Onder 'textiel en kleding' vallen in de verordening producten die grotendeels uit textielvezels bestaan: kleding, maar ook huishoudtextiel, tassen en andere textiele producten die op de Europese markt worden gebracht. De precieze afbakening gebeurt per productgroep in aparte gedelegeerde handelingen, en de eerste daarvan richt zich op kleding met een aandeel textielvezels van tachtig procent of meer.
Dat percentage is op dit moment het belangrast houvast dat er is. Producten die voor een groot deel uit ander materiaal bestaan, zoals leren jassen met een kleine textielvoering, vallen naar verwachting later onder een eigen handeling, of blijven vooralsnog buiten beschouwing. Zolang de definitieve tekst niet is gepubliceerd, is dit een indicatie op basis van het werkplan, geen vaststaand feit.
Hoe de verordening productgroepen afbakent
De ESPR, de Europese verordening voor ecologisch ontwerp van duurzame producten, werkt niet met één lijst die in één keer alle textiel omvat. Zij geeft de Europese Commissie de opdracht om per productgroep, via een gedelegeerde handeling, vast te leggen welke eisen gelden en vanaf wanneer. Voor textiel en kleding gebeurt dat gefaseerd: eerst een afgebakende groep, later mogelijk aanvullende groepen. Wie het werkplan van de Commissie raadpleegt, ziet dat deze fasering bewust is gekozen om de sector niet in één keer met alle mogelijke productvarianten te belasten.
Dit betekent voor u concreet dat de vraag 'valt mijn product hieronder' voorlopig het beste te beantwoorden is aan de hand van het vezelpercentage en het type product, niet aan de hand van de merknaam of de manier waarop u het verkoopt. Een overhemd van honderd procent katoen valt naar verwachting eerder onder de eerste handeling dan een tas met een kunststof buitenlaag en een textielen voering.
Waarom het aandeel textielvezels de kern is
De keuze voor tachtig procent of meer textielvezels als eerste afbakening hangt samen met waar de milieudruk en de informatiebehoefte van consumenten het grootst worden geacht: kleding die vrijwel volledig uit textiel bestaat, is het makkelijkst te herleiden op materiaalsamenstelling, herkomst en recyclebaarheid. Voor producten met een lager vezelpercentage ontbreekt op dit moment nog een vastgestelde datum en een vastgestelde drempelwaarde.
Dat maakt dit onderdeel van de verordening op dit moment het meest in beweging. Bedrijven die zowel kleding als accessoires of huishoudtextiel voeren, doen er verstandig aan per productlijn te volgen wanneer de gedelegeerde handeling voor die groep wordt gepubliceerd, in plaats van uit te gaan van één invoeringsmoment voor het hele assortiment.
Wat dit betekent voor gemengde producten
Veel kledingstukken bestaan uit een mix van vezels, en sommige bevatten kunststof onderdelen zoals ritsen, knopen of een gecoate voering. De verordening zelf beschrijft nog niet in detail hoe met dit soort mengvormen wordt omgegaan bij de berekening van het vezelpercentage. Zulke detailregels horen normaal gesproken thuis in de uitvoeringsteksten die bij de gedelegeerde handeling worden gepubliceerd, en niet in de verordening zelf.
Voor bedrijven die nu al assortimenten samenstellen, is het zinvol om de materiaalsamenstelling van producten overzichtelijk vast te leggen, ongeacht of een product op dit moment al onder de eerste groep valt. Die informatie is namelijk ook nodig zodra een latere handeling wél van toepassing wordt, en wordt nu al gevraagd door sommige inkopers en retailketens. In de kennisbank met uitleg per onderwerp vindt u hoe deze afbakening zich verhoudt tot andere begrippen uit de verordening.
Wat nog niet vaststaat
De gedelegeerde handeling voor kleding met tachtig procent of meer textielvezels wordt volgens het huidige werkplan van de Europese Commissie in 2027 verwacht, met een verwachte inwerkingtreding rond 2029. Beide data staan niet vast en kunnen verschuiven. Zodra de handeling is gepubliceerd, wordt hier de definitieve datum en de definitieve afbakening opgenomen.
Het is daarom nog niet mogelijk om met zekerheid te zeggen welke productcategorieën na de eerste groep volgen, of welke drempelwaarden daarbij gaan gelden. Voor de meest actuele stand van het werkplan is de tekst op EUR-Lex de aangewezen bron, en voor vragen over de toepassing op een specifiek product is een jurist of de bevoegde toezichthouder het juiste aanspreekpunt.
Wat u nu al kunt doen
Ook zonder vaststaande datum is het zinvol om nu al in kaart te brengen welk deel van uw assortiment waarschijnlijk als eerste onder de verordening valt, en welke gegevens daarvoor nodig zijn. Materiaalsamenstelling, herkomst en productiegegevens zijn voor vrijwel elke productgroep relevant, ongeacht het precieze invoeringsmoment. Met een korte scan die uw situatie in kaart brengt ziet u snel welke productgroepen in uw assortiment naar verwachting als eerste aan de beurt zijn.
Wilt u weten hoe wij die gegevens verzamelen en waar de informatie vandaan komt, dan leggen we dat toe op de pagina over hoe texpas.eu werkt. En loopt u tegen een begrip aan dat u nog niet kent, dan is het overzicht met veelgestelde vragen een goed startpunt.
Wilt u zelf nagaan waar uw producten waarschijnlijk staan? De gratis quick-scan geeft in een paar vragen een eerste indicatie, en de kennisbank behandelt de overige begrippen uit de verordening stap voor stap.