Bedrijfskleding met een logo is voor de verordening in de eerste plaats gewoon kleding. De verordening kijkt naar het product zelf — een poloshirt, een overall, een uniformjasje — en niet naar wie het draagt of met welk doel het besteld is. Zolang het kledingstuk voor ten minste tachtig procent uit textielvezels bestaat, valt het onder dezelfde categorie als de kleding die u in een winkel koopt. Het logo verandert daar niets aan.
Waar het wel om draait, is wie de verplichting draagt. Dat is niet automatisch het bedrijf dat de kleding laat bedrukken of aan het personeel uitreikt. De verordening richt de verplichting op de marktdeelnemer: degene die het product produceert, importeert of onder een eigen merk op de markt brengt. Koopt u werkkleding kant-en-klaar in bij een leverancier die het onder zijn eigen merk verkoopt, dan ligt de verplichting bij die leverancier. Laat u zelf textiel importeren en onder uw eigen bedrijfsnaam of merk verkopen of distribueren, dan kunt u zelf in die rol terechtkomen.
Wie is de marktdeelnemer bij bedrijfskleding
Voor een installatiebedrijf dat overalls bestelt bij een gespecialiseerde leverancier verandert er in de praktijk vaak weinig: de leverancier levert het product, brengt het op de markt en draagt in die rol de verplichtingen die daarbij horen. Het installatiebedrijf is dan afnemer, niet marktdeelnemer. Dat ligt anders zodra een bedrijf zelf textiel laat produceren in het buitenland, het rechtstreeks invoert en het vervolgens onder de eigen naam aan personeel of aan klanten verstrekt. Op dat punt schuift de rol op, en daarmee ook de vraag wie het paspoort moet laten samenstellen. Wat een marktdeelnemer precies inhoudt en waar de grens ligt, leest u uitgebreider in de kennisbank met uitleg per rol in de keten.
Bij private label werkkleding — een collectie die met een eigen merknaam wordt ingekocht en doorverkocht aan andere bedrijven — is die vraag extra relevant. De partij die de merknaam op het etiket zet, is in veel gevallen degene die als marktdeelnemer wordt aangemerkt, ook als de productie volledig is uitbesteed.
Werkkleding met veiligheidsfunctie is een aparte categorie
Een nuance die voor installatie-, bouw- en technische bedrijven vaak over het hoofd wordt gezien: kleding met een beschermende functie, zoals een vlamvertragende overall of een hoogzichtbaarheidsjas, is meestal ook persoonlijk beschermingsmiddel. Voor dat soort kleding gelden al langer eigen veiligheidseisen en keuringsregels, los van de textielverordening. De twee regelingen sluiten elkaar niet uit, maar de veiligheidseisen aan een PBM zijn en blijven een apart spoor. Bij gewone bedrijfskleding zonder beschermende functie — een poloshirt met logo, een representatief pak — speelt die kwestie niet en gelden alleen de regels die voor textiel en kleding in het algemeen gelden.
Wat dit betekent voor de praktijk
De kern is dus tweeledig. Ten eerste: het feit dat kleding bedrijfskleding is, sluit haar niet uit van de verordening. Ten tweede: de vraag wie verantwoordelijk is voor het paspoort volgt niet uit het gebruik van de kleding, maar uit de rol die een bedrijf in de keten inneemt — inkoper, importeur of merkhouder. Dat onderscheid is precies waar veel bedrijven in de praktijk over struikelen, omdat een leverancierscontract vaak niet expliciet vastlegt wie welke rol vervult. Bij het opstellen of vernieuwen van inkoopvoorwaarden is het daarom zinvol om die rolverdeling met de leverancier concreet te benoemen.
De gedelegeerde handeling die de precieze verplichtingen en de datum vastlegt, is nog niet gepubliceerd; het werkplan van de Europese Commissie noemt 2027 als verwachte periode, met kleding van tachtig procent of meer textielvezels als eerste categorie. Zodra die handeling er is, wordt dit artikel aangevuld. Voor wie nu al wil weten of de eigen positie in de keten aandacht vraagt, is de productscan met een indicatie in een paar vragen een eerste stap, en de verzameling van veelgestelde vragen geeft antwoord op vergelijkbare twijfelgevallen.
Heeft u behoefte aan een compleet overzicht van wat er per rol en per productgroep verandert, dan vindt u dat terug in de kennisbank. Voor de eigen, specifieke situatie — vooral als u twijfelt of uw bedrijf als marktdeelnemer wordt aangemerkt — is een jurist of de bevoegde toezichthouder het aangewezen aanspreekpunt.