texpas.eu

Hoe leg ik de vezelsamenstelling vast in het productpaspoort?

De vezelsamenstelling komt uit de eigen productdata, niet uit een nieuwe test

De vezelsamenstelling leg je in het productpaspoort vast door de percentages per vezelsoort over te nemen uit de gegevens die er al zijn: de technische specificatie van het artikel, het composition-certificaat van de leverancier of het testrapport van het weefsel of de breisel. Dat is geen nieuwe verplichting om iets te laten testen wat nog niet bekend is — de meeste merken en importeurs hebben deze gegevens al, omdat de vezelsamenstelling nu al op het kledinglabel staat. Het verschil met het paspoort is dat die gegevens straks digitaal, gestructureerd en gekoppeld aan een unieke productidentificatie moeten staan, zodat ze voor de hele levensduur van het artikel te raadplegen zijn. Texpas.eu stelt het paspoort samen op basis van de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert; wij verzinnen geen samenstelling en meten er ook niets aan — wij structureren en hosten wat is aangeleverd, en leveren de QR-datadrager waarmee het paspoort wordt ontsloten.

Voor kleding en textielproducten, nog niet voor elk artikel tegelijk

Dit onderwerp gaat over kleding en textielproducten binnen het digitale productpaspoort van de ESPR. Binnen die groep is de verwachting dat kleding met tachtig procent of meer textielvezels als eerste onder een gedelegeerde handeling valt — andere textielproducten en mengvormen met een lager vezelaandeel volgen op een later moment of onder afwijkende regels. Dit staat los van de vraag wélke vezels precies gemeld moeten worden en in welk detailniveau (bijvoorbeeld per vezelsoort, per procentuele bandbreedte, met of zonder herkomst); die keuzes worden per productgroep vastgelegd in de gedelegeerde handeling en zijn nu nog niet gepubliceerd. Het gaat hier ook niet over de bestaande verplichting om de vezelsamenstelling op het fysieke kledinglabel te vermelden — die staat los van het digitale paspoort en verandert er op zichzelf niet door.

Nog geen vaste datum: het werkplan noemt 2027 als richtpunt

Er is nog geen datum waarop de vezelsamenstelling verplicht in het digitale productpaspoort moet staan. Het ESPR-werkplan 2025-2030 noemt 2027 als verwacht moment voor de gedelegeerde handeling voor textiel, met kleding vanaf tachtig procent textielvezels als eerste categorie, maar dit is een planning en geen vastgestelde verplichting. Zolang die gedelegeerde handeling niet is gepubliceerd, staat er geen concrete verplichting om de vezelsamenstelling in een digitaal paspoort op te nemen — artikel 10 van de ESPR beschrijft wel het algemene kader waar een paspoort straks aan moet voldoen, maar dat kader wordt pas concreet voor textiel zodra de productspecifieke regels er zijn. Tot die tijd is er ruimte om de eigen gegevens op orde te brengen, zonder dat er al een deadline op staat.

Zo bereid je de gegevens nu al voor

Wie hiermee aan de slag wil, begint met het verzamelen van de vezelsamenstelling per artikel of per productielijn, in plaats van per collectie in algemene zin — het paspoort wordt gekoppeld aan een uniek product, dus generieke "ongeveer"-percentages volstaan straks niet. Vervolgens is het zinvol om na te gaan of die percentages actueel zijn per model, kleur en batch, aangezien samenstellingen tussen batches kunnen verschillen ook al heet het artikel hetzelfde. Daarna is het verstandig om vast te leggen ván wie en óp basis waarvan de samenstelling is bepaald — een testrapport, een leveranciersverklaring — zodat er een spoor is als de methode waarmee dat is vastgesteld ter discussie komt. Zodra de gedelegeerde handeling voor textiel bekend is, is dat spoor het uitgangspunt om te bepalen of de bestaande onderbouwing voldoet aan de eisen die dan gelden, of dat er aanvullende informatie nodig is. Texpas.eu verwerkt deze gegevens op het moment dat ze worden aangeleverd; hoe vollediger en actueler de eigen administratie per artikel, hoe minder werk dat later kost.

Onderbouwing: artikel 10 en artikel 39 van de ESPR

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt vast dat de informatie in een digitaal productpaspoort accuraat, actueel en volledig moet zijn, en dat die informatie gekoppeld wordt aan een unieke productidentificatie waarmee het paspoort gedurende de looptijd te raadplegen blijft. Dit artikel beschrijft het algemene kader voor wat een paspoort moet kunnen — het bepaalt niet zelf welke gegevens voor textiel verplicht zijn, dat volgt uit de nog te publiceren gedelegeerde handeling voor die productgroep. Artikel 39 van diezelfde verordening gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden waarmee gegevens in het kader van de ESPR worden vastgesteld: deze moeten betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn, en de Commissie kan per productgroep vastleggen welke methode daarvoor geldt. Voor de vezelsamenstelling betekent dit dat niet alleen het eindresultaat (de percentages) relevant wordt, maar ook de manier waarop die zijn vastgesteld — zodra dat voor textiel is uitgewerkt.

Wie nu al voorbereid wil zijn, brengt de vezelsamenstelling per artikel en batch in kaart, bewaart de onderliggende testrapporten of leveranciersverklaringen, en houdt de publicatie van de gedelegeerde handeling voor textiel in de gaten. Zodra die handeling er is en de datum vaststaat, is deze pagina de plek waar dat wordt aangevuld.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De vezelsamenstelling correct en volledig opnemen

Het digitaal productpaspoort bevat productinformatie die volgt uit de productspecifieke eisen, en voor kleding en textiel hoort de vezelsamenstelling daar naar verwachting bij. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft dat het paspoort de informatie moet bevatten die voor het betreffende productgroep is vastgesteld. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat de samenstelling die nu al op het naaietiket staat, ook digitaal en gestructureerd beschikbaar moet zijn — niet als vrije tekst, maar als data die uitleesbaar is voor systemen die het paspoort tonen. Welke velden en indeling daarbij precies horen, hangt af van de uitvoeringsregels die nog gepubliceerd moeten worden; een overzicht van de gegevenscategorieën die momenteel worden verwacht staat in welke gegevens komen er in het productpaspoort van kleding en textiel.

De samenstelling onderbouwen met een meetmethode

Een percentage vezel noemen is één stap; kunnen aantonen hoe dat percentage is vastgesteld is een andere. Artikel 39 van de ESPR beschrijft dat waarden in het paspoort gebaseerd moeten zijn op vastgestelde test-, meet- of berekeningsmethoden. Voor een bedrijf dat werkt met leveranciers in meerdere landen betekent dit dat een leverancierscertificaat of eigen testrapport op de achtergrond aanwezig moet zijn, ook als alleen het eindpercentage in het paspoort verschijnt. Welke methode voor welk soort claim wordt verwacht — laboratoriumtest, berekening op basis van inkoopgegevens, of iets anders — is onderwerp dat verder wordt uitgewerkt op volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten.

Onderscheid maken tussen nieuwe en gerecycleerde vezel

Waar een product deels uit gerecycleerd materiaal bestaat, ligt er een extra laag onder de simpele vermelding "polyester" of "katoen". Een bedrijf dat gerecycleerd polyester inkoopt, krijgt daarmee ook de vraag hoe dat aandeel is vastgesteld en op basis van welk bewijs. Dat onderscheid raakt zowel de samenstelling zelf als de onderbouwing ervan, en is uitgewerkt in hoe toon ik het aandeel gerecycleerde vezel aan.

De gegevens actueel houden bij samenstellingswijzigingen

Vezelsamenstelling verandert soms tussen productieseries — een leverancier wijzigt een garenmix, of een collectie krijgt een nieuwe versie met een ander aandeel gerecycleerd materiaal. Voor bedrijven die met kleine batches en frequente herbestellingen werken, is dit een van de plekken waar het paspoort niet "eenmalig invullen en klaar" is. Hoe vaak een update nodig is en wat daarbij als wijziging telt, staat beschreven op hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken.

Waar het misgaat in de praktijk

Een veelvoorkomende situatie is dat het percentage op het naaietiket en het percentage dat de leverancier intern documenteert, niet exact overeenkomen — bijvoorbeeld door afronding of door een gemengde batch die als één artikelnummer wordt verkocht. Zolang dit alleen op het etiket staat, valt het zelden op; in een digitaal paspoort dat gekoppeld is aan een artikelnummer wordt zo'n verschil zichtbaarder.

Een tweede situatie: een merk neemt de samenstelling over die de fabriek doorgeeft, zonder dat er een testrapport of certificaat achter zit. Dat werkt totdat er een vraag komt over de onderbouwing — dan is er niets om naar te verwijzen.

Een derde situatie ontstaat bij mengproducten met kleine bijmengingen, zoals een hoofdstof van katoen met een klein percentage elastaan. Deze bijmenging wordt in de praktijk soms weggelaten uit het paspoort omdat die "toch niet belangrijk" wordt gevonden, terwijl de samenstelling in het paspoort juist volledig zou moeten zijn.

Een vierde situatie speelt bij gerecycleerd materiaal: een leverancier claimt een percentage gerecycleerd polyester, maar het bewijs daarvoor (bijvoorbeeld een chain-of-custody certificaat) dekt een andere partij of periode dan de partij die daadwerkelijk is ingekocht. Dat verschil komt vaak pas aan het licht als iemand het certificaat naast de inkooporder legt.

Een vijfde, en subtiele, situatie: de samenstelling wordt correct vastgelegd op het moment van invoer, maar niet bijgewerkt wanneer een leverancier later de garenmix aanpast voor een volgende productieronde onder hetzelfde artikelnummer. Het paspoort blijft dan de oude samenstelling tonen.

Wat u kunt vastleggen

  • Het leverancierscertificaat of testrapport waarop het gemelde percentage per vezelsoort is gebaseerd, per artikelnummer of per productiebatch.
  • Een intern overzicht (sjabloon beschikbaar) waarin per collectie wordt bijgehouden welke samenstelling bij welke productieronde hoort, zodat wijzigingen niet ongemerkt blijven.
  • Correspondentie met de leverancier over de gebruikte meetmethode, zodat bij een latere vraag duidelijk is of het om een laboratoriumtest, een berekening of een verklaring van de garenleverancier gaat.
  • Bij gerecycleerd materiaal: het chain-of-custody certificaat of een gelijkwaardig bewijsstuk, gekoppeld aan de specifieke partij die is ingekocht, niet alleen aan de leverancier in algemene zin.
  • Een vast moment in het inkoopproces waarop wordt gecontroleerd of de samenstelling op het naaietiket overeenkomt met de samenstelling die in het paspoort staat, om afwijkingen tussen etiket en digitale data te voorkomen — dit raakt ook de vraag hoe het wasetiket zich verhoudt tot het paspoort, zoals beschreven op hoe verhoudt het wasetiket zich tot het productpaspoort.
  • Een verantwoordelijke binnen het bedrijf (inkoop, kwaliteit, of duurzaamheid) die wordt aangewezen als eigenaar van de vezelsamenstelling-data, zodat wijzigingen door een leverancier altijd bij één persoon binnenkomen in plaats van te verdwijnen tussen afdelingen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.