Verkoopt u kleding of textiel ook buiten Nederland, dan is de eerste geruststelling dat het digitaal productpaspoort een Europese verplichting is: de basisregels gelden in de hele EU op dezelfde manier. Toch zijn er punten waarop landen kunnen verschillen, en die punten zijn precies waar u met uw softwareleverancier over spreekt voordat u een systeem kiest of uitbreidt.
Het gaat dan vooral om drie dingen: de taal waarin informatie aan de consument wordt getoond, welke toezichthouder in welk land bevoegd is, en of er naast het paspoort nog nationale eisen bestaan die er los van staan. Geen van die punten verandert de kern van het paspoort zelf, maar ze bepalen wel hoe uw softwareleverancier het systeem moet inrichten als uw artikelen in meerdere landen op de markt komen.
Wat gelijk blijft, omdat de EU het regelt
De verordening die aan het digitaal productpaspoort ten grondslag ligt, is een Europese verordening. Dat betekent dat de kern overal hetzelfde is: welke gegevens in het paspoort horen, dat er een QR-code als datadrager wordt gebruikt, en dat het paspoort tien jaar toegankelijk moet blijven. Een lidstaat kan deze kern niet aanpassen of verzwaren op eigen initiatief. Voor de techniek en de opbouw van het paspoort maakt het dus in beginsel niet uit of een artikel in Nederland, Duitsland of Frankrijk wordt verkocht.
De gedelegeerde handeling die de gegevensvereisten voor textiel en kleding invult, moet nog worden gepubliceerd; in het werkplan van de Europese Commissie staat 2027 genoemd, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie. Zolang die handeling er niet is, staat nog niet definitief vast hoe gedetailleerd de gegevens moeten zijn. Wat er wél al gepubliceerd is, kunt u nalezen via de officiële tekst; de kennisbank per onderwerp uitgezocht geeft per thema aan waar dat staat.
Waar landen kunnen verschillen
Ook binnen één Europese verordening blijft er ruimte voor nationale invulling. Zo kan de taal waarin consumenteninformatie wordt getoond, verschillen per land waar het product wordt verkocht — dat raakt niet het paspoort als zodanig, maar wel de manier waarop het aan de eindklant wordt gepresenteerd. Ook de toezichthouder die in de praktijk toeziet op naleving, is een nationale aangelegenheid: elke lidstaat wijst zijn eigen markttoezichtautoriteit aan. En sommige landen kennen al langer eigen labelingseisen die naast het paspoort blijven bestaan, bijvoorbeeld rond textielbenamingen of specifieke waarschuwingen.
Geen van deze verschillen is spectaculair, maar ze zijn wel de reden dat een softwaresysteem dat alleen voor de Nederlandse markt is ingericht, niet zonder meer geschikt is zodra u ook elders verkoopt.
Wat u aan uw softwareleverancier vraagt
Als u ook in andere EU-landen verkoopt, is het zinvol om een aantal concrete vragen op tafel te leggen. Kan het systeem dezelfde onderliggende gegevens tonen in meerdere talen, afhankelijk van het land van bestemming, zonder dat u de gegevens dubbel moet invoeren? Wordt vastgelegd welke gegevens verplicht zijn ongeacht het verkoopland, en welke aanvullingen landspecifiek zijn? En hoe wordt een wijziging in regelgeving — bijvoorbeeld een aanpassing door een lidstaat aan de eigen labelingseisen — doorgevoerd in bestaande paspoorten, zonder dat u dat zelf per artikel moet bijhouden?
Ook gegevensbeheer is een onderwerp dat aandacht verdient in dit gesprek: waar de gegevens worden gehost en hoe ze worden beveiligd, is voor elk bedrijf relevant, maar wordt belangrijker zodra meerdere landen en dus meerdere partijen toegang nodig hebben. hoe wij met privacy en gegevens omgaan laat zien welke keuzes daarin spelen.
Wat dit betekent voor uw contract
De antwoorden op deze vragen horen niet alleen in een gesprek thuis, maar ook in de afspraken die u met uw softwareleverancier vastlegt. Denk aan wie verantwoordelijk is voor het bijwerken van landspecifieke blokken als de regelgeving daar verandert, en hoe snel dat gebeurt. Een leverancier die dit proactief regelt, scheelt u werk zodra u een nieuw land aan uw afzetmarkt toevoegt.
Wilt u voor uzelf op een rij zetten hoe uw huidige situatie zich verhoudt tot wat er per land kan verschillen, dan geeft de gratis quick-scan met een paar korte vragen een eerste indicatie. Voor vragen die net iets specifieker zijn dan dit artikel, is er een overzicht van veelgestelde vragen.
Wat nog niet vaststaat
De datum waarop de verplichting voor textiel en kleding daadwerkelijk ingaat, staat nog niet vast. In het werkplan van de Commissie wordt 2027 genoemd voor de gedelegeerde handeling, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie; de daadwerkelijke ingangsdatum van de verplichting volgt daarna. Zodra dit gepubliceerd is, wordt dat hier bijgewerkt. Voor de vertaling naar uw eigen situatie, en zeker waar het gaat om verkoop in meerdere landen tegelijk, blijft een jurist of de bevoegde toezichthouder het aangewezen aanspreekpunt.
Wilt u eerst een indruk krijgen van wat er voor uw bedrijf relevant is, doe dan de gratis quick-scan of blader door de onderwerpen in de kennisbank — beide zijn zonder verplichtingen te raadplegen.