texpas.eu

Hoe toon ik het aandeel gerecycleerde vezel aan?

Nog geen vaste methode voor het aandeel gerecycleerde vezel

Het aandeel gerecycleerde vezel toon je aan met een reken- of meetmethode die de Europese Commissie nog moet vastleggen in een gedelegeerde handeling onder de ESPR; die methode moet voldoen aan de eisen voor test-, meet- en berekeningsmethoden uit artikel 39 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Tot die handeling er is, staat niet vast welk percentage, welke testnorm of welke controlemethode gebruikt wordt om een claim over gerecycled materiaal te onderbouwen. Het digitale productpaspoort zelf, geregeld in artikel 10 van dezelfde verordening, bepaalt dat een paspoort productinformatie bevat op basis van betrouwbare gegevens, maar laat de precieze inhoud per productgroep over aan aparte, productspecifieke regelgeving. Voor kleding en textiel is die productspecifieke invulling er nog niet. Wat er wél ligt, is het kader: als er een methode komt, moet die aantoonbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar zijn, en zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande geharmoniseerde normen.

Voor kleding en textiel, niet voor grondstof of marketingtekst

Dit onderwerp gaat over kleding en textielproducten die onder het ESPR-werkplan vallen, met kleding waarvan tachtig procent of meer uit textielvezels bestaat als eerste categorie die aan de beurt komt. Het gaat niet over losse garens, vezels of grondstoffen die nog niet tot een eindproduct zijn verwerkt — die kunnen op een ander moment of via een andere handeling aan bod komen. Het gaat ook niet over een claim die een merk nu al op een label of website zet zonder verband met het digitale productpaspoort; dat is een andere kwestie dan de vraag hoe het aandeel gerecycled materiaal ín het paspoort wordt vastgelegd en onderbouwd. En het is geen verplichting die nu al concreet ergens staat: het is een onderdeel dat naar verwachting wordt ingevuld zodra de productspecifieke gedelegeerde handeling voor textiel gepubliceerd wordt.

Datum nog niet vast, kader wel

Wanneer een aantoonbaarheidseis voor het aandeel gerecycleerde vezel concreet ingaat, staat nog niet vast. Binnen het ESPR-werkplan voor de periode 2025-2030 wordt een gedelegeerde handeling voor textiel verwacht in 2027, met kleding met tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie. Zodra die handeling gepubliceerd wordt, zal daaruit blijken welke methode geldt en per wanneer die van toepassing is. Tot die tijd geldt er geen wettelijk voorgeschreven ESPR-methode om het aandeel gerecycled materiaal aan te tonen. Ondernemingen die nu al met gerecycled materiaal werken en dit willen laten zien, doen dat op basis van eigen administratie, leveranciersverklaringen of bestaande certificeringssystemen — niet op basis van een methode die uit de ESPR zelf volgt, want die is er nog niet.

Wat dit betekent voor de opbouw van het dossier

Praktisch gezien is de volgorde als volgt. Eerst: gegevens over vezelsamenstelling en de herkomst van gerecycled materiaal vastleggen bij de fabrikant, leverancier of importeur, ongeacht of er al een verplichte methode is — die basis is nodig zodra er wel een komt. Vervolgens: bewaren welke bronnen, certificaten of verklaringen aan die gegevens ten grondslag liggen, zodat er later een spoor is terug te volgen naar de oorspronkelijke informatie. Daarna: zodra de gedelegeerde handeling voor textiel gepubliceerd is, kan de al vastgelegde data getoetst worden aan de dan geldende testmethode en eventueel aangevuld worden. Texpas.eu verwerkt in dit proces de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert tot een paspoort en past de vermelding over het aandeel gerecycled materiaal aan zodra de officiële methode bekend is — de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de onderliggende gegevens blijft bij de partij die ze aanlevert.

Waar dit op berust: artikel 10 en artikel 39 van de ESPR

Artikel 10 van de ESPR bepaalt in algemene zin welke eisen gelden voor de inhoud en werking van het digitale productpaspoort: het paspoort bevat productinformatie, maar de precieze invulling per productgroep — inclusief kleding en textiel — volgt uit aparte, productspecifieke gedelegeerde handelingen die nog moeten verschijnen. Artikel 39 van de ESPR bepaalt dat waar test-, meet- of berekeningsmethoden nodig zijn om aan eisen te voldoen, die methoden betrouwbaar, nauwkeurig en reproduceerbaar moeten zijn en zoveel mogelijk op geharmoniseerde normen gebaseerd. Samen vormen deze artikelen het kader waarbinnen een toekomstige methode voor het aandeel gerecycleerde vezel moet passen, zonder dat die methode zelf al is vastgesteld. De concrete invulling voor textiel volgt uit de productspecifieke gedelegeerde handeling die in het ESPR-werkplan voor deze categorie wordt aangekondigd.

Wie nu al met gerecycled materiaal werkt, kan het meeste winnen door de herkomst en onderbouwing daarvan op orde te brengen bij de leverancier of fabrikant, zodat die informatie klaarligt zodra de officiële methode bekend wordt — texpas.eu verwerkt die gegevens dan in het paspoort en werkt de vermelding bij zodra de gedelegeerde handeling voor textiel gepubliceerd is.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het aandeel gerecycleerde vezel juist en onderbouwd opgeven

Het digitaal productpaspoort vraagt om productinformatie die op de werkelijke samenstelling van het kledingstuk is gebaseerd. Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) stelt dat de gegevens in het paspoort juist, volledig en actueel moeten zijn. Voor een aandeel gerecycleerde vezel betekent dat concreet: het percentage dat in het paspoort staat, moet herleidbaar zijn tot een onderbouwing die de fabrikant of importeur zelf kan tonen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers komt dit meestal neer op het verzamelen van de juiste papieren bij de leverancier, vóórdat het percentage in het paspoort wordt ingevuld — niet achteraf reconstrueren.

Meten en berekenen volgens een vaste methode

Artikel 39 van de ESPR gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden die gebruikt worden om de waarden in het paspoort te bepalen. Zodra voor textiel een methode is aangewezen, geldt die als uitgangspunt voor de manier waarop het aandeel gerecycleerde vezel wordt vastgesteld en niet een eigen rekenwijze van de fabrikant of een schatting van de leverancier. Voor een kledingbedrijf betekent dit dat de keuze voor een testmethode of certificeringssysteem geen interne beslissing is die los staat van de regelgeving: die keuze moet aansluiten bij wat is voorgeschreven. Meer over hoe die methodes werken staat op de pagina over de methode waarmee waarden voor het paspoort worden gemeten.

Herkomst van gerecycleerd materiaal onderscheiden

Een aandeel gerecycleerde vezel kan uit verschillende bronnen komen: pre-consumer afval (restmateriaal uit productieprocessen) of post-consumer afval (gebruikte kleding of textiel). Het paspoort vraagt niet alleen om een percentage, maar om gegevens die aansluiten bij de bredere vezelsamenstelling van het product. Dat raakt direct aan de vraag hoe de vezelsamenstelling in het productpaspoort wordt vastgelegd: het aandeel gerecycleerde vezel is in de praktijk een onderdeel van diezelfde samenstelling, niet een los cijfer ernaast. Voor een bedrijf van bescheiden omvang betekent dit dat de administratie van vezelherkomst en de administratie van gerecycleerd aandeel bij voorkeur in één systeem samenkomen, om tegenstrijdige cijfers te voorkomen.

Onderbouwing kunnen tonen zonder bedrijfsgegevens vrij te geven

De onderbouwing van een aandeel gerecycleerde vezel bevat vaak informatie die een fabrikant niet zomaar wil delen met iedereen die het paspoort raadpleegt, zoals de naam van een specifieke leverancier of een interne testrapportage. Het paspoort zelf toont het percentage, maar niet automatisch elk onderliggend document. Wat wel en niet publiek zichtbaar is, hangt samen met de vraag wie welke gegevens uit het productpaspoort mag inzien en met de vraag of bepaalde onderbouwing als bedrijfsgevoelig kan worden behandeld. Dat onderscheid tussen het gepubliceerde percentage en de achterliggende bewijsvoering is voor kleinere bedrijven vaak nieuw terrein, omdat interne kwaliteitsdocumenten voorheen niet gekoppeld waren aan een publiek toegankelijk paspoort.

Waar het misgaat in de praktijk

Een veelvoorkomende situatie is dat een leverancier een percentage gerecycleerd materiaal opgeeft op een productblad, zonder dat daar een certificaat of testrapport bij zit. Het bedrijf dat het kledingstuk op de markt brengt, neemt dat cijfer over in het paspoort, terwijl de onderbouwing feitelijk ontbreekt.

Een andere situatie: verschillende partijen van hetzelfde kledingstuk komen van verschillende leveranciers of productielocaties, met een licht afwijkend aandeel gerecycleerd materiaal per partij. Wanneer het paspoort één vast percentage toont voor het hele artikel, sluit dat niet meer aan bij de werkelijke samenstelling van elke afzonderlijke partij.

Ook komt het voor dat een bedrijf pre-consumer restmateriaal en post-consumer gerecycled materiaal bij elkaar optelt tot één percentage, zonder dat duidelijk is welke berekeningswijze daarbij is gehanteerd. Zodra een vaste methode onder artikel 39 van de ESPR van toepassing is, kan een eigen rekenwijze afwijken van wat verwacht wordt.

Een vierde situatie ontstaat wanneer de samenstelling van een collectiestuk in de loop van een seizoen wijzigt — bijvoorbeeld omdat een leverancier overstapt op een andere garenbron — terwijl het paspoort nog het oorspronkelijke percentage toont. Dit raakt aan de vraag hoe actueel de gegevens in het paspoort moeten blijven: een eenmalig ingevuld percentage is geen permanente vastlegging.

Ten slotte gebeurt het dat een bedrijf het certificaat van een keurmerk als enige onderbouwing bewaart, zonder dat duidelijk is welk deel van het certificaat precies over het aandeel gerecycleerde vezel gaat en welk deel over andere aspecten, zoals chemische behandeling van het materiaal.

Wat u kunt vastleggen

  • Het certificaat of testrapport van de leverancier waarin het aandeel gerecycleerde vezel per partij of levering staat vermeld, met een duidelijke datum en batchverwijzing.
  • Een interne notitie over de gehanteerde berekeningswijze, zodat herleidbaar is hoe pre-consumer en post-consumer aandelen zijn verwerkt tot het percentage in het paspoort.
  • Een overzicht van de gebruikte testmethode of het certificeringssysteem, gekoppeld aan wat daarover volgt uit artikel 39 van de ESPR zodra dit voor textiel is uitgewerkt.
  • Een afspraak met leveranciers over de aanlevering van onderbouwing bij elke nieuwe partij of collectiewijziging, inclusief een vast moment waarop deze gegevens worden gecontroleerd.
  • Een intern sjabloon waarin vezelsamenstelling en aandeel gerecycleerd materiaal samen worden geregistreerd, zodat deze gegevens niet los van elkaar in verschillende systemen belanden.
  • Een classificatie van welke onderbouwingsdocumenten bedrijfsgevoelig zijn en welke gegevens uiteindelijk zichtbaar worden in het publieke paspoort.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.