tot de handeling er is voordat er iets wordt vastgelegd, betekent dat die hele inventarisatie dan alsnog moet gebeuren, onder tijdsdruk.

Basis in artikel 5 tot en met 7 en artikel 10 van de ESPR

Dat chemische behandelingen straks onderdeel kunnen zijn van het digitale productpaspoort, volgt uit de combinatie van artikel 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781), die het onderscheid maken tussen prestatie-eisen en informatievereisten voor productgroepen, en artikel 10, dat de vereisten voor het digitale productpaspoort zelf regelt — waaronder hoe informatie toegankelijk gemaakt moet worden via de datadrager. Geen van deze artikelen noemt een specifieke chemische stof, behandeling of drempelwaarde voor textiel; die invulling is voorbehouden aan de gedelegeerde handeling voor deze productgroep, die er volgens het werkplan 2025-2030 naar verwachting in 2027 komt.

Wat nu te doen staat

Wie nu al met textiel of kleding werkt, kan het beste beginnen met het in kaart brengen van de chemische behandelingen die in de eigen keten worden toegepast en met wie die informatie kan aanleveren. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel is gepubliceerd, wordt hier de concrete inhoud van de meldplicht toegevoegd — inclusief welke behandelingen het betreft en op welke manier ze in het paspoort terechtkomen.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De ESPR zelf noemt "chemische behandelingen" niet als een apart, afzonderlijk te melden gegevenspunt. Wat er wél in staat, is dat de gedelegeerde handeling per productgroep — voor kleding en textiel dus nog te publiceren — de prestatie- en informatievereisten vastlegt, en dat die zich uitdrukkelijk kunnen uitstrekken tot stoffen die tijdens de productie of afwerking van een product zijn gebruikt (artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR, Verordening (EU) 2024/1781). Chemische behandelingen — denk aan waterafstotende coatings, kreukherstellende afwerkingen, antimicrobiële behandelingen, bleek- of verfprocessen met specifieke hulpstoffen — vallen onder die mogelijkheid, maar de precieze lijst van wat gemeld moet worden staat er nog niet.

Vastleggen welke behandelingen zijn toegepast

Praktisch betekent dit voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat er nu al winst te behalen is met het inventariseren van welke chemische afwerkingen bij welke productlijn horen. Wie werkt met meerdere confectiefabrikanten of wasserijen, heeft vaak per leverancier andere afwerkingsrecepten. Die informatie zit doorgaans versnipperd bij de fabrikant en komt niet automatisch mee met een orderbevestiging of factuur.

Aansluiten bij de vezelinformatie die al verplicht is

Chemische behandelingen staan zelden op zichzelf: een waterafstotende coating hoort bij een bepaalde vezelsamenstelling, een antikreukbehandeling bij een ander weefsel. Wie nu al de vezelsamenstelling structureel vastlegt via de aanpak beschreven bij hoe ik de vezelsamenstelling vastleg in het productpaspoort, kan diezelfde structuur uitbreiden met een veld voor toegepaste behandelingen. Dat scheelt werk op het moment dat de gedelegeerde handeling wél concreet wordt.

Rekening houden met de meetmethode zodra die vaststaat

Voor sommige chemische behandelingen — met name die met een mogelijk effect op microvezelafgifte of afbreekbaarheid — ligt een koppeling met een meetmethode voor de hand. Op dit moment is er geen vastgestelde methode specifiek voor chemische behandelingen bij kleding en textiel; wel is het zo dat de ESPR in artikel 7 in algemene zin vraagt om vereisten te onderbouwen met meetbare, verifieerbare gegevens. Hoe dat er in de praktijk uitziet, hangt af van de methode die per productgroep wordt vastgesteld, zoals beschreven bij de methode voor het meten van waarden voor het paspoort.

Bepalen wat wel en niet bedrijfsgevoelig is

Een deel van de informatie over chemische behandelingen — bijvoorbeeld de precieze samenstelling van een coating of een receptuur van een leverancier — kan concurrentiegevoelig zijn. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) voorziet in een onderscheid tussen gegevens die openbaar toegankelijk zijn en gegevens die alleen voor bepaalde partijen, zoals toezichthouders, inzichtelijk zijn. Voor een bedrijf dat nu al chemische afwerkingen documenteert, is het zinvol om vooraf te bepalen welk deel van die documentatie straks in het paspoort komt en welk deel bedrijfsintern blijft. Meer hierover staat bij of bedrijfsgevoelige gegevens over kleding en textiel openbaar gemaakt moeten worden.

Waar het misgaat in de praktijk

Een importeur laat de afwerking van een broek bij een derde partij uitvoeren nadat het weefsel al bij de confectiefabrikant is ingekocht. Niemand in de keten legt vast dat er ná de vezelproductie nog een chemische behandeling is toegepast, omdat dat organisatorisch bij een andere schakel hoort.

Een merk werkt met een vaste wasserij voor een kreukherstellende afwerking, maar wisselt regelmatig van leverancier voor het basistextiel. De afwerking wordt daardoor toegepast op steeds wisselende vezelsamenstellingen, zonder dat er per combinatie een aparte notitie wordt gemaakt van welke behandeling bij welke partij hoort.

Een bedrijf gaat ervan uit dat een chemische behandeling die "standaard" is in de sector — zoals een antikreukafwerking bij overhemden — geen aparte vermelding nodig heeft, omdat het "iedereen doet". Dat is een aanname over de toekomstige inhoud van de gedelegeerde handeling die nog niet onderbouwd kan worden.

Een private label-opdrachtgever vraagt de fabrikant om een lijst van gebruikte chemicaliën, maar krijgt een vage of onvolledige opgave terug omdat de fabrikant zelf werkt met een onderaannemer voor de afwerking. De informatie stopt dan bij de eerste schakel in de keten, terwijl de behandeling verderop plaatsvindt.

Een bedrijf documenteert wel de chemische behandeling, maar niet in welke taal of vorm die documentatie ooit het paspoort moet bereiken, waardoor bij publicatie van de gedelegeerde handeling alles opnieuw vertaald of herschreven moet worden. Dat raakt ook de vraag die aan de orde komt bij de taal waarin de gegevens in het productpaspoort van kleding komen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per productlijn van welke chemische behandelingen zijn toegepast (type behandeling, doel, leverancier of uitvoerende partij).
  • De schakel in de keten waar de behandeling plaatsvindt, apart van waar de vezelproductie of confectie plaatsvindt.
  • Contactgegevens en verantwoordelijkheden van de partij die de behandeling uitvoert, zodat navraag niet steeds via een tussenpartij moet.
  • Een aparte notitie van welke informatie over de behandeling als bedrijfsgevoelig wordt beschouwd en welke niet, vooruitlopend op de indeling die volgt uit artikel 10 van de ESPR.
  • Een koppeling in de eigen administratie tussen vezelsamenstelling en toegepaste behandeling, zodat beide gegevens straks samen in het paspoort kunnen worden opgenomen.
  • Documentatie over hoe vaak en op welk moment een behandeling wordt herhaald of gewijzigd, relevant voor de vraag die aan de orde komt bij hoe vaak de gegevens in het productpaspoort worden bijgewerkt.

Zodra de gedelegeerde handeling voor kleding en textiel is gepubliceerd, wordt hier aangevuld welke chemische behandelingen specifiek gemeld moeten worden en op welke manier.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.