texpas.eu

Moet ik bedrijfsgevoelige gegevens over mijn kleding en textiel openbaar maken?

Niet alles wordt openbaar: het paspoort kent verschillende toegangsniveaus

Bedrijfsgevoelige gegevens moeten niet automatisch voor iedereen zichtbaar worden. Het digitale productpaspoort is bedoeld om bepaalde informatie over een kledingstuk of textielproduct toegankelijk te maken, maar dat betekent niet dat alle onderliggende gegevens publiek op straat komen te liggen. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft dat het paspoort met gedifferentieerde toegang kan werken: een deel van de gegevens is voor iedereen te raadplegen via de QR-code, en een ander deel is alleen bereikbaar voor specifieke partijen, zoals markttoezichthouders, douane of andere actoren in de toeleveringsketen. Welke gegevens in welke categorie vallen, wordt per productgroep vastgelegd in de gedelegeerde handeling die voor die groep geldt. Voor kleding en textiel ligt die handeling er nog niet, dus de precieze indeling voor deze sector is er nu nog niet.

Voor welke gegevens dit speelt, en voor welke niet

Dit onderscheid gaat over gegevens die wél iets met het product te maken hebben, maar waarvan openbaarmaking niet nodig is om de doelen van de verordening te bereiken — denk aan gedetailleerde receptuur van een behandeling, de identiteit van een specifieke onderleverancier, of technische specificaties die verder gaan dan wat een consument of toezichthouder nodig heeft. Het geldt voor de actoren die onder artikel 38 van de ESPR gegevens moeten aanleveren voor het paspoort: fabrikanten, importeurs en andere partijen in de toeleveringsketen.

Het gaat niet over bedrijfsgegevens die sowieso buiten de reikwijdte van het paspoort vallen, zoals inkoopprijzen, winstmarges of interne bedrijfsprocessen die geen deel uitmaken van de productinformatie die de verordening beoogt. Die horen niet in het paspoort thuis, punt. Het gaat ook niet om een vrijstelling van gegevens die toezichthouders nodig hebben voor hun taak: informatie die relevant is voor markttoezicht kan wel degelijk toegankelijk moeten zijn voor die toezichthouders, ook als diezelfde informatie niet aan het grote publiek wordt getoond. Beperkte toegang is dus iets anders dan geheimhouding voor iedereen.

Nog geen vaste datum voor de precieze indeling

Wanneer voor kleding en textiel vastligt welke gegevens publiek zijn en welke beperkt toegankelijk, staat nog niet vast. Volgens het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 wordt de gedelegeerde handeling voor deze productgroep in 2027 verwacht, met kleding die voor tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie. Dat is nog geen wettelijk vastgelegde datum, maar wel de planning zoals die er nu ligt. Tot de gedelegeerde handeling er is, gelden alleen de algemene kaders uit artikel 10 en artikel 38 van de ESPR: die beschrijven dát er een systeem van gedifferentieerde toegang kan bestaan, maar niet welke specifieke gegevens voor kleding straks in welke categorie vallen. Zodra de handeling is gepubliceerd, wordt dat hier aangevuld.

Wat een merk of importeur hier nu al mee kan doen

De volgorde waarin dit meestal wordt opgepakt, ziet er ongeveer zo uit:

Eerst een overzicht maken van de gegevens die al worden verzameld voor bestaande labels, certificaten of ketencommunicatie — samenstelling, herkomst, behandelingen, leveranciersinformatie. Vervolgens een grove indeling maken tussen gegevens die naar hun aard al publiek zijn (zoals vezelsamenstelling of wasinstructies) en gegevens die gevoeliger liggen (zoals de identiteit van een specifieke productielocatie of een receptuur). Daarna is het een kwestie van afwachten hoe de gedelegeerde handeling voor textiel die indeling concreet maakt, en de eigen gegevensstructuur zo inrichten dat gegevens later eenvoudig te labelen zijn naar toegangsniveau zonder dat alles opnieuw moet worden ingericht. Tot slot is het zinvol om met leveranciers en andere partijen in de keten af te stemmen wie welke gegevens nodig heeft en op welk moment, aangezien artikel 38 juist die onderlinge gegevensuitwisseling regelt — dat is een ander vraagstuk dan wat er straks richting de eindgebruiker of toezichthouder zichtbaar wordt.

Waar dat staat: artikel 10 en artikel 38 ESPR

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de vereisten waaraan het digitale productpaspoort moet voldoen, met inbegrip van de mogelijkheid van gedifferentieerde toegang tot de gegevens die erin zijn opgenomen. Artikel 38 van dezelfde verordening beschrijft de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen, waaronder welke gegevens zij onderling en richting bevoegde instanties beschikbaar moeten stellen — een verplichting die los staat van openbaarmaking aan het brede publiek. De precieze uitwerking voor kleding en textiel, inclusief welke gegevens onder welk toegangsniveau vallen, volgt uit de nog te publiceren gedelegeerde handeling voor deze productgroep.

Wat nu te doen

Wie nu al gegevens verzamelt voor het toekomstige paspoort, doet er goed aan die gegevens zo te structureren dat later een onderscheid naar toegangsniveau kan worden aangebracht, en de eigen leveranciers te betrekken bij de vraag welke informatie zij bereid en verplicht zijn te delen. Voor de definitieve indeling van gegevens in publiek en beperkt toegankelijk blijft de publicatie van de gedelegeerde handeling voor textiel het te volgen moment; deze pagina wordt aangevuld zodra die er is.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het digitale productpaspoort maakt informatie over kleding en textiel toegankelijk voor partijen buiten het eigen bedrijf: consumenten, toezichthouders, recyclers, marktdeelnemers verderop in de keten. Dat roept bij veel bedrijven meteen de vraag op wat dit betekent voor gegevens die zij liever niet delen, zoals leveranciersnamen, receptuur van behandelingen of inkoopprijzen. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) regelt dit niet met een simpele ja-of-nee-regel, maar met een onderscheid tussen wat verplicht in het paspoort komt en wie dat mag inzien.

Alleen de voorgeschreven gegevens komen in het paspoort

Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft welke categorieën informatie een digitaal productpaspoort moet bevatten. Dat is een afgebakende set, gericht op zaken als samenstelling, herkomst van materialen en gebruiksinformatie — niet een open uitnodiging om alles wat een bedrijf weet over een product te ontsluiten. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat het paspoort een selectie is, geen volledige dossierexport. Welke velden precies verplicht worden voor kleding en textiel staat beschreven op de pagina over welke gegevens er in het productpaspoort van kleding en textiel komen. Wie het paspoort samenstelt, bepaalt dus vooraf welke gegevens wél en welke niet onder de verplichte categorieën vallen — en dat onderscheid is het startpunt van elk gesprek over bedrijfsgevoelige informatie.

Niet elke gebruiker van het paspoort ziet dezelfde gegevens

Een tweede laag is de vraag wie welke gegevens te zien krijgt. Het paspoort is niet per definitie één publiek toegankelijk bestand met alle informatie voor iedereen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gegevens die voor consumenten zichtbaar zijn en gegevens die alleen voor toezichthouders, marktdeelnemers in de toeleveringsketen of andere aangewezen partijen toegankelijk zijn. Voor een bedrijf dat zich zorgen maakt over concurrentiegevoelige details, is dit onderscheid vaak relevanter dan de vraag of iets "in het paspoort staat". De toegangsrechten en de rolverdeling daarbij zijn uitgewerkt op de pagina over wie welke gegevens uit het productpaspoort mag inzien. Praktisch betekent dit dat een bedrijf bij het inrichten van het paspoort ook moet nadenken over welke laag van toegang bij welk gegeven past, in plaats van alles op één hoop te gooien.

Actoren in de keten leveren gegevens door, niet vrijblijvend

Artikel 38 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft wat van actoren in de toeleveringsketen wordt verwacht als het gaat om het aanleveren van informatie voor het paspoort. Voor merken en importeurs die met meerdere toeleveranciers werken, betekent dit dat afspraken over wát wordt doorgegeven en in welke vorm, niet alleen een interne kwestie zijn maar samenhangen met een wettelijk kader waarin ketenpartners over en weer gegevens moeten kunnen aanleveren. Een bedrijf van deze omvang heeft doorgaans niet de capaciteit om per leverancier een uniek proces te voeren; het is dan praktischer om één vast format te hanteren voor wat wordt opgevraagd en wat wordt teruggegeven.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt geregeld terug bij bedrijven die het paspoort voor het eerst inrichten.

Ten eerste: leveranciersgegevens worden zonder nadenken in vrije tekstvelden gezet, terwijl die velden mogelijk breder zichtbaar zijn dan gedacht. Zonder helder onderscheid tussen wat verplicht en wat optioneel is, glipt informatie mee die niet had gemoeten.

Ten tweede: een bedrijf neemt aan dat "digitaal paspoort" gelijk staat aan "openbaar voor iedereen", en onthoudt zich daarom uit voorzorg van het invullen van velden die wél verplicht zijn. Dat leidt tot een onvolledig paspoort, niet tot minder risico.

Ten derde: receptuur van chemische behandelingen wordt letterlijk overgenomen uit interne kwaliteitsdocumenten, inclusief leveranciersnaam en concentraties, terwijl alleen gemeld hoeft te worden welke behandeling is toegepast. Zie hierover ook de pagina over welke chemische behandelingen gemeld moeten worden.

Ten vierde: bij samenwerking met een private-labelpartner wordt niet vastgelegd wie verantwoordelijk is voor welk deel van de gegevens, waardoor bedrijfsgevoelige informatie van de ene partij per ongeluk in het paspoort van de andere terechtkomt.

Ten vijfde: gegevens over gerecycleerd materiaal worden gedeeld inclusief de naam van de recyclingpartner en het inkooptraject, terwijl het aandeel gerecycleerde vezel op zichzelf voldoende is als gegeven. Meer hierover staat op de pagina over hoe het aandeel gerecycleerde vezel wordt aangetoond.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke gegevens verplicht in het paspoort komen en welke daarbuiten vallen, zodat niet meer wordt gedeeld dan nodig is.
  • Afspraken met leveranciers over welke gegevens zij aanleveren voor het paspoort en in welke vorm, inclusief wie welk deel van de verantwoordelijkheid draagt.
  • Een interne toewijzing van toegangsniveaus: welk gegeven is voor consumenten zichtbaar, welk gegeven alleen voor toezichthouders of ketenpartners.
  • Een vast format voor het aanleveren van technische informatie (bijvoorbeeld over vezelsamenstelling of behandelingen), zodat leveranciers niet zelf bepalen welke details worden meegestuurd.
  • Een verwijzing naar de eigen documentatie over materiaalherkomst en samenstelling, gescheiden van wat uiteindelijk in het paspoort wordt gepubliceerd — bijvoorbeeld te ordenen volgens de aanpak op de pagina over het vastleggen van de vezelsamenstelling.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.